De bel van tien uur zoemt door de school. Voeten roffelen, op weg naar een welverdiende korte pauze, door de gangen en over de trappen. De drieduizend praktijkonderwijs-, vmbo, havo en vwo-leerlingen zijn verdeeld over vier locaties in het Sallandse dorp. Kleinsmann (57) heeft zijn kamer in het gebouw van de vmbo-bovenbouw. Hij neemt graag een uurtje de tijd om in zijn eigen geschiedenis te duiken. `De UT was voor mij een erg inspirerende tijd', steekt hij van wal. `Aan gesprekken met hoogleraren als Vlugter en Schuijer denk ik nog steeds met plezier terug. Ze namen de tijd om met ons te praten en leerden ons dat een opleiding een aanzet tot is. Dat we later alle kanten uit konden.'
De CT-student die rector werd, is daar het levende bewijs van. Het leraarschap zat er gedurende zijn studietijd, van 1966 tot 1973, nog niet in. `Maar na mijn afstuderen brak de oliecrisis uit en lagen de banen in de chemie niet voor het oprapen. Toen heb ik besloten om uit voorzorg een bevoegdheid te halen. In 1973 begon ik in Oldenzaal als leraar schei- en natuurkunde.'
Zijn secretaresse klopt op de deur. Of Kleinsmann toestemming geeft een leerling uit de klas te halen in verband met een vuurwerkdelict. Ja, dat is prima, knikt de rector. Zegt: `We hangen hier een lik op stuk beleid aan. Werken nauw samen met een preventieteam “Zorg” en hebben onze eigen jeugdagent. In het team komt aan de orde: wie dreigt te ontsporen en wat doen we ermee? Ja, ook hier in Raalte speelt die problematiek, al zal die van een andere orde zijn dan in de grote steden. Maar ook hier is het ontzag voor het gezag afgenomen. Ouders komen sneller verhaal halen. Dat is voor leerkrachten wel eens lastig manoeuvreren.'
Het weerhield Kleinsmann er niet van om zijn gehele loopbaan in het onderwijs door te brengen. `Ik vond het meteen heel leuk met de leerlingen. Het geheim? Je moet kinderen leuk vinden, geïnteresseerd zijn in hun wel en wee. Ik zeg altijd, ze hangen niet tegelijk met hun jas ook hun zorgen aan de kapstok. Daar moet je oog en begrip voor hebben. Vragen stellen. Wat is er met je? Loopt het niet? Vaak willen ze daar wel over vertellen. Een leerling is meer dan iemand die scheikunde ontvangt. Als docent geef je les aan een heel mens.'
Kleinsmann nam de ziel van de leerling serieus en werd in de jaren tachtig vertrouwenspersoon op het Twents Carmel Lyceum in Oldenzaal. Die taak mondde uit in complete jeugdopvang. `Ik had ze wel eens 's nachts om twee uur voor de deur staan. Dan wilden ze niet meer naar huis om allerlei redenen. Sommige kinderen moeten door diepe dalen gaan. Ik zocht dan gastgezinnen voor ze en probeerde daarin te bemiddelen. Nee, zelf namen we geen kinderen in huis, hooguit voor een paar dagen. Je moet werk en privé wel scheiden.' Het vrijwilligerswerk van Kleinsmann kreeg later gestalte in de Stichting Jongerenopvang Oldenzaal.'
Eind jaren tachtig gaf Kleinsmann steeds minder les. Hij werd conrector, plaatsvervangend rector en in 1999 rector in Raalte. Tegenwoordig verdiept hij zich meer in de grote lijnen. De stagnerende bèta-instroom bijvoorbeeld. `Ook op het vmbo is de belangstelling matig', vertelt Kleinsmann. `De leerlingen zien te weinig toekomstperspectief in de techniek in relatie tot hun leeftijd. Ze zijn jong en alles moet snel en flitsend zijn. Ze willen zich nog niet vastleggen en denken dat andere sectoren de keus meer open laten. We willen daarom binnen het vmbo de techniekopleiding breed aanbieden. Als school proberen we uit te leggen dat breed ook gepaard kan gaan met diepgang, maar onze invloed is beperkt. Leerlingen denken dat ze veel kunnen verdienen binnen de sector economie of accountancy. Ken je dat spotje van Nationale Nederlanden? Daarin zegt een man tegen zijn aanstaande schoonzoon: waarom zou ik jou met mijn dochter laten trouwen. Je bent geen arts, geen advocaat, zelfs geen ingenieur! Zélfs geen ingenieur.Voel je `em?' Bovendien, vervolgt Kleinsmann, heeft techniek de uitstraling dat je er hard voor moet werken. `Bèta betekent veel contacttijd, veel practica, bikkelen, gedegen oefenen. Dat schrikt af. Wat wij als school kunnen doen is gedreven bètadocenten voor de klas zetten.'
Een ander actueel punt is het kennisniveau van scholieren die de Tweede Fase hebben doorlopen. Aan de UT werd een instaptoets voor wiskunde over de hele linie bar slecht gemaakt. Kleinsmann: `Ik vind het vervelend dat leerlingen hier weggaan met het idee dat ze het kennen en dan te weinig bagage blijken te hebben. Dan heb je ze dus gefopt. Wij moeten zorgen dat onze eindtermen aansluiten op het instapniveau van de propedeuse. Onze docenten hebben, om ruis te voorkomen, contacten met universiteiten en hogescholen. Maar, als vastgelegd is in de vwo-eindtermen dat je met een grafische rekenmachine moet kunnen werken en op de universiteit mag je die niet gebruiken, dan gaat er iets mis. En we kunnen als school wel extra uren wiskunde inplannen, maar we willen ook dat de leerlingen goed Nederlands en Engels leren.'
Het blijft een kwestie van lobbyen verzucht Kleinsmann. `Vanuit Den Haag wordt teveel opgelegd, de ideeën komen te weinig van onderen. Nu wordt de Tweede Fase weer op de schop genomen. Dat de deelvakken eruit gaan, is een goed idee. Dat was teveel. Maar ik lees in de krant dat er weer minder wiskunde in het programma komt. Dat hoop ik toch in godsnaam niet. Maar, als school heb je je daar toch aan te houden. Je kunt te weinig zelf kiezen. Wel het hoe, maar niet het wat. We moeten ons ook aan het programma houden waarop het eindexamen is gebaseerd.'
Hij kan het ook wel weer relativeren. `Toen ik zelf studeerde was de aansluiting ook niet geweldig. Bij voorlichting zeiden ze: kijk eens links en kijk eens rechts. Eén van jullie zal het niet halen. Maar op de universiteit was er aandacht en tijd voor goede begeleiding.'
Het doel van de Tweede Fase was nu juist om het vwo meer inhoud te geven, vertelt Kleinsmann. `Dat is niet echt gelukt. Er is officieel een studielast van 1600 uur, ik denk dat veel van onze leerlingen de 1300 uur niet halen.' Met nadruk: `Dat mag je de leerlingen niet kwalijk nemen, zij doen wat hen wordt gevraagd.'
In Raalte slaagt dus bijna iedereen, velen met geweldige examencijfers. `We zitten op het hoogste niveau.' Het zijn mooie momenten, die diploma-uitreikingen. `Gewoon, dat je het als school goed hebt gedaan. Al zijn die cijfers voor het vervolg dus niet altijd goed genoeg.'
![]()
Gerard Kleinsmann in de keuken van de vmbo-bovenbouw.