Een meester is anders. Okee, je krijgt hem ook, maar dat is maar voor even. Tref je een vervelende, geen nood, tanden op elkaar, volgend jaar krijg je vanzelf een andere. Of misschien kun je hem wegpesten. Hij heeft ook gezag, maar dat stelt zoveel niet voor. Als hij jou wijst op jouw verantwoordelijkheden, dan spreek je hem aan op de zijne. Als jij het hebt verkloot, dan heeft hij zijn werk niet goed gedaan. Kortom, wat er ook fout gaat, de schuld ligt uiteindelijk altijd bij hem. Vraag het maar aan Mans.
En nu moeten we de burgemeester dus gaan kiezen. Omdat dat democratisch is, jengelt het partijtje dat verder niets te melden heeft. Zoals het ongetwijfeld ook democratisch zou zijn geweest wanneer ik mijn leerkrachten had kunnen kiezen. Of mijn ouders. Maar was ik daarmee beter af geweest? Ik had zeker een vader gewild van wie ik elke avond laat naar bed mocht, van wie ik onbeperkt mocht snoepen en van wie ik alleen maar hoefde te doen waar ik zin in had. Maar waarom had die vader mij gewild? Een eenvoudige wet zegt dat hoe meer moeite mensen moeten doen om een positie te bereiken, hoe meer ze daarvoor terug willen. Die beloning kan dan bestaan uit geld, aanzien of macht. En dat is dan ook precies de voorspelbare reactie van de burgemeesters op de jongensdroom van De Graaf: Ze vinden het best dat ze campagne moeten gaan voeren, maar dan willen ze wel meer bevoegdheden.
En gelijk hebben ze. De Nederlandse burger wil helemaal geen burgemeester kiezen. Het zetelaantal van D66 zegt wat dat betreft genoeg. De burger wil hooguit een zittende burgemeester kunnen wegsturen. Bram Peper werd door de rode Rotterdammers ooit juichend binnengehaald. Pas veel later wilden de would-become-Fortuynisten hem weer kwijt. Maar om zulke kankeraars hun zin te geven heb je geen burgemeesterverkiezing nodig. Dat kan ook met een wat minder automatische herbenoeming. Hoe dan ook, de positie van de eerste burger verschuift verder van meester naartrainer. Als het publiek mort is hij de eerste die eruit vliegt.