‘Neuh, een ijsboortje is niet nodig’, vindt Luuk Meijerink (21) terwijl hij in zijn jas schiet. ‘Die hebben we wel, maar hier lukt het ook mee.’ De student laat een klein plamuurmesje zien. Een rolmaat verdwijnt in zijn jaszak. Op naar de Achterhorst.
Versgevallen sneeuw bedekt deze maandagmorgen het ijs.
‘Dikke pech. Sneeuw isoleert en daardoor groeit het ijs niet zo hard. Eens kijken wat de exacte dikte is’, zegt Meijerink terwijl hij zich voorzichtig op het ijs waagt. Plamuurmes in de aanslag. ‘Huuh, vrijdag kon ik er nog zo doorheen hakken’, roept hij verbaasd terwijl hij in het ijs frunnikt. ‘Is het toch gegroeid dit weekend. Even een steen zoeken hoor, dit werkt niet’, excuseert hij zich richting de kant.
‘Dit moet lukken’, lacht de ijsmeester en houdt ferm een soort spoorbiels in de lucht. Moedig stapt hij het ijs op. Vier flinke beuken volgen. Verontwaardigd: ‘Het is echt hard en het kraakt niet.’ Wat verder van de kant af: ‘Ja, het is wel wat.’ Springend: ‘Het voelt stevig. We kunnen nu wel een keer sneeuw schuiven.’
Terug aan de oever slaat Meijerink het houten gevaarte nog een keer op het bevroren water. Het ijs kraakt en breekt. Een voet glijdt het wak in. ‘Brrr, dit is echt koud’, baalt Meijerink, terwijl hij zijn natte broek en schoenen bekijkt. Snel peutert hij met rode, trillende vingers een brok ijs los. Vier centimeter, wijst de meetlat aan. ‘De toplaag is een papje van sneeuw vermengd met ijs. Niet betrouwbaar.’ De conclusie van de ijsmeester: ‘Een no go, maar houdt het vriezen aan en groeit het ijs richting de tien centimeter, dan kunnen we misschien begin volgende week op de schaatsen. Dan zetten we er gezellig een tentje neer en doen er wat glühwein en rookworsten bij.’
Een dagelijkse update van de ijsmeester is te lezen op: www.isaacnewton.utwente.nl.
| Newton-ijsmeester Luuk Meijerink: ‘’ Vier centimeter: dit is een no go.’ |