`Laatst moest ik op een zondagavond opeens hard lachen. Wat heb jij nou, zei mijn vrouw. Morgen is het maandag, antwoordde ik. En dan hoef ik helemaal niets. Heerlijk', vertelt André Ligthart (62). Officieel is zijn afscheid op 13 oktober, maar Ligthart had zijn laatste werkdag al voor de zomervakantie.
Zijn verloofde zag het helemaal niet zitten, toen hij in 1969 besloot om op de UT een aantal lesuren schermen en basketball te geven. `Ik gaf een goedbetaalde baan als sportleraar op en moest vanuit het westen naar Enschede verhuizen', vertelt Ligthart. `Maar ik wilde per se schermen. Dat was mijn beroep én hobby. Het begon met slechts zes uurtjes werken op de UT. Om dat uit te breiden ben ik me gaan verdiepen in het roeien, al had ik nog nooit een roeiboot gezien. De eerste keer in zo'n bootje sloeg ik dan ook direct om en nu, bijna veertig jaar later, kan ik er eigenlijk nog niets van.' Ligthart werd wel een heel succesvol roeicoach. Hij wist langzaam naar de top te groeien en deed met `zijn (nationale) lichte acht' mee aan de wereldkampioenschappen in Bled (1979) en in Montréal (1984). Een hoogtepunt? `Ach nee. Het lesgeven aan schermers, basketballers en roeiers, dat was voor mij de hoofdzaak en ook mijn hobby. Het coachen en de wedstrijden, dat waren de krenten in de pap.'
Eind jaren zeventig kreeg coach Ligthart een fulltime aanstelling als sportdocent op de UT. Het waren de jaren dat er `heel veel kon'. Zo herinnert hij zich dat er onder de roeiende studenten een heel talentvolle `lichte twee-zonder' bestond. `Die waren zo goed dat ze konden doorstoten naar de nationale top. Alleen hadden ze de verkeerde boot. De UT regelde toen een nieuwe. Nu zou dat niet meer zo gemakkelijk gebeuren. Al heeft roeien altijd wel een bevoorrechte positie binnen onze universiteit gehad. Een ander voorbeeld daarvan is dat voor de Nederlandse Studentenkampioenschappen de tentamens gewoon werden uitgesteld. En de roeiers kregen extra biefstukken, als sportvoeding.' Naast het roeien waren er ook hoogtepunten in het basketball en schermen. UT-studentenvereniging Arriba speelde onder leiding van Ligthart zes jaar lang landelijke eerste divisie. Diverse schermtalenten braken door op nationaal en internationaal niveau.
Tegenwoordig is er ten aanzien van de sport een andere situatie ontstaan, aldus Ligthart. De individuele sporten winnen steeds meer terrein, het budget is krapper en studenten hebben steeds minder tijd voor sport.
`Het gaat zoals het gaat. Ik ben echt niet zo oud dat ik ga roepen dat vroeger alles beter was. Studenten die topsport willen bedrijven, kunnen dat nog steeds via de topsportregeling. Maar hebben ze dat er ook voor over? Mensen stellen hun toekomst zeker door een studie. Mijn eigen zoon bijvoorbeeld kon kiezen voor basketball, maar werd liever architect.'
En het individualisme viert hoogtij op sportgebied. `Vroeger bleef iedereen na de training hangen in de kantine, zowel spelers als trainers. Daar was het tot één, twee uur 's nachts propvol. Er werden biertjes gedronken, feestjes gevierd en dingen georganiseerd. Het was gewoon altijd gezellig. Die tijden zijn voorbij.'
Omdat hij niet tot aan zijn pensioen sporters wilde trainen - want dat is volgens hem fysiek niet vol te houden - volgde Ligthart al in zijn beginjaren twee jaar lang een cursus `Ambtenaar Sportzaken' in Zwolle. Daarna, als rechterhand van de toenmalige directeur Wim van Veelen, hield Ligthart zich bezig met de aanschaf van sportmateriaal, het maken van roosters, budgetberekeningen en het binnenhalen van de tentamens. `Die vonden voorheen altijd plaats in de Twentehallen. Wij wisten het college te overtuigen van het Sportcentrum als tentamenlocatie. Een goede inkomstenbron voor ons.'
De grootscheepse renovatie van vorig jaar was voor de adjunct-directeur de laatste grote klus. `Door nieuwe ontwikkelingen en de komst van een nieuw hoofd veranderden mijn werkzaamheden. Ik kon mijn ei er niet meer volledig in kwijt. Het was dus een goed moment om te stoppen.'
Ligthart vindt dat het Sportcentrum zich op de toekomst richt en daarbij een goede weg is ingeslagen. `Inloopuren, veel cursussen en meer aandacht voor individuele sporten. Zo worden ook de buitenlandse medewerkers- en studenten bediend. Ook het invoeren van de bedrijfssport was een succesvolle slag. Maar voor mij is het mooi geweest.'
André Ligthart…goed moment om te stoppen… (Foto: Arjan Reef)