Frans van Vught werd in januari 2003 lid van het tweede landelijk Ambassadeursnetwerk, een initiatief van de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Economische Zaken. Wetenschap en bedrijfsleven moeten in dit netwerk, bestaande uit zestien mannen en vier vrouwen mét hoge functies, samen de doorstroming van vrouwen naar hogere en topfuncties een extra impuls geven. Afgelopen jaar gebeurde dat onder het motto `Vrouwelijke leiders zichtbaar'. Want hoewel het aantal vrouwen op hoge posities de afgelopen twintig jaar behoorlijk is gegroeid - in het bedrijfsleven, bij de overheid en in de politiek - zijn vrouwelijke leiders in het Nederland van de 21e eeuw nog altijd niet vanzelfsprekend. En dat is zeker het geval op de technische universiteiten. In november 2003 bedroeg het aantal vrouwelijke hoogleraren en universitair docenten in Twente 7,5 procent. Dat is beter dan Delft (3,5 procent) en Eindhoven (5 procent).
De UT doet het wat dat betreft dus nog niet eens zo heel slecht.
`Klopt, maar de cijfers moeten hoger. We doen het inderdaad iets beter dan Delft en Eindhoven. Dat dicht ik niet toe aan het feit dat wij ook niet-technische faculteiten kennen. Nee, we hebben een paar goede vrouwelijke technische wetenschappers in huis.'
Wie zitten er in deAdviesraad Diversiteit en wat zijn hun plannen?
`In de raad - met CvB-collega Huib de Jong als voorzitter- zitten de vrouwelijke hoogleraren Riet Peters, Suzanne Hulscher, Marijk van de Wende, de decaan Gedragswetenschappen Lieteke van Vucht Tijssen, wetenschappelijk directeur CTIT Peter Apers en decaan CTW Henk Grootenboer. In november zijn ze voor het eerst bij elkaar geweest. Ze gaan doelen opstellen zoals de verhoging van de instroom en verlaging van de uitval van vrouwelijke studenten, verhoging van het percentage vrouwelijke universitair docenten en van het aantal vrouwen op beleidsbepalende functies. De raad houdt de progressie hiervan in de gaten, maakt leidinggevenden bewust van diversiteit en ontwikkelt initiatieven hiertoe.'
Hoe ziet dat er concreet uit?
`Bijvoorbeeld meer aandacht voor vrouwen in benoemingscommissies en extra aandacht voor vrouwen bij het wervingsbeleid. Wat we dus heel duidelijk niet willen is dat diversiteit een aparte unit is, maar juist onderdeel van het algemene personeelsbeleid. Op deze manier pak je het probleem breed aan. Het is een kwestie van bewustwording.'
Werkt u zelf graag met vrouwen?
`Mannen of vrouwen zijn voor mij gelijk.'
Omvat het UT- diversiteitbeleid ook achtergestelde groepen als allochtonen en gehandicapten?
`Nee, ik vind dat in deze situatie vrouwen niet kunnen worden vergeleken met allochtonen of gehandicapten. De helft van de bevolking bestaat uit vrouwen en ze zijn niet als zodanig achtergesteld! Bovendien hebben we op de UT te maken met een steeds grotere instroom van allochtone studenten en ook onder de medewerkers is allochtoon personeel. De problematiek zit `m daar niet in.'
Tijdens de slotmanifestatie van het Ambassadeursnetwerk 2003 nam u deel aan een rondetafelgesprek `waar blijven de bètavrouwen?' Wat hebt u daar verteld?
`Dat Nederland enorm achterloopt als het gaat om vrouwen in de bètawetenschap. In landen als Engeland, Ierland en Zweden werken twee keer zo veel vrouwen in de technische wetenschappen. De vraag blijft natuurlijk hoe je techniek aantrekkelijk maakt en dat zal al moeten beginnen op de middelbare school. Uit enquêtes is gebleken dat vrouwen graag een eigen invulling geven aan technische studies door het maken van combinaties. Ook is bekend dat vrouwen een meer intuïtieve en creatieve benadering hebben bij bepaalde vakken. Die gegevens moeten gebruikt worden bij de ontwikkeling van technische vwo-profielen.'
Het jaar als ambassadeur is voorbij. En nu?
`Het heeft wel iets bij me teweeg gebracht. Ik heb meer begrip en aandacht gekregen voor de problematiek van het glazen plafond. Dat heeft nu zijn invloed op mijn denkwijze. Wat dat betreft ga ik, op een eigen manier weliswaar, door als ambassadeur. Ik ben er namelijk van overtuigd dat het Ambassadeursnetwerk ook echt werkt door zijn wijze van organisatie. Het effect is blijvend.'