Toen Vos hoorde dat hij de Snellius-medaille zou krijgen, ging er niet meteen een belletje rinkelen. Het is dan ook een zeldzame eer: de medaille wordt eens in de tien jaar uitgereikt door het Genootschap ter Bevordering van Natuur-, Genees- en Heelkunde in Amsterdam. Dat verleent erepenningen aan `personen die door oorspronkelijk onderzoek bijdragen van groot belang hebben geleverd op hun werkterrein'. De Snellius-medaille is voor de natuurwetenschappen en wiskunde en werd in 1955 voor het eerst uitgereikt aan Nobelprijswinnaar Frits Zernike.
`Hoewel ik het Genootschap wel ken, kende ik de medaille eerlijk gezegd niet, maar natuurlijk was ik zeer vereerd, zeker toen ik las wie mijn voorgangers zijn,' vertelt Vos op vrijdag, zijn vaste dag in Twente in zijn werkkamer in Hogekamp. Ondanks die grote eer, kwam de dag van de uitreiking, 25 november dus, hem eigenlijk slecht uit. `Ik had al lang geleden toegezegd aan Arago (de studievereniging van technische natuurkunde, red.) dat ik die dag zou helpen bij hun symposium. Ik zou proberen vlak voor de uitreiking van de medaille bij het Genootschap aan te komen, maar toen ik 's morgens de sneeuw horizontaal langs de ramen zag suizen, wist ik al dat dat een avontuur zou worden. Ik bereikte Amsterdam wel, maar natuurlijk veel te laat. De medaille is tijdens het diner uitgereikt, tussen de soep en het hoofdgerecht. En de lezing die ik zou geven, is uitgesteld naar een latere datum.'
De Snellius medaille is geen aanmoedigingsprijs. `Er werd me een tijd geleden naar mijn CV gevraagd, dus ze kijken echt naar wat je in het verleden hebt gepresteerd,' zegt Vos. Het artikel dat zijn onderzoeksgroep vorig jaar augustus in Nature publiceerde, zal zeker hebben meegespeeld.
Als je Vos vraagt naar die publicatie en zijn huidige onderzoek, beginnen zijn ogen te glimmen en komt de begeleider in hem naar boven. Met het ruitjesblok in de aanslag doceert hij: `We proberen een heel klein doosje te maken waarin we één foton kunnen opsluiten. Met fotonische kristallen kan dat in theorie en we komen ook steeds dichterbij, maar of het uiteindelijk zal lukken is nog onzeker. Het is alsof je een berg wilt beklimmen en je weet niet eens of de berg wel bestaat. Maar wij denken dat de berg er is, dus we willen hem beklimmen.'
Vos vergelijkt zijn onderzoek met topsport. Hij wil winnen en vooraan lopen en zoekt daarvoor steeds de beste omstandigheden. Dat is ook de reden dat hij en professor Ad Lagendijk in 2002 de opzienbarende overstap maakten van de Universiteit van Amsterdam naar Enschede. `Daar werd veel ophef overgemaakt, maar voor ons was het een logische stap,' zegt Vos. `Wij konden al maanden geen experimenten meer doen omdat ons lab gesloten was. Dan ga je achterlopen en dat wilden we niet. Als je in de Formule-1 permanent lekke banden hebt, ga je ook op zoek naar een andere auto. Anders kun je wel ophouden. Dus we vroegen andere universiteiten of ze plek voor ons hadden. In Twente konden we het snelst terecht.'
In 2002 verhuisde dus de hele onderzoeksgroep van Vos en Lagendijk en werd ze ingebed in het MESA+ instituut van de UT. Drie jaar later echter werkt Vos nog maar één dag in de week in Twente en heeft Lagendijk een nulaanstelling. Beiden zijn een eigen groep gestart binnen onderzoeksinstituut AMOLF en werken dus weer voornamelijk in Amsterdam. Was het onderzoeksklimaat op de UT dan toch niet zo gunstig als gedacht? Het blijkt weer om winnen te gaan. Vos: `Als je vooraan wilt blijven, is het prettig als je nauw kunt samenwerken. Binnen het AMOLF zitten we met zes onderzoeksgroepen op het gebied van Nanophotonics heel dicht op elkaar. We zitten er nog geen jaar en we zien nu al allerlei interessante kruisbestuivingen.'
Vos probeert met zijn twee deeltijdaanstellingen het beste van twee instituten te combineren. `Voor de optica-infrastructuur zitten we bij AMOLF goed en voor de fabricage is MESA+ ongeëvenaard. Hier in Twente zijn mensen die dag in dag uit in de cleanroom staan. Die hebben kennis die je niet in boeken kunt vinden.' Vos erkent dat er nog een reden is voor deze constructie. `Een leerstoel ineens opheffen is nogal lastig, dus je creëert een overgangssituatie, ook voor de achterblijvers. De constructie is dus eindig. Na 2008 zal COPS ophouden te bestaan, maar ik zelf ga natuurlijk vol gas door!'
![]()
Willem Vos