Het huidige onderwijssysteem dreigt zijn uiterste houdbaarheidsdatum te overschrijden, aldus Letschert. Leraren voelen zich in hun deskundigheid veronachtzaamd, ouders trekken niet meer vanzelfsprekend één lijn met hen. Maatschappelijke druk op het curriculum leidt tot overbelasting,
willen meten en vergelijken van onderwijskwaliteit is aan de orde van de dag, maar de durf ontbreekt om keuzes te maken en traditionele leerinhouden onder kritiek te stellen, zo betoogt Letschert.
Het hele `funderend onderwijs' - van peuterspeelzaal tot onderbouw van het voortgezet onderwijs - heeft volgens hem als manco dat het de instructie op een voetstuk plaatst. Maar dat werkt niet als het erom gaat leerlingen hoogwaardige en duurzame kennis bij te brengen en inzicht in de stof aan te leren. Of om kinderen het besef en de ervaring bij te brengen dat wat je op school kunt leren ook wezenlijke zaken toevoegt aan je persoonlijke mogelijkheden.
Uit onvrede over dit instructiemodel bepleit Letschert een heroriëntatie. Kinderen horen zich te verwonderen, hun verbeeldingskracht moet gestimuleerd en leraren kunnen hen dan ook beter de goede vragen (laten) stellen, dan antwoorden voor te koken die slechts reproductie vereisen. Daarvoor is wel een curriculum nodig waarin `we ophouden het als lastig te ervaren dat kinderen verschillen, maar waarin we die verschillen juist zien als een gegeven rijkdom'. In een daarop aangepast leerplan is niet een bepaald gemeenschappelijk leerstofniveau de maat. En dat zijn de kinderen zelf. Dat brengt de pedagogiek terug als kern van leren en onderwijzen. Juist daar ligt een grote keuzevrijheid voor scholen en leraren. Een vrijheid die past bij hun opdracht: elke leerling begeleiden in de eigen specifieke ontwikkeling.
Om redenen van samenhang in het onderwijsaanbod en gerichtheid op de doorlopende ontwikkeling van de leerling stelt Letschert zich een opleiding voor, voor het gehele funderend onderwijs van twee- tot en met veertienjarigen. In deze (in de kern) pedagogische opleiding is er,
gezien de breedte van de doelgroep, noodzaak tot specialisatie. Eén voor de leeftijdfase van twee tot acht jaar, en één voor die van negen tot en met veertien jaar. Leraren zijn bevoegd voor de fase waarin ze zich hebben gespecialiseerd. Dubbele specialisatie behoort tot de mogelijkheden. Door het perspectief uit te breiden naar de fase van de onderbouw van het voortgezet onderwijs wordt de aantrekkelijkheid van het leraarsberoep vergroot, aldus de Twentse hoogleraar.
De leerstoel `Curriculumstudies met betrekking tot het funderend onderwijs' is ingesteld door Stichting voor leerplanontwikkeling SLO en ondergebracht bij de faculteit Gedragswetenschappen van de UT.