`Je hebt niets aan dat geklaag'

| Redactie

Het gaat goed met technische wiskunde. De UT-opleiding is volgens de Keuzegids de op een na beste van alle Nederlandse studies. En dat kan voor een groot deel op het conto worden geschreven van de docenten. Een van hen, Paul Kersten, gaf 43 jaar lang colleges bij TW. In juni wordt hij 65 en afgelopen week gaf hij zijn laatste hoorcollege.

Paul Kersten: `De verstandelijke vermogens van de eerstejaars worden echt niet minder hoor. Ze dragen alleen minder wiskundige bagage met zich mee.'
Paul Kersten: `De verstandelijke vermogens van de eerstejaars worden echt niet minder hoor. Ze dragen alleen minder wiskundige bagage met zich mee.'
(Foto: Arjan Reef)

`Sorry, ik moet met deze studenten nog een vraagstuk uit de introductie oplossen.' TW-opleidingsdirecteur Jan Willem Polderman breekt een kwartier voor tijd in op het laatste hoorcollege, Calculus II, van Paul Kersten. Een smoes, want Kersten wordt in het bijzijn van zijn vrouw en dertig eerstejaars in het zonnetje gezet. `U hebt hart voor uw vak en bent betrokken bij de studenten', complimenteert een van de studentes hem. Polderman prijst Kersten als een `echte onderwijsman'.

`Ik heb een hart voor onderwijs. Dat is iets anders', nuanceert Kersten naderhand. `Er zijn mensen met een volledige onderwijstaak, maar ik heb ook altijd onderzoek gedaan. Mijn vakgebied? Meetkundige algebra in relatie tot niet-lineaire partiële differentiaalvergelijkingen.'

`Ik heb geen idee waar mijn liefde voor het onderwijs vandaan komt. Toen ik twaalf jaar was en op de hbs zat, moest iedereen bij de directeur komen. Die vroeg wat je wilde worden en toen zei ik: leraar wiskunde. Mijn ouders werden daar boos over. Dat kun jij niet, zei mijn vader. Daar ben je te slordig voor. Veel te moeilijk, vond mijn moeder. Ik moest maar aan mijn docent wiskunde vragen wat die ervan vond. Ja, dat zit er bij jou wel in, was zijn reactie', vertelt Kersten droogjes.

Kersten vindt het leuk met studenten te werken. Zijn colleges noemt hij een `interactief spel'. `Door vragen te stellen, breng ik ze zover dat het kwartje op een natuurlijke manier valt. Als dat lukt, ben je klaar.' De docent bewaart afstand in zijn colleges, maar zoekt toenadering daarbuiten. Hij spreekt zijn studenten consequent met u aan. `Het zijn volwassen mensen. Ik wil een breuk aanbrengen met de middelbareschoolmentaliteit, met alle gevolgen van dien. Anders wordt het misschien wat al te gezellig, terwijl we bij elkaar zijn om te werken.'

Na afloop van de colleges luisterde Kersten graag naar de gesprekken van zijn studenten. `De leefwereld van een achttienjarige is heel anders dan de mijne. Ik vind het leuk een inzichtje te krijgen in die verschillen. Als ze praten over uitgaan en koken, zit ik er bij en luister ernaar. Soms zeg ik wat. Je verlaagt de drempel. Ik hoop dat ze me dan ook weten te vinden als er wat is.'

Vakgenoten klagen geregeld over het niveau van de studenten die bij wiskunde instromen, maar Kersten doet daar niet aan mee. `Je hebt niets aan dat geklaag, je raakt er alleen maar gefrustreerd van. De verstandelijke vermogens van de eerstejaars worden echt niet minder hoor. Ze dragen alleen minder wiskundige bagage met zich mee. Het koffertje waar ze mee binnenkomen is minder vol. Als docent probeer je dat aan te vullen.'

Met succes, zo blijkt, want de opleiding technische wiskunde scoort zeer goed in de Keuzegids Hoger Onderwijs. Mede dankzij de goede docenten, zo luidt het oordeel. `Of ik ook verantwoordelijk ben voor dat succes? Daar denk ik niet over na', reageert Kersten bescheiden. `Ik doe mijn werk en dat doe ik graag. Ik vind wel dat de UT blijer mag zijn met de wiskunde die ze in huis heeft. Ons onderzoek en de studie krijgen niet de meeste aandacht.'

Zijn laatste paar maanden aan de UT hoeft Kersten geen colleges meer te verzorgen. Hij rondt nog wat lopende onderzoeken af, bezoekt een conferentie en maakt zijn gespaarde vakantiedagen op. Bang om te stoppen is hij niet. `Drieënveertig jaar is een onvoorstelbaar lange tijd die toch verrekte snel is gegaan. Je bent oud voor je het weet. Er zijn grote wiskundigen die op hun negentigste nog actief zijn in het vak. Ik wil dat niet. Het is goed dat het een keer stopt.'

Bang voor een zwart gat hoeft Kersten niet te zijn. `Ik heb een uit de hand gelopen hobby', glimlacht hij. `Antieke uurwerken. Daar kan ik alles in kwijt.' Zijn meest bijzondere exemplaar is er een uit 1899. `Eigenlijk is het een wetenschappelijk instrument. Dat uurwerk is namelijk in 1911 nog mee geweest op de tweede Duitse Zuidpoolexpeditie in 1911.'

In totaal hangen er bij Kersten thuis zo'n vijftien antieke uurwerken. `En ik heb er ook nog een hele bibliotheek bij. Ik heb meer boeken dan klokken. Het is echt een vak hoor. Je verveelt je nooit, ik kan er mee bezig blijven.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.