Verder gaan de gedachten ten aanzien van de Friesland-propedeuse uit naar `zoveel mogelijk zwaluwstaarten met het daar aanwezige HTS-onderwijs', aldus Draijer. In concreto betekent dit dat een deel van het dependanceonderwijs door HTS-docenten gegeven kan worden. Het aandeel dat THT-docenten in Friesland zouden moeten gaan leveren, wordt bekostigd uit het Plaatsen-Geld-Model (PGM, het Haagse financieringsmodel dat uitgaat van het aantal studenten). Als dat tekort schiet omdat de Friese vestiging meer zal kosten dan wat de vijftig studenten, waar men mee rekent in het PGM, opbrengen, `moet er uit fondsen van de provincie geput worden', aldus Draijer.
Overigens begint het verkennend vooronderzoek al zeer vaste vormen aan te nemen. In alle voorbereidingen lijkt men er zelfs al van uit te gaan dat het allemaal zeker doorgaat. Draijer ontkende dat niet in de HR. `Door het te onderzoeken, breng je al wat in beweging.'
Bovendien wil men zo zeker mogelijk weten hoeveel Friezen inderdaad belangstelling hebben voor de Leeuwardenvestiging. Vandaar dat men vast wervende studievoorlichting geeft over de nieuwe propedeuse en ook alle Friese schooldecanen uitgenodigd heeft.
Draijer: `De slag om de arm zal daarbij niet vergeten worden, maar wel zal heel duidelijk gemaakt worden dat wie positief op onze wervende acties reageert, in belangrijke mate bijdraagt aan de realisering ervan.' Het onderzoek naar de mate van belangstelling wordt overigens niet alleen voor de THT, maar ook voor de Landbouwhogeschool Wageningen uitgevoerd.