UT tekent Copernicus-verdrag

| Redactie

Het College van Bestuur heeft begin juli het Europese 'Copernicus-verdrag' - ofwel het 'University Charter for Sustainable Development' - ondertekend. Daarmee heeft de UT zich nu officieel achter het principe van duurzame ontwikkeling geschaard. Wel na de nodige aarzelingen; het verzoek tot ondertekening dateert alweer van augustus 1993 en vele Europese universiteiten, waaronder alle Nederlandse, gingen de UT inmiddels voor.

Het initiatief tot het University Charter is afkomstig van het Europese College van Rectoren (CRE) in Genève, de vereniging van Europese universiteiten. Het Charter is gekoppeld aan 'Copernicus' ('Cooperation Programme in Europe for Research on Nature and Industry through Coordinated University Studies'), een internationaal samenwerkingsprogramma dat de aandacht voor duurzame ontwikkeling in onderwijs en onderzoek wil bevorderen.

Door ondertekening van het Charter verbindt een universiteit zich aan tien zogenaamde 'principles of action', een soort voornemens voor het op touw zetten van concrete activiteiten op het vlak van onderwijs en onderzoek, management, internationale samenwerking en technologie-overdracht. Deze actiepunten zijn overigens nogal algemeen; elke instelling wordt geacht ze zelf nader in te vullen en in de eigen missie vast te leggen.

De UT heeft niettemin bij de ondertekening van het Charter ten aanzien van de actiepunten een voorbehoud gemaakt. Volgens rector Th. Popma (in zijn brief aan de CRE) houdt de ondertekening wel in dat de UT de intenties van het Charter ondersteunt, maar niet dat zij elk van de tien 'principles of action' ook evenveel gewicht zal geven in het toekomstige UT-beleid ten aanzien van duurzame ontwikkeling en milieuaangelegenheden.

CvB-voorzitter B. Veltman over de redenen van de behoedzaamheid: 'Ons is gebleken dat van de Nederlandse universiteiten die het verdrag al hebben ondertekend de meesten veel meer hebben toegezegd dan ze kunnen waarmaken. Dat wilden wij niet. Wij hebben het CRE geschreven dat wat wij beloven misschien wel mager is, maar dat we het wel zullen waarmaken.'

Met de ondertekening is een eind gekomen aan een procedure die drie jaar heeft gesleept. Nadat de CRE de UT had uitgenodigd om het Charter te ondertekenen, vroeg het CvB in 1994 het College van Decanen om advies. Dat stelde als voorwaarde voor ondertekening dat er bij de UT-faculteiten voldoende draagvlak voor het Charter bestond (blijkend uit concrete plannen en activiteiten). Een door het CvB ingestelde Werkgroep Copernicus-verdrag bracht voorts in februari 1995 advies uit. De werkgroep was zeer positief over het Charter en deed meteen maar een stel beleidsvoorstellen.

Omdat Copernicus anders een 'dode letter' zou blijven, besloot het CvB om de ondertekening af te laten hangen van de mate waarin de faculteiten zich concreet wilden committeren aan het verdrag. Een rondvraag bij de faculteiten maakte echter al snel duidelijk dat van zo'n commitment geen sprake was. Het CvB besloot daarom in januari j.l. om niet te tekenen.

Dat het CvB enkele maanden later alsnog tot ondertekening is overgegaan heeft twee redenen. Allereerst bleek verrassend genoeg duurzaamheid in de meeste facultaire bijdragen voor het nieuwe Instellingsplan van de UT toch een aandachtspunt te zijn. En daarnaast heeft de U-raad zich in april in een motie nog eens duidelijk voor ondertekening uitgesproken.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.