De visitatiecommissie nam zowel de vierjarige programma als de nieuwe driejarige bachelors en eenjarige masters onder de loep. De kaders van accreditatieorganisatie NVAO vormden het uitgangspunt. Alle onderzochte universitaire bestuurskundeopleidingen zijn uiteindelijk als voldoende beoordeeld. In de kwaliteitsbeoordeling van de commissie deelt de Twentse bacheloropleiding de toppositie met Tilburg. Wat de masteropleidingen public administration en european studies betreft: geen enkele andere bestuurskundemaster komt ook maar in de buurt van de Twentse kwaliteitsscores.
Bas Denters, hoogleraar grootstedenbeleid en sinds 1 september opleidingsdirecteur van bestuurskunde, is uiteraard erg tevreden met de conclusies uit het visitatierapport. `De commissie bezocht ons in het voorjaar van 2004. Ik was nog geen opleidingsdirecteur, maar al wel nauw betrokken bij de visitatie. Op basis van wat de commissie toen al zei - dat was namelijk een positief verhaal - wist ik dat we uiteindelijk onmogelijk voor schut konden staan.' Het absolute pluspunt van de Twentse bestuurskundeopleiding is de `degelijke kwaliteit van de opleiding' en de `duidelijke opleidingsfilosofie'. Denters: `Daar hebben we met z'n allen hard aan gewerkt. De commissie kwam op het moment dat we net een aantal positieve stappen hadden gezet richting de bachelor/master- structuur. Dat is in goede aarde gevallen.'
De definitieve rapportage verschilt nauwelijks van de mondelinge rapportage vorig jaar. Positief: onder andere het heldere profiel van de opleiding, de structuur van het programma, de mogelijkheid tot diversificatie en de contacten die met het HBO zijn aangegaan om heldere instroomcriteria en -regels voor de master op te stellen. Denters: `Er is goed nagedacht over de instroomeisen. We willen een duidelijk scenario voor de vooropleiding. Dat schept helderheid.'
Verbeterpunten zijn er ook. De commissie adviseert een sterkere nadruk op praktijkelementen. Zoals een keuze voor een stage, meer aandacht voor de ontwikkeling van communicatie- en presentatievaardigheden, een actievere studiebegeleiding en voortgangsbewaking, en meer rust wat betreft het doorvoeren van herstructureringen en programmawijzigingen. `Wat de stage betreft, gaan we kijken of we in de keuzeruimte of in de minors wat kunnen doen', zegt Denters. `Om het praktijkelement verder te benadrukken willen we ook meer alumni betrekken bij de integratievakken. Dit zijn vakken rondom praktijkgerichte vragen, waar studenten een casus moeten oplossen.'
De opleidingsdirecteur geeft aan dat het accent de komende tijd zal liggen op het `daadwerkelijk invoeren van de plannen in de bacheloropleiding'. Zoals het volmaken van de integratievakken. Verder wil Denters de masteropleidingen doorlichten. `Er zijn nu ontzettend veel differentiaties. We moeten serieus beoordelen of we die allemaal in de markt willen houden.'