'Actievere opstelling naar vwo nodig'

| Redactie

'Nanotechnologie wordt de productietechnologie van de toekomst genoemd, maar vergeleken met de procestechnologie liggen toepassingen op dat terrein nog ver weg'. UT-hoogleraar Hans Kuipers verwacht veel van het gezamenlijke onderzoeksprogramma dat 35 onderzoeksgroepen van zes universiteiten gaan uitvoeren.

Hoogleraar Hans Kuipers zit in het managementteam van de UT-onderzoeksschool Procestechnologie (OSPT), dat sinds een half jaar opereert onder de paraplu van IMPACT. 'De procestechnologie is een ontwikkeld vakgebied,' aldus Kuipers. 'Maar nog lang niet af, zoals veel nationale beleidmakers ten onrechte denken.'

In december liep de OSPT een serieus bedrag uit de nationale aardgasbaten mis om het ambitieuze onderzoeksprogramma (samengevat in het Groene Manifest) waar te maken. En dat raakt Kuipers. Een internationaal review-panel onder leiding van professor Dudukovic (Washington University, St. Louis) prees onlangs de onderlinge samenhang en de nieuwe koers van het OSPT. Onder leiding van de huidige wetenschappelijke directeur van de OSPT, de Delftse hoogleraar Harry van den Akker, zijn zes nieuwe generieke onderzoeksthema's geformuleerd voor toekomstig onderzoek in de procestechnologie.

'Vorig jaar moest iedereen kleur bekennen, en dat was niet altijd gemakkelijk', zegt Hans Kuipers. 'Alle hoogleraren - en dat zijn er bij de OSPT een stuk of vijftig - moesten kiezen in welke twee onderzoeksthema's zij wilden participeren. Die spelregel hadden we afgesproken om een serieuze input aan de gekozen thema's te kunnen waarborgen.'

De slagkracht van de OSPT, samengesteld uit 35 onderzoeksgroepen van zes universiteiten, is door de nieuwe afstemming al flink vergroot. In de top 50 van kennisinstituten in Nederland, zoals gepubliceerd in het Technisch Weekblad, staat de OSPT op een negentiende plaats qua personeelsomvang. Bovendien is de club goed voor 500 publicaties en een tiental octrooien.

Uitstekende prestaties, op een vakgebied dat Kuipers beschouwt als sleuteltechnologie voor het oplossen van een aantal grote problemen in de toekomst. Het vakgebied kent toepasingen in sectoren als: voedingsmiddelenindustrie, biotechnologie, energieopwekking, zuiveringsprocessen en de synthese van diverse materialen en basischemicaliën.

Kuipers: 'Er wordt veel gesproken over waterstof als belangrijke nieuwe energiedrager voor de toekomst. Maar dan moeten er wel verbeterde en efficiënte, grootschalige productieprocessen gerealiseerd worden. Ook op andere energiedragers zet het OSPT in, zoals de ontwikkeling van nieuwe reactortechnologie voor de thermochemische conversie van biomassa.'

Samenwerking met het bedrijfsleven vindt plaats in promotieprojecten waarbij zowel het salaris als de benodigde apparatuur volledige externe financiering kent. Een fifty-fifty verdeling tussen tweede en derde geldstroom misstaat volgens Kuipers niet, hoewel in het huidige financiële verdeelmodel van de UT tweedegeldstroomprojecten nog steeds aantrekkelijker zijn.

Promovendi en ontwerpers van de OSPT twaio-opleiding zijn gewild bij het bedrijfsleven. Verder verzorgt het OSPT cursussen voor promovendi en voor geïnteresseerden uit bedrijfsleven en semi-overheid. Buitenlandse experts worden daarbij ingeschakeld, terwijl vanuit het buitenland regelmatig uitnodigingen komen om OSPT-cursussen daar te verzorgen.

Als goed voorbeeld van inhoudelijke samenwerking met de industrie noemt Kuipers het pas gestarte project met Hydro Agri, waarbij men fundamenteel onderzoek verricht aan fluid bed granulatie, een technologie waarvoor dit bedrijf veel patenten heeft verworven. Centraal in dit proces staat het gecontroleerd laten groeien van ureumdeeltjes tot deze de gewenste omvang hebben. Kuipers: 'Zo wordt grootschalig kunstmest geproduceerd, tot 3000 ton per uur in de grootste installaties. Met experimenteel gevalideerde modellen krijgen we inzicht in deze complexe processen. Vervolgens kunnen we een gerichte manier procesverbeteringen te realiseren.'

Sinds een half jaar valt het OSPT officieel onder de paraplu van UT-onderzoeksinstituut Impact. Kuipers noemt deze inbedding 'volkomen logisch', gezien het multidisciplinaire karakter van de procestechnologie.

Kuipers: 'Er zijn veel aanpalende disciplines, zoals mechanica en stromingsleer. Ik verwacht veel van het toepassen van complexe wiskundige technieken op allerlei onderdelen van de procestechnologie. Het door de UT gehonoreerde onderzoekspeerpunt Dispersed Multiphase Flow, is daar een goed voorbeeld van. We hopen door de link met IMPACT te profiteren van nieuwe samenwerkingsverbanden die ontstaan doordat we op nationaal niveau als één instituut naar buiten kunnen treden.'

Het maken van plannen en het doen van onderzoek vinden bij het OSPT plaats onder de continue schaduw van een dreigend tekort aan goed geschoolde technologen. De huidige instroom bij Chemische Technologie is met dertig eerstejaars studenten veel te laag. Daar laten zich in de toekomst nooit voldoende promovendi uit destilleren. In sommige CT-vakgroepen bestaat het tijdelijke wetenschappelijke personeel bijna volledig uit onderzoekers uit landen als India, China, Rusland, Joegoslavië, Italië en Duitsland.

Kuipers: 'Onlangs heeft een van mijn afstudeerders besloten om aan een promotieproject binnen onze vakgroep te gaan werken. Op zo'n moment ben ik echt dolgelukkig. Het gebrek aan instroom zie ik als een facultair probleem. De zichtbaarheid van het vakgebied is duidelijk onvoldoende. Leerlingen hebben de indruk dat het hier om een stoffig vakgebied gaat dat bovendien lastig onder de knie te krijgen is. En dat terwijl er juist zoveel uitdagingen liggen met directe relevantie voor de maatschappij. De boodschap dat procestechnologen in een interessante multidisciplinaire context werken, komt kennelijk onvoldoende over. Een meer actieve opstelling naar de vooropleidingen is nodig. Ik zit te denken aan een-op-een relaties met vwo-scholen. Zo zou een werkeenheid van ons een school kunnen adopteren zodat docenten daar uitleg over dat vakgebied kunnen geven, terwijl leerlingen vanuit die school eens op de UT op bezoek kunnen komen. Natuurlijk doet men er in de faculteit al veel aan. Dat geloof ik ook wel, maar als de cijfers zo achterblijven bij de concurrentie dan heb ik daar geen boodschap aan. Het is gewoon niet goed genoeg.'

Egbert van Hattem


Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.