Vrijheid versus commercieel nut

| Redactie

Een achterhoedegevecht. In een rede aan de ondernemende Universiteit Twente haalde minister Brinkhorst van Economische Zaken fel uit naar de pleitbezorgers van de `onafhankelijke' universiteit. Die laatsten lieten zich ook niet onbetuigd in hun openingstoespraken voor het nieuwe academische jaar.


Het is de `ivoren toren' van de vrije wetenschap versus de `agora' van het marktdenken, aldus Brinkhorst. Deze oude strijd leek vorig jaar beslist in het voordeel van het laatste. De openingstoespraken stonden toen bijna allemaal in het teken van toponderzoek, prestatie en innovatie. Het adagium van Philips (kennis, kunde, kassa) leek de academische wereld veroverd te hebben. De sceptici lijken zich nu hervonden te hebben en slaan hard terug.

Het is niet zomaar een academische discussie. Er staat veel op het spel. Binnenkort komt het kabinet met plannen voor een andere manier van bekostiging van universitair onderzoek. In november brengt het Innovatieplatform hierover advies uit. Minister Brinkhorst haalde wetenschapsfilosoof Michael Gibbons aan, die stelt dat innovatie in dit tijdperk van mondialisering vooral plaatsvindt door het leggen van interdisciplinaire dwarsverbindingen, ook met bedrijven.

`Daarbij is er meer samenspel tussen fundamenteel onderzoek aan de universiteit en de maatschappij.' Brinkhorst noemde de tegenstelling met de klassieke universiteit als Bildungsinstitut ` in hoge mate retorisch en denkbeeldig. Want de samenleving en ook bedrijven verwachten niet dat universiteiten het nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek opgeven.'

Toch is dat precies waar zijn tegenstanders bang voor zijn. Zoals collegevoorzitter Wim Noomen van de Vrije Universiteit, die kabinet en bedrijfsleven betichtte van `een eenzijdige, veelal kortetermijnvisie' op de betekenis van wetenschap voor de samenleving. `Wetenschap heeft niet allereerst een economische maar een culturele functie, waaraan de eis van economisch rendement afbreuk kan doen.' Voor de duidelijkheid haalde hij een uitspraak van werkgeversvoorzitter Schraven aan, dat wetenschappelijke instellingen het als hun missie moeten zien om voor het bedrijfsleven te werken, daartoe desnoods gedwongen door de overheid.

Volgens Noomen wil dat niet zeggen dat de VU niet intensief wil samenwerken met het bedrijfsleven. Maar fundamenteel onderzoek, het `kloppend hart van de kennisinfrastructuur', noemde hij daarbij een randvoorwaarde. Onafhankelijk onderzoek moet niet afhankelijk zijn van `het najagen van resultaten die in de praktijk dadelijk bruikbaar zijn, maar de samenleving moet ruimte bieden aan instellingen waar mensen betaald worden om fouten te maken. Trial and error.'

Als om Noomens gelijk te bewijzen pleitte Philips-topman Gerard Kleisterlee tegelijkertijd op de Universiteit van Tilburg voor het aan elkaar koppelen van onderzoek en marketing. `Philips spreekt pas van innovatie als het daadwerkelijk geld oplevert.' Die woorden leken goed besteed aan rector magnificus Lamberts van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij sprak liever van een `multiversiteit', gezien de aandacht voor maatschappelijke dienstbaarheid, de verbondenheid met ondernemingen en de toenemende commercialisatie. Als lichtend voorbeeld noemde hij het Academic Centre TransPORT, een samenwerkingsverband met bedrijfsleven, lokale overheden en de TU Delft. `De ambitie is tot de top drie centra in de wereld te gaan behoren.' Dat is nu precies het marktdenken dat Brinkhorst als muziek in de oren moet klinken.

HOP, Onno van Buuren


Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.