Werktuigbouwkunde zit op de goede lijn

| Redactie

Decaan en onderwijsdecaan Jo Penninger is gepast blij met de positieve uitkomst van de onderwijsvisitatie werktuigbouwkunde. Maar hoog van de toren blazen is er niet bij. De faculteit zit op de goede lijn en de opdracht is simpelweg die voort te zetten. Vraag is of het projectgestuurd blokonderwijs (PBO), waarmee de faculteit in 1994 is gestart, alles waarmaakt wat het belooft.

Op één tabelletje in het onderwijsvisitatierapport wil hij wel even specifiek wijzen. Daarin worden de 'prestaties' van de opleidingen in Nederland en Vlaanderen vergeleken. In Vlaanderen moeten studenten die een opleiding tot burgerlijk ingenieur willen volgen een toelatingsexamen doen. Bovendien wordt aan Vlaamse universiteiten een strak jaarsysteem gehanteerd. Van de honderd scholieren die zich bij de universiteit aanmelden halen er uiteindelijk gemiddeld minder dan vijftig een einddiploma.

In Nederland is van selectie aan de poort (nog) geen sprake. Desondanks ontvingen in Twente de afgelopen jaren van de honderd eerstejaars werktuigbouwkunde er uiteindelijk 63 hun bul. Dat oude vierjarige 'vrijheid blijheid' programma is kennelijk zo gek nog niet, constateert Penninger tevreden.

Maar inmiddels is er PBO. Ook dat is door de visitatiecommissie positief beoordeeld. Wel worden de nodige risico's gesignaleerd. Penninger is positief over de nieuwe onderwijsvorm, maar met de nodige reserves. Het is een hele inspanning voor de staf en stopt alle betrokkenen in een strak keurslijf.

Ondersteunend

In de visie van Penninger heeft projectonderwijs vooral een ondersteunende rol. Het is bedoeld om studenten te leren werken in een groep, enthousiaster te maken voor het vak, van elkaar te laten leren en in een goed studieritme te krijgen. Op verdieping is projectonderwijs minder gericht.

Het PBO kan tegemoet komen aan de wens van politiek Den Haag om het gewenste 'produkt' binnen een wat kortere tijd af te leveren. Aan de andere kant mag aan kwaliteit niet worden ingeboet. Daarom is de juiste balans tussen projecten en tentamenvakken van cruciaal belang.

'De slaagkansen voor het project zijn niet gerelateerd aan het wiskundecijfer op het vwo, de slaagkansen voor de tentamenvakken wel. Dat kun je positief bekijken: studenten raken zo gemotiveerd door hun mede-studenten in het project dat ze boven verwachting performen.'

Meelift

'Maar het zou ook zo kunnen zijn dat sprake is van een meelifteffect, dat Jan alle moeilijke berekeningen doet en Piet alleen achter de computer zit om een en ander in te voeren.' Om dit meelifteffect te voorkomen heeft de visitatiecommissie voorgesteld studenten ook zelfstandig kleinere projecten te laten uitvoeren. Hierdoor krijgen studenten bovendien vaker de mogelijkheid hun mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheden te oefenen. Ook wordt het programma hierdoor flexibeler.

Binnen de faculteit is vooral de vraag hoeveel studiepunten in het projectonderwijs moeten worden gestopt. De meningen lopen uiteen van 'extreem' tot 'extreem', aldus Penninger. In ieder geval: 'PBO is geen doel op zich. We willen iets bereiken en daarvoor hebben we op dit moment deze onderwijsvorm bedacht. Maar misschien doen we het over tien jaar weer anders.'

De doelstellingen die de faculteit zich bij PBO heeft gesteld zijn niet mis. Onder meer is het streven erop gericht dat 80 procent van de 'P-criteriumgroep' in één jaar de propaedeuse haalt. (Tot de P-criteriumgroep behoren vwo'ers die voor natuur- en wiskunde gemiddeld een zeven of hoger scoorden.) Een ware uitdaging, want in de jaren '91 tot '93 was dat nog geen 35 procent.

Het PBO lijkt succesvoller dan het oude vierjarige programma. In 1994/1995 haalde 47 procent van de P-criteriumgroep in één jaar zijn P. Maar daarmee is de faculteit nog ver verwijderd van de doelstelling van 80 procent. Is die wel realistisch? 'I don't know', zegt Penninger. 'Het betekent dat we nog een heel eind te gaan hebben.'

Maar het doel bijstellen, daar wil hij niet van weten. Beter is het als Lucky Luke de ondergaande zon tegemoet te rijden, een schijnbaar onbereikbaar doel nastrevend, maar in ieder geval de goede kant op te gaan.

PBO moet studenten dwingen hun vakken vanaf het begin bij te houden. Hierdoor zou de slagingskans voor tentamens groter moeten worden. Uit onderzoek van het Onderwijskundig Centrum (OC) blijkt dat studenten in de nieuwe opzet inderdaad gemiddeld veertig uur werken. De onderzoekers schatten dat dit in het oude systeem aanzienlijk minder was.

Maar de gemiddelde slaagpercentages zijn niet gestegen. Wel is de groep studenten die zoveel vakken hebben gehaald dat zij 'kansrijk' worden geacht groter geworden. Het lijkt er dus op dat het PBO in het eerste jaar een betere schifting tussen 'kansrijke' en 'niet-kansrijke' studenten bewerkstelligt.

Wat Penninger betreft kan het 'schiftingsmoment' niet vroeg genoeg liggen. 'Uiteindelijk valt zo'n 40 procent van de studenten af. Dat betekent dat daar substantiële bedragen mee zijn gemoeid. Het gaat om honderdduizenden guldens op de marges van het eerste-geldstroombudget.'

Aangezien voor de projecten meer dan 90 procent van de deelnemers slaagt, zijn de tentamencijfers beslissend. Voor studenten is het teleurstellend dat de slagingspercentages niet zijn gestegen, ondanks een grotere tijdsbesteding. De OC-onderzoekers denken dat studenten toch iets te weinig tijd krijgen voor zelfstudie. Daarom wordt geadviseerd voor het tentamen een of twee vrije dagen in te roosteren.

Grens

Penninger is het daarmee niet eens. 'Studenten blijven vragen om aanpassingen van het programma, maar op een gegeven moment moet je daar een grens aan stellen. Wij hebben een programma in elkaar gedraaid op basis waarvan een capabele student in veertig uur per week die tentamens kan halen. Als studenten zeggen: in die veertig uur kan ik het niet, zeg ik: niemand verbiedt je meer dan veertig uur te werken.'

Zou Penninger het PBO adviseren aan andere faculteiten? 'Het hangt er vanaf met welk probleem ze zitten. PBO is een geschikt systeem om meteen vaart in de studie te krijgen. Maar het kost wel veel moeite.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.