In het UT-nieuws van vorige week was de Campus Coalitie behoorlijk kritisch over het verdeelmodel, maar klopt het dat je fractiegenoten het niet helemaal onderschrijven?
Ja, een deel van de fractie vond het tekort door de bocht. Als je het in one-liners formuleert, klinkt het inderdaad gauw wat negatief. De bijbehorende notitie is heel wat genuanceerder en constructiever.
Wat zijn dan de belangrijkste kritiekpunten?
Ik zal er een aantal noemen. We hebben sterk de indruk dat de invoering van het verdeelmodel bij een aantal opleidingen leidt tot flinke bezuinigingen op het onderwijs. Dat kan voor studenten leiden tot een lagere kwaliteit of studeerbaarheid van het onderwijs. Voor docenten kan het minder werkgelegenheid of een hogere werkdruk inhouden. Natuurlijk kunnen veranderende omstandigheden aanleiding geven tot noodzakelijke bezuinigingen, maar we vinden dat dat dan een expliciete strategische keuze moet zijn. Het verdeelmodel moet het beleid ondersteunen, niet afdwingen.
Dat geldt trouwens ook voor de vrijheid van de faculteiten bij de besteding van de middelen. Het een op een doorsluizen van de middelen naar de leerstoelen zou leiden tot een oneerlijke verdeling en tot beleidsarmoede op facultair niveau. Dat is echter wel het gevolg van het kantelingsbesluit, zoals dat vorig jaar is genomen. Het personeelsbeleid, bijvoorbeeld, mag niet afhankelijk zijn van de middelen die een leerstoel of een dienst beschikbaar heeft om een promotie, een sabbatical of het gebruik van het keuzemodel arbeidsvoorwaarden te bekostigen.
Maar dat laatste zal het CvB toch ook vinden?
Klopt, maar dat zou betekenen dat ze de eerdere besluitvorming rond het verdeelmodel behoorlijk moeten nuanceren. De decaan moet dan, conform zijn wettelijke bevoegdheden, een zekere vrijheid krijgen om echt beleid te voeren en middelen te herverdelen.
En dan zijn we eruit?
Nee, een verdeelmodel moet in enige mate 'eerlijk' aanvoelen. Ik vind bijvoorbeeld dat het nu wel aangetoond is, dat het model voor toegeleverd onderwijs onvoordelig uitpakt. Verder zou er sprake moeten zijn van een zekere prijsstabiliteit: de faculteiten kunnen geen verstandig beleid voeren, als de prijzen voor prestaties 10-20% structureel afnemen, zoals uit de begroting 2004 en de meerjarenraming blijkt.
Het geld anders verdelen lost het tekort bij de faculteiten van 7miljoen niet op. Hoe moeten de tekorten van de faculteiten dan worden opgelost?
Het schijnt dat in het UMT een wijziging van het begrotingsbod is overeengekomen. Ik ben benieuwd wat dat oplevert. De UR heeft al eerder aangegeven dat de 'focus op de primaire processen' ook in de begroting waargemaakt moet worden. Het college had bovenop de (te) ruime centrale stimulering nog een potje van 2 miljoen voor 'prioritaire projecten' gereserveerd. We moeten nu een pas op de plaats maken, als het gaat om (al weer) nieuw beleid en kunnen ook 'centrale potjes' vervroegd verminderen.
Hebben jullie als UR eigenlijk invloed op de besluitvorming van het Universitair Management Team (UMT) of roepen jullie alleen maar wat vanaf de zijlijn?
We vinden dat we te weinig invloed hebben, natuurlijk. Maar over twee weken spreken we met de UMT-commissie verdeelmodel over onze bevindingen. Als na dat gesprek blijkt dat het college ons te weinig tegemoet komt ten aanzien van verdeelmodel en begroting, kunnen we overwegen een negatief advies over de begroting 2004 uit te brengen.
Daar zal het college van schrikken!
Geen enkele bestuurder vindt een negatief advies leuk, het is ook een duidelijk signaal naar Raad van Toezicht en ministerie. Desnoods kun je er een geschil over aangaan.
Dick Meijer,
lid UR-fractie Campus Coalitie