Loek prijst de taaiheid van de drie voorzitters

| Redactie

Loek Hermans, de voorzitter van Stuurgroep Sectorplan Wetenschap & Technologie is zeer te spreken over de wijze waarop de voorzitters van de drie tu's hun gewicht in de strijd gooien in, wat hij noemt, 'het belang van de B.V. Nederland'. Geen geruzie, geen landpikkertje, niks van dat al. Ook geen onderhuids wantrouwen van Van Luijk (Delft) en Lundqvist (Eindhoven) jegens de sluwe Twentse rector Frans van Vught die volgens onbevestigde berichten het meest vraagt en het minst wenst in te leveren.

(zie ook voorpagina)

'Er zit geen verschil in, ze zijn alle drie taai, gewiekst en slim. Ze houden niet dogmatiserend vast aan hun eigen lijn, maar tonen de absolute bereidheid om er gezamenlijk uit te komen. Ze steken hun nek uit. Het is nu of nooit, de tijd is rijp. Wat er nu op tafel ligt is daarvan het bewijs. Ik wil best toegeven dat het welslagen van de operatie persoonsgebonden is. Wat de drie heren nu realiseren zou in een eerdere bestuurlijke setting niet mogelijk zijn geweest.

In het voorjaar zegde u toe dat deze tweede versie van het Sectorplan uitsluitsel zou geven over de vraag welke wetenschapsgebieden de voorkeur krijgen boven andere. Die dan gedoemd zijn te verdwijnen. Immers, kwestie van prioriteiten en posterioriteiten. Een operatie die veel pijn gaat doen, liet u toen weten. Welnu, in deze nota zijn weer diverse stappen gezet, maar zit de echte pijn pas in het slotakkoord, begin januari?

'Dat laatste sluit ik niet uit, het is zeker niet het gemakkelijkste traject. Maar vergis je niet: de (forse) reductie van de zogenaamde CROHO-posities, dus het drastisch indikken van het opleidingenaanbod heeft zeker pijn gedaan. En verder: zaken als de brede bachelor, de invoering van het major-minor concept - Twentse initiatieven, dat klopt, ieder brengt zo z'n specifieke sterktes in- , de lerarenopleiding, de revitalisering van de ontwerpersopleidingen: het zijn allemaal zaken waar we uit zijn gekomen, maar het ging niet zonder slag of stoot. We moeten nu afwachten hoe het slotakkoord eruit gaat zien. Ik denk dat de drie TU's rond deze tijd zo ongeveer hun prioritering, wat hun onderzoek betreft, hebben ingediend. Zeg maar hun wensenlijstje. De pijn gaat zitten in de posterioriteiten, dus in de gebieden die niet tot de eerste keus behoren. Ik verwacht binnenkort drie plaatjes, die we op elkaar leggen zodat heel gemakkelijk is te zien waar de witte vlekken zitten - dus welke gebieden nog ingevuld moeten worden- en waar de doublures. Als ik het ruw inschat: driekwart is dekkend en dus geen probleem, de rest is overlap en doublures. En dan is dus de vraag: wie doet wat. Ik verwacht dat we daar, in deze setting, wel uitkomen. De structuur om besluiten te nemen staat, daar hebben we het laatste halfjaar aan gewerkt.'

Misschien passen alle drie de plaatjes wel naadloos op elkaar. Dan komt er dus ook hoegenaamd geen pijn aan te pas, laat staan bloed..

'Ook dat kan. Het kan ook best zijn dat een of meer gebieden aantoonbaarop meerdere plekken bewerkt moeten worden. Andere gebieden, die niet levensvatbaar zijn, zullen verdwijnen. Het is een evolutionair proces: je mag en kunt niet zomaar van de ene dag op de andere een stuk onderzoek vernietigen. Afbouwen is een kwestie van jaren. Bovendien heb je daar ook nog 'es de staatssecretaris (Nijs, red.) bij nodig. De transitiekosten die gaan zitten in het overhevelen van een of meer onderzoekgebieden van de ene naar de andere TU, of het volledig afbouwen ervan, inclusief afvloeiingsregelingen en herhuisvesting van wetenschappelijk personeel, dat kan een hele operatie worden. Daarvan moet blijken of de politiek er daadwerkelijk geld in wil steken. Die vraag is cruciaal: durft men dat aan?'

En, wat denkt u zelf?

'Ik heb er alle vertrouwen in. Dit is geen vrijblijvende exercitie. De B.V. Nederland kijkt naar onze activiteiten. Dat geeft ons positie, we hebben wat te vertellen. Het wordt een kwestie van doelmatigheid en verdere kwaliteitsverbetering, die we handen en voeten geven. En ja, het gaat geld kosten, hoeveel dat weet ik echt nog niet, maar een substantieel deel van de gereserveerde 700 miljoen. We maken geen plannen die later niet kunnen worden uitgevoerd door gebrek aan geld. Deze operatie gaat zeker lukken, conform de doelstelling. Alle partijen gaan er op vooruit, ook de student. Die krijgt er aanzienlijk meer studeeropties voor terug. Na de bachelorfase ligt er een zeer breed scala aan doorstroommogelijkheden. Op zich is dat al een kunstwerk.'

Hoe komt u aan die 12 tot 15 procent herverkaveling van het TU-onderzoek, te bereiken in 2007?

'Je moet ergens een lijn trekken. Het had ook meer of minder kunnen zijn, maar het was een politieke keuze. We denken dat die 12 tot 15 procent voor de drie TU's haalbaar is.'

Het woord fusie is in de plannenmakerij niet te ontdekken. Het gaat om een virtuele universiteit, hoe vaag dat ook klinkt.

'Je moet het beestje een naam geven, virtueel klinkt inderdaad vaag. Het gaat om de intentie. Een fusie is niet aan de orde. Dan denk ik aan een strak keurslijf met machtsposities en poppetjes. Dat willen we niet, we willen ruimte voor ieders specifieke kwaliteiten en sterktes. De drie TU's doen het goed in Europa, maar het is nog absolute geen top en dat willen ze wel. Dat kan alleen gezamenlijk, met bijvoorbeeld ook één leerstoelenbeleid.'

Maar met behoud van een eigen profiel en brand , staat er in de nota. De bachelors zijn, zeg maar regionaal georienteerd, dus daar kan ieder voor zich vrijuit werven. Maar waar blijft de brand bij het gezamenlijk werven van buitenlandse studenten?

'Het uiteindelijke doel is meer technische studenten binnen te halen en meer ingenieurs af te leveren. Aan die insteek committeren de drie TU's zich. Maar ze kunnen zich heel goed zelf aanprijzen bij buitenlandse studenten. Zolang ze dat maar niet ten koste van de andere twee doen'.

Ziet Delft niet veel meer perspectief in de pas gesloten alliantie met Leiden dan samen te werken met de andere TU's? Met andere woorden ligt er dan niet een tijdbom onder de drie TU-samenwerking?

'Van een tijdbom is absoluut geen sprake. De plannen van de drie TU's, dat is onze core business en heeft prioriteit boven alles. Daar gaan we ook met z'n allen voor. Het laat onverlet dat er met aanpalende universiteiten kan worden samengewerkt op bepaalde gebieden. En ja, als blijkt dat eenbepaalde samenwerking contraproductief zou zijn voor de drie TU-activiteiten dan zullen we dat bespreken in de Stuurgroep. '

Het verbeteren van de aansluiting tussen voortgezet onderwijs en de universiteiten is een van de aanbevelingen. De vwo-scholen kunnen zich met behulp van een TU profileren en hun curriculum meer toesnijden op jong, techniek georienteerd talent. Prima, maar weten die scholen al dat dit staat te gebeuren?

'Nee, maar we zijn zo vrij om zelf het initiatief te nemen. In die positie verkeren we immers. Het moet ergens vandaan komen.'

Bert Groenman

Loek Hermans


Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.