Nieuwe fabriek met Twentse wortels

| Redactie

Het polymeer Stanyl werd ruim dertig jaar geleden `geboren' op de Universiteit Twente en is nu met recht volwassen te noemen. Chemiebedrijf DSM opent in 2008 een tweede fabriek om aan de groeiende vraag te kunnen voldoen. `Universitair onderzoek leidt maar zelden tot een product dat tientallen jaren zo goed verkoopt,' zegt Reinoud Gaymans die destijds het onderzoek leidde.

In de jaren zeventig en tachtig deed Reinoud Gaymans onderzoek naar polyamiden (nylons), in de toenmalige faculteit Chemische Technologie. `We bestudeerden polyamiden met een zeer regelmatige structuur, waaronder nylon 4,6,' vertelt Gaymans. `Die laatste bleek nog niet eerder gemaakt en aanvankelijk kostte de synthese ons ook moeite. We ontwikkelden een nieuwe methode om het materiaal met een goede kwaliteit te maken, waardoor we na acht jaar onderzoek enkele octrooien konden indienen. DSM, dat inmiddels industriële partner was, gaf nylon 4.6 de naam Stanyl.'

Het polymeer bleek dusdanig interessant dat DSM het in 1986 in productie nam. Stanyl wordt gebruikt in auto-onderdelen, zoals tandwielen en kettingspanners en in elektrische apparaten, zoals mobiele telefoons en laptops. Vanwege de steeds groeiende vraag naar het polymeer besloot DSM deze maand een tweede fabriek te bouwen.

Gaymans onderzoekt nog altijd polymeren en kijkt met plezier terug op de ontwikkeling van nylon 4,6. `Ik blijf het een mooi en geavanceerd materiaal vinden en ben benieuwd naar de toepassingen in de komende jaren,' zegt hij. `De kans dat universitair onderzoek leidt tot een grootschalig geproduceerd commercieel product, is zo klein dat ik dit waarschijnlijk geen tweede keer zal meemaken.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.