`We blijven op zoek naar talent'

| Redactie

De afdeling technische natuurkunde van de faculteit Technische Natuurwetenschappen staat aan de internationale top. Zeven jaar geleden viel de visitatie van haar onderzoekperformance ver beneden de maat uit, maar vorige week betoonde een zware, buitenlandse beoordelingscommissie zich in haar eindrapport enthousiast over de wijze waarop de Twentse fysici de laatste jaren aan de weg timmeren. De sleutel van het succes?


Decaan Alfred Bliek, net een jaar werkzaam bij TNW glimt. `De visitatie van de natuurkundeopleidingen was een beetje in het slop geraakt doordat een paar opleidingen in den lande het niet eens waren met de aanpak en zich daarom terugtrokken. Deze recente beoordeling is op ons eigen initiatief tot stand gekomen. De VSNU (de belangenbehartiger van de gezamenlijke universiteiten, red.) laat de visitaties in de toekomst uitvoeren door Qanu, een zelfstandige organisatie die al naar gelang het vakgebied gerenommeerde beoordelaars aantrekt. We zijn een van de eerste opleidingen die zijn bekeken. Ik verwacht dat Delft/Leiden en Eindhoven zullen volgen zodat we ook een nationaal referentiekader hebben.'

Over de resultaten is Bliek zeer te spreken. `Mijn voorgangers hebben als decaan de fundering gelegd, de faculteit - en daarbinnen de afdelingen- borduren daar op verder.' Hij vertelt dat het voortbestaan van zijn faculteit staat of valt met de kwaliteit van haar onderzoek. Dát is de kritische succesfactor. `Ons onderwijs mag er ook zijn, maar de beperkte studentenaantallen maken dat TNW nooit alleen van haar opleidingen kan bestaan. We kunnen niet terugvallen op louter onderwijs, en dus kunnen we ons niet permitteren dat de kwaliteit van het onderzoek wegzakt. We hebben relatief weinig studenten, 950, en in totaal 650 medewerkers, en dat zet -op basis van het UT-verdeelmodel- financieel geen zoden aan de dijk.

`Anderzijds is de universiteit ook een onderwijsinstelling, dus moeten we toezien op een voldoende hoge instroom. Faculteiten zonder een voldoende groot aantal studenten zullen altijd onder druk blijven staan. We denken dat het totale aantal ingeschreven studenten bij TNW de komende jaren weer behoorlijk gaat groeien. Om te overleven blijft echter de kwaliteit van onderzoek van cruciaal belang en daar is iedereen zich van bewust. Daar zit het grote geld, en dus wordt de staf binnen de faculteit afgerekend op het binnenhalen van externe projecten, dus in de tweede en derdegeldstroom.

`We koersen op onze gezamenlijke inverdiencapaciteit. De noodzaak om kwaliteit te leveren - wetenschappelijke prestaties zijn continu onderhevig aan reviews - legt een zwaar beslag op de onderzoekers, maar biedt aan de andere kant ook prikkels en uitdagingen. En dus perspectief.'

Het nieuwe personeelsbeleid is een belangrijke factor voor het succes van de Twentse technische natuurkunde. De beoordelingscommissie spreekt van nurturing of talent. Het koesteren van competenties. Hoe zit dat?

`We hebben drie topgroepen die alle worden geleid door hoogleraren die we stuk voor stuk, recent of in de loop der jaren, naar Twente hebben gehaald, zoals Lagendijk, Vos, Rogalla en Lohse. Topwetenschappers komen alleen van elders omdat de onderzoeksomgeving in Twente uitstekend is. We zullen altijd bewust op zoek blijven naar talent van buiten. De filosofie is dat toppers, als ze eenmaal hier zitten, op hun beurt ook weer talent aantrekken. In Twente, daar gebeurt het. Het wèrkt: voor de vacature Mellema (een onlangs vertrokken hoogleraar, red.) hebben zich achttien buitenlanders aangemeld. Dat is aardig wat.'

Het lijkt een beetje op een Nederlandse topclubzo als Ajax of PSV die steeds op zoek zijn naar talent om de strijd met de internationale concurrentie het hoofd te bieden. Op eigen kracht en eigen kweek lukt dat niet, maar een of meer erkende toppers van buiten zorgen direct voor meer uitstraling en performance.

Bliek: `Ik kan de vergelijking plaatsen. Hier en daar zit er best wat in. Maar ook weer niet. De hoogleraren die we hier naar toe halen worden er persoonlijk niet beter van, althans niet in financieel opzicht. Het gaat ze om apparatuur en faciliteiten, om een excellent onderzoekklimaat dus. We kunnen ze dat bieden, al kost het een paar cent. Maar dan heb je ook wat.'

Dit transferbeleid van TNW is één factor, vervolgt Bliek, maar het is niet het hele verhaal. Ook de ontwikkeling van eigen talent moet veel aandacht krijgen, benadrukt hij. Hij verwacht dat het personeelsbeleid van de faculteit in het kader van UFO (de ordening en herijking van functies binnen de universiteiten die dit voorjaar is afgesloten) veel transparanter wordt. Met voor iedereen duidelijk geformuleerde eisen aan bevorderingen. `Hierdoor weet een ieder veel beter wat er verwacht wordt.'

`Heel belangrijk' noemt hij ook het aanbieden van tenure tracks aan daarvoor geselecteerde hoofddocenten. `Uhd's zitten vaak in een positie dat ze in de schaduw van de hoogleraar opereren, veel werk voor hem opknappen, projecten binnenhalen, aio's begeleiden, maar de uiteindelijke eer moeten laten aan hun baas. De stap naar het begeerde hoogleraarschap wordt niet gerealiseerd. Niet zozeer omdat ze dat niet zouden kunnen, maar veeleer omdat er geen plaats is. En dat kan frustrerend zijn. De prikkel begint te ontbreken, er dreigt een situatie te ontstaan waarbij er geen ontwikkelingslijn meer is. Waar doen we het nog voor, vraagt men zich af. Welnu, we staan op het punt om een beperkt aantal uhd's een persoonlijk professoraat aan te bieden voor vijf jaar. In die periode mogen ze hun eigen onderzoekslijn opzetten en kunnen ze zich los van hun prof verder ontplooien als wetenschapper en manager. Na die vijf jaar dalen ze weer in als uhd, tenzij ze zich hebben waargemaakt: dan blijven ze hoogleraar.'

Bliek is ervan overtuigd dat de nieuwe opzet heel goed kan werken, maar er zit ook een risico aan: als een uhd zich niet goed ontwikkelt in een persoonlijk hoogleraarschap is er voor alle partijen een probleem. Daarom: `Het gaat erom dat we als faculteit duidelijk zijn in wat we van de mensen verwachten. Dat geldt over de hele linie. Naast onderzoek verzorgt iedereen onderwijs. Het geldt voor ud's die uhd willen worden, maar ook voor hoogleraren die van de categorie A naar B willen. Een ud doet het goed als hij of zij binnen een bepaalde tijd twee of drie projecten binnenhaalt. Dat is een conditie voor een bevordering. Het betekent dat men sowieso de vaardigheid moet bezitten om goede projectvoorstellen te schrijven. We stimuleren daarom het aanvragen van Vidi- en Vici-aanvragen. Dat lukt aardig'.

De decaan vindt het wel een punt dat als gevolg van de vertragende werking van het vigerende financieel verdeelmodel de UT haar jonge hoogleraren pas na twee jaar geld geeft voor promovendi. `Dat betekent dat ze heel traag een fatsoenlijk onderzoeksbudget opbouwen. TNW probeert dat te compenseren met een startfonds - een soort voorfinanciering - maar het CvB zou nog eens goed naar de vertragingen die het verdeelmodel in zich draagt moeten kijken.' Bliek beseft dat er binnen de UT-faculteiten grote verschillen bestaan in het relatieve belang van onderwijs en onderzoek. De technische faculteiten leunen veel zwaarder op hun onderzoek dan BBT en GW. `Of de UT zich terecht een researchuniversiteit noemt? Deze term leidt her en der tot verwarring, dat klopt, maar betekent niet meer dan dat de UT een promotieprogramma aanbiedt. Het betekent in het geheel niet dat deze universiteit geen of minder belang hecht aan onderwijs. Alle Nederlandse universiteiten beschikken over een promotietraject, dus voldoen ze aan dat begrip. Maar er zijn in de wereld ook universiteiten die zich focussen op onderwijs.'

Enige zorgen maakt Bliek zich over de achterblijvende instroom van nieuwe studenten. Ok, het trekt dit jaar weer een beetje aan, maar het houdt allemaal nog niet over. Zeker niet in vergelijking met andere landen in Europa, waar techniek studeren populairder is. Verwachtingen ten aanzien van de groei van het studentenaantal heeft hij op korte termijn vooral van nieuwe opleidingen binnen TNW: Technische Geneeskunde, Biomedische Technologie en - helemaal nieuw - Advanced Technology, in september gestart met 25 studenten. `Onze filosofie wat deze opleiding betreft is gebaseerd op het feit dat het gros van de studenten helemaal niet de ambitie heeft om wetenschapper te worden. Voor die categorie studenten is het belangrijk dat ze kennis operationaliseert. In het onderwijs moeten we meer doen dan deze studenten volgieten met vakken. Verder is belangrijk dat we ze tijdens de studie blijven motiveren en duidelijk maken waar de vakken toe dienen. Advanced Technology is een technische opleiding sterk gericht op het toepassen van kennis in nieuwe producten. Docenten en studenten bewandelen als het ware de omgekeerde weg: ze beginnen bij het eindproduct en gaan dan terug naar het ontstaan daarvan. We bekijken nog of het een driejarige bachelor blijft of dat er een master aan vast wordt geplakt.'

De populariteit voor zo'n toegepaste studie kan ten koste gaan van de meer fundamentele richtingen. En roept dus binnen de faculteit weerstand op. `Ik begrijp dat wel, maar ik denk toch dat we met deze opleiding een nieuwe categorie studenten aanspreken. En die hebben we echt nodig, willen we meer technici op de markt brengen'.

Bert Groenman

Alfred Bliek: ….nieuwe categorie studenten…

De faculteit koestert z'n talert


Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.