Benchmarken is het credo

| Redactie

Bedrijven en universiteiten moeten hun kennis op specifieke technologiegebieden veel vaker benchmarken. Hoe ver zijn jullie, hoe ver zijn wij? In bepaalde disciplines is de industrie de wetenschap namelijk ver vooruit, aldus Thales-topman Dick Arnold. Officieel sinds vorige week, maar feitelijk al vanaf eind november bemant Dick Arnold de splinternieuwe `Technology Xchange Cell' van de Hengelose


Bedrijven en universiteiten moeten hun kennis op specifieke technologiegebieden veel vaker benchmarken. Hoe ver zijn jullie, hoe ver zijn wij? In bepaalde disciplines is de industrie de wetenschap namelijk ver vooruit, aldus Thales-topman Dick Arnold.

Officieel sinds vorige week, maar feitelijk al vanaf eind november bemant Dick Arnold de splinternieuwe `Technology Xchange Cell' van de Hengelose multinational Thales (voorheen Hollandse Signaal Apparaten) op de UT. Een dag of twee per week houdt hij kantoor in de Noordhorst, dicht bij het Virtual Reality Lab van de UT, dat in de eerste benchmarkprojecten tussen UT en Thales een belangrijke rol zal spelen.

De ambitie van Arnold is hoog: in volwassen vorm moet de Xchange Cell toegankelijk zijn voor de hele UT, voor alle disciplines, voor regionale, nationale en internationale bedrijven en instellingen, die elkaar in een vroegtijdig stadium op het juiste spoor zetten van toepassingsgericht onderzoek en van innovatieve productontwikkeling.

Maar tegelijk weet Arnold, die technisch directeur research & technology bij Thales is, dat hij klein moet beginnen. `Mijn eerste taak is om deze Cell te positioneren en te laten functioneren. In die fase moeten we met voorbeelden laten zien wat we kunnen, en hoe zinvol het is om technologische kennis tussen industrie en wetenschap te benchmarken. Daar hoort natuurlijk een gewenningsproces bij: welke kennis kun je probleemloos uitwisselen en wat kun je beter niet direct prijsgeven, bijvoorbeeld.'

Voorlopig doet Arnold alles in z'n eentje, met wat secretariële ondersteuning. `Het wiel moet in beweging komen en iemand moet dat doen. Het concept komt uit m'n eigen duim. Ik heb altijd veel met innovatie te maken gehad, veel technologische roadmaps gemaakt, en heel vaak heb ik geconstateerd dat er een gat was tussen datgene waar de wetenschap mee bezig was en waar de industrie naartoe wilde.'

En die gaten wil Arnold zo veel mogelijk dichten. Voor de eerste benchmarkingproeven put hij om te beginnen uit zijn eigen netwerk, `maar de Xchange Cell is geen eigendom van Thales'. De Thales-afdeling training and simulation (verantwoordelijk voor vlieg- en gevechtssimulatoren) wil hij in contact brengen met vakbroeders op de UT; de ontwikkelaars van een geavanceerd kennismanagementsysteem bij Thales (`met minimaal resultaat') wil hij koppelen aan UT-specialisten bij GW en BBT.

Maar al pratende schiet Arnold al gauw door naar grotere, toekomstige projecten. `Innovatie in de zorg' is een speerpunt in deze regio. Als je nou kijkt naar ict-toepassingen in die sector, dan lopen ze daarmee vijftien jaar achter vergeleken bij de militaire sector. Als je die twee met elkaar in contact brengt, kun je met vrij eenvoudige middelen enorme stappen voorwaarts maken.'

Van de voorbeelden die CTIT-directeur Peter Apers eind november 2003 in zijn dieslezing gaf van toepassingen op het gebied van smart surroundings, ook in de zorgsector, is Arnold niet onder de indruk. `Dat soort dingen heb ik vijf jaar geleden al op het MIT gezien. Ik wil niet onaardig doen, maar wat in Nederland als `top' of `speerpunt' geldt, dat valt mondiaal gezien vaak nog wel mee. Als je van Nederland een echte kenniseconomie wilt maken, moet er nog veel gebeuren.'

Arnold ziet zijn T-Xchange Cell als pilotproject dat goed past in de inspanningen van het nationale Innovatieplatform om Nederland op te stoten in de vaart der volkeren. `Engineering Innovation' is de ondertitel van de cell. `Open innovatie' is de term die Arnold hanteert, om zijn concept te omschrijven: wetenschappers en marktpartijen die in een vroege fase van de productontwikkeling, het liefst nog in de ideeënfase, bij elkaar gaan zitten en gezamenlijk tot oplossingen komen. In de vervolgfase van dit innovatieconcept ziet Arnold een belangrijke rol weggelegd voor het VR-Lab van de UT, waar nog niet bestaande producten in een niet bestaande omgeving getest kunnen worden.

De UT en Thales tekenden afgelopen maandag een convenant over de samenwerking in de Xchange Cell en de rol van Arnold daarin. De Thalesman is gemiddeld een tot twee dagen op de UT en rapporteert rechtstreeks aan het college van bestuur. Arnold blijft in dienst van Thales, dat ook zijn salaris, secretariële ondersteuning en kantoorruimte op de UT betaalt.

Menno van Duuren

Dick Arnold: ... niet-bestaande producten testen in een niet-bestaande omgeving ...


Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.