Bauer huurt twee winkelpanden in gebouw de Box aan de Calslaan. Ze verkoopt voor weinig geld alles wat een student nodig heeft om een studentenkamer in te richten. In de ene winkel biedt ze tweedehands huisraad aan en in de andere, de kleine winkel, verkoopt ze nieuwe spulletjes voor een zacht prijsje.
`De kringloopwinkel loopt goed', vertelt Bauer. Desondanks dreigt ze failliet te gaan. `De kleine winkel met nieuwe spullen levert niets op in deze tijd. Ik heb geen winstoogmerk, maar ondertussen heb ik wel al mijn reserves verbruikt.'
Het zou een oplossing zijn als Bauer het kleine pand kan afstoten, maar woningcorporatie De Veste, van wie het pand wordt gehuurd, wil niet afzien van het huurcontract. Bauer: `Begrijpelijk, maar in tijden van recessie zou je elkaar kunnen helpen. Daarnaast wil de organisatie ook niet met mij om tafel om te kijken of er andere oplossingen zijn'.
Jan Sinke, directeur van De Veste, vindt dat er sprake is van een ondernemingsrisico bij het aangaan van een huurcontract. `Als het niet goed gaat met de huurder dan kan dit risico niet afgewenteld worden op de verhuurder. De verhuurder zou het risico dan overnemen van de huurder, en dat is niet de bedoeling.'
Volgens informaticastudent Wanno Drijfhout (21) zouden veel studenten het vertrek van de winkel betreuren. Drijfhout komt er regelmatig, ook om gewoon eens een praatje te maken. `Annet heeft heel veel levenservaring en voorziet je van adviezen waar je als student echt wat aan hebt. Ze is een luisterend oor. Daarnaast zijn de diensten die zij aanbiedt op de campus natuurlijk uniek', aldus Drijfhout.
Bauer hoopt op een oplossing, maar ziet het somber in. `Ik heb geen geld om de huur nog te betalen en kan het op deze manier hoogstens nog twee maanden uitzingen'.