`Dit is de manier om de top te halen'

| Redactie

Het Sectorplan Wetenschap & Technologie kwam tot stand onder leiding van oud-onderwijsminister Loek Hermans. Ruim een jaar werkte hij met de drie collegevoorzitters van Delft, Eindhoven en Twente aan het plan. Bij de presentatie van `Slagkracht in innovatie' afgelopen dinsdag in Den Haag stelde Hermans dat het plan `perfect aansluit bij de ambities van het kabinet en het Innovatieplatform ten aanzien van versterking van de kenniseconomie.' Dat vinden ook staatssecretaris Nijs en de drie CvB-voorzitters.


`Investeren is noodzakelijk als we op Europees topniveau mee willen doen. Als er één moment waarop je moet doorzetten, dan is het nu,' aldus Hermans. Ook bij hem was er enige teleurstelling dat staatssecretaris Nijs zich weliswaar enthousiast betoonde over het plan, zich daar ook aan committeerde (`dit moet slagen'), maar met geen enkele financiele toezegging over de brug kwam. Maar van die tegenvaller voor de stuurgroep was tijdens de presentatie niets van te merken. Rector/voorzitter Frans van Vught, weer terug op de UT: `We zijn blij dat Nijs, het bedrijfsleven en ook de medezeggenschapsraden positief oordelen over het sectorplan. De staatssecretaris bleek zelfs heel enthousiast, gebruikte de fraaiste kwalificaties, noemde ons trendsetters. Wie weet wil ze wel toe naar een soort sectorplanbeleid van universiteiten. We kregen dinsdag echter geen enkele financiële toezegging. We gaan nu met alle betrokken partijen praten over de financiering van het plan. We zijn zo een half jaar verder. Het raamwerk staat, maar in feite beginnen we nu pas.'

Nijs zelf: `Het staat er allemaal heel duidelijk en doordacht. Het is een unieke stap, waarmee de tu's hun nek uitsteken. Ik ben het met VNO/NCW (werkgevers, b.g.) eens dat dit dé manier is om de top te halen en in Europa een vuist te maken. Ik vind dat ik mijn uiterste best moet doen om dit plan te laten slagen, maar ik moet u uit de droom helpen: ik heb geen zak geld meegenomen. We gaan eerst met alle partijen bespreken wie wat gaat betalen. We maken afspraken over de te halen doelen, over de rol van de universiteitsraden en het tijdspad tot 2010 en gieten dat in een convenant. Ik zit niet aan het stuur van deze operatie - het zijn strategische keuzes van de drie tu's- maar ik sta ook niet aan de zijlijn. Ik zou het breder willen trekken, dit is een kabinetszaak.' De bewindsvrouwe zei zich te realiseren dat uitwerking van dit en andere sectorplannen om allerlei wettelijke veranderingen vraagt. Ze wees in dit verband op de nieuwe hoger onderwijswet die er zit aan te komen.

Stuurgroepvoorzitter Hermans sprak van `noodzakelijk lef' van de drie TU's. `Ze hebben de absolute wil om verder te komen. Als we met z'n allen de doelstellingen van Lissabon willen halen -en dat willen we- dan laten we dit plan slagen.' De kracht van het rapport zit `em volgens Hermans in het bottom-up principe. Na een wat aarzelend begin is er heel nadrukkelijk gekozen voor een bottom-up benadering om de eerder geuite vrees vanuit met name Delft en Eindhoven voor een top-down werkende extra bestuurslaag weg te nemen: `In eerste instantie bepalen de onderzoekers zelf welke keuzes er worden gemaakt: zij geven aan waar de prioriteiten liggen. Maar zo'n bottom-up benadering kan een zachte spons worden als je geen knopen doorhakt. Je moet een top-down beslissingsmoment inbouwen. Daarom krijgen de drie collegevoorzitters `doorzettingsmacht'. En als zij er onderling niet uitkomen, komt het bij de Raad van Advies, dat als bindend gremium boven de instellingen moet staan.

Hermans erkende dat de werktitel voor de samenwerkende tu's (`Federation of Technical Universities') niet zal werken in het buitenland. `Daarover moeten we het nog hebben. Misschien wordt het Technical Universities Netherlands. Zeker is alleen dat we ons in het buitenland als één instelling zullen presenteren.' De oud-minister stelt ook er altijd wel enige rivaliteit tussen de drie instellingen zal blijven, maar de scherpe kanten zijn er wel af. `In 2010 moet het er niet meer toe doen waar een bepaalde onderzoeksopdracht terechtkomt. Nederland is in feite te klein voor concurrentie tussen drie technische universiteiten. Dit plan gaat over bundeling van krachten, om samen te kunnen concurreren met andere topuniversiteiten. Ook het MIT in Amerika is onze concurrent.'

Bert Groenman

Nijs aan het woord tijdens de presentatie van het Sectorplan.


Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.