Al in de jaren negentig ging Nederland het wetenschappelijk onderzoek van universiteiten systematisch beoordelen. Ook kwamen er NWO-beurzen voor de beste onderzoekers. Dat waren goede beslissingen, zegt het Rathenau Instituut. Het verklaart waarom Nederlandse universiteiten, ondanks bescheiden financiële middelen, behoorlijk goed scoren in internationale vergelijkingen.
Maar andere landen haken nu aan en komen vlug naderbij, blijkt uit een vergelijking. Het wordt tijd om het wetenschapsbeleid opnieuw te verbeteren en zo de voorsprong te behouden, schrijft de Rathenau-onderzoekers.
Zo moet de beoordeling van wetenschappelijk onderzoek herzien worden. Vrijwel alle onderzoeksgroepen scoren tegenwoordig zeer goed tot excellent, waardoor de werkelijke top niet meer zichtbaar is. Het is de vraag of de verschillende commissies dezelfde maatstaf hanteren.
“De Nederlandse universiteiten hebben internationaal een goede reputatie, maar er staat geen internationaal vermaarde Nederlandse universiteit aan de absolute top in reputatie- en prestatieranglijsten”, schrijven de onderzoekers. “Het is niet te verwachten dat een van de universiteiten zich tot die top zal ontwikkelen in het huidige systeem.” Daarvoor werken ze te intensief samen en is er te weinig concurrentie.
Overigens waarschuwen de onderzoekers voor een overmaat aan concurrentie en competitie. “Er lijkt sprake van een omgekeerde U-curve: met toenemende concurrentie neemt de prestatie en impact toe, zoals vergelijking van Nederland en Denemarken met Duitsland laat zien. Bij te grote concurrentie wordt deze contraproductief: in Engeland stagneert de toename van de output en de impact.”
HOP, Bas Belleman