Dat schrijft universiteitenvereniging VSNU in een kritisch commentaar op het Wetenschapsbudget 2004, waarin het kabinet de hoofdlijnen van het wetenschapsbeleid uiteenzet. De VSNU waarschuwt voor het gevaar van Haagse regelzucht. 'De innovatiekracht van het kennisbestel is er bij gebaat dat kenniswerkers, niet gehinderd door bureaucratie, creatieve oplossingen en bedrijvigheid ontwikkelen.'
De universiteiten verzetten zich met name tegen introductie van prestatiebekostiging. Die gaat volgens de VSNU uit van een statische opvatting van wetenschapsontwikkeling. 'Wetenschap is dynamisch en ontwikkelt zich onvoorspelbaar: wat vandaag een doodlopend spoor lijkt, kan over een aantal jaren (letterlijk) zeer waardevol zijn. Van dit onderzoek kan niet verwacht worden dat het direct excellent is.' Daarom willen de universiteiten de beoordeling van prestatie, innovatie en potentie dicht bij de onderzoeker houden. Daarbij willen ze onder meer gebruik maken van het kwaliteitszorgsysteem zoals afgesproken met NWO en KNAW.
De VSNU laakt verder de eenzijdige gerichtheid op de bèta-, techniek-, en medische sectoren. 'Dit bergt het risico in zich dat het alfa- en gammaonderzoek aan omvang en kwaliteit inboet.'
De universiteiten steunen het belonen van kwaliteit via de zogeheten 'smart mix', een instrument om extra gelden in te zetten voor de bepaalde prioriteiten. Maar dan moet eerst het probleem van de zogeheten matchingsplicht worden opgelost. Die houdt in dat instellingen onderzoekssubsidie (via NWO, BSIK en dergelijke) met een even groot bedrag moeten aanvullen (matchen) uit het eigen onderzoeksbudget. 'In toenemende mate zien de universiteiten zich genoodzaakt om kansen in Nederlandse en Europese subsidieprogramma's te laten lopen omdat er geen geld is om de toegekende subsidies te matchen', schrijft de VSNU.
De universiteiten willen hierover op korte termijn met de minister, NWO en andere geldverdelende instanties een actieplan opstellen. Ook eisen ze compensatie voor de twee maal vijftig miljoen euro, die vanuit de eerste naar de tweede geldstroom gaat.