Poëziedebuut van Harold

| Redactie

Harold de Boer, al bijna dertien jaar achterpagina-columnist van deze krant, maakte vorige maand zijn poëziedebuut. In de bundel 'Het dolpension van de hemel' verschenen negen gedichten van zijn hand, gecombineerd met werken van vier andere bekroonde dichters. Alle vijf auteurs kregen vorig jaar een prijs tijdens het Rotterdamse Dunya Poëziefestival.

De 37-jarige De Boer groeide op in Drenthe, studeerde wiskunde aan de UT en belandde na zijn studie in de financiële wereld in Rotterdam. Behalve UT-alumnus is De Boer ook oud-Kronos-atleet en geestelijk vader van de Drienerloosche Elf Vijvers-tocht. In zijn vrije tijd is hij actief als presentator van literaire programma's als 'Poëzie in de Consul' (Rotterdam) en 'Poetry Pandora' tijdens Poetry International. Zijn eigen poëtische oeuvre verscheen tot nu toe niet in druk, afgezien van enkele op de Batavierenrace geïnspieerde gedichten in de Bata-edities van het UT-Nieuws en het lustrumboek van de Batavierencommissie.

De Boers bekroonde gedichten in de onlangs verschenen bundel zijn van een andere orde, al zijn de thematiek en de ironie toch herkenbaar voor de trouwe lezers van zijn columns. Over zijn poëtische denkkader zegt De Boer zelf in het nawoord bij de bundel: 'Door verruiming van mijn horizon ben ik mij er steeds meer van bewust geworden dat ik ben opgegroeid in een heerlijk beschermd calvinistisch milieu. De zekerheden, waarvan mij is geleerd dat ze religieus van aard zijn, blijken hoofdzakelijk cultureel bepaald te zijn. En veel karaktertrekjes die typisch cultuureigen zouden zijn, blijken juist uitgesproken universeel.'

Niet voor niets dus hebben De Boers gedichten titels als Balkenbrij, Mijn polderjongenscalvinisme en 't Femiliebedrief. Maar van een verstikkende spruitjeslucht is in zijn werk geen sprake. Relativering en humor (vaak ironisch, maar soms ook cynisch) redden hem van teveel calvinisme en gepolder. Het meest 'typisch Harold', zoals de columnlezers hem kennen, is misschien wel 't Femiliebedrief, een sonnet in het Drents. Maar voor wie dat dialect niet machtig is, volgt hier (in het gedicht 'Roos') een ander voorbeeld van De Boers kijk op zijn roots:

'Mijn vader snoeide de rozenstruik

tot de grond toe af, spitte

de stronk uit, sloeg

met de achterkant van de schop

de kluiten er vanaf en legde hem

in een dichtgeknoopte jutezak

- dezelfde waar hij de strokatten in verzoop-

vorstvrij in de aardappelkelder.

Zo moest de liefde overwinteren.

Wie onder de kerstboom een gevoelige snaar wil raken, bij zichzelf of anderen, kan de bundel voor 18 euro bemachtigen in de betere boekhandel (ISBN 90 75961 26). 'Het dolpension van de hemel' bevat behalve gedichten van Harold de Boer tevens werk van Martijn Benders, Thomas Möhlmann, Joris Denoo en Chitra Gajadin. Uitgave: Stichting Dunya / uitgeverij Bèta Imaginations, Rotterdam.

Menno van Duuren


Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.