Sevenstern werd op 1 mei 1997 benoemd als voorzitter van de eerste RvT en bekleedde die functie tot 1 november 2001. Dat was de datum dat hij, na een in de pers breeduitgemeten rel over zijn declaratiegedrag als oud-bestuursvoorzitter van vervoersmaatschappij Connexxion, opstapte als voorzitter. Hij bleef wel lid van de RvT, tot mei 2004.
Van Vught roemde bij de uitreiking Sevensterns `grote persoonlijke betrokkenheid' bij de UT, zijn `stimulerende en ondernemende opstelling' en zijn `hulp bij het waarmaken van de externe ambities van de UT'. Kortom, Sevenstern was een betrokken meedenker in plaats van een afstandelijke regent, aldus Van Vught.
De erepenning van de UT is begin jaren negentig ingesteld en wordt - met wisselende tussenpozen - toegekend aan personen van buiten de instelling personen die zich `in hoge mate verdienstelijk' hebben gemaakt voor de UT. In `zeer bijzondere gevallen' kan de onderscheiding ook aan een UT'er worden uitgereikt. Dit was overigens tot nu toe in drie van de zeven keer het geval. Het college van bestuur doet ieder jaar een oproep voor het indienen van voorstellen en besluit over de toekenning van de penning, eventueel na consultatie van een adviescommissie.
Sevenstern is de zevende houder van de erepenning. Hem gingen voor oud-hoogleraar R. van Hasselt, oud-UT-rector P. Zandbergen, oud-CvB-voorzitter mr. C. van Lookeren Campagne, oud-voorzitter van het Universiteitsfonds dr. H. Wolhoff, oud-burgemeester van Enschede H. Wierenga en oud-Commissaris van de Koningin mr. J. Hendrikx.
Frans Sevenstern