'Campus mooiste plek om te studeren'

| Redactie

Hij heeft dertig 'schitterende' jaren aan de UT meegemaakt, maar is er desalniettemin niet rouwig om dat hij eind mei met de vut gaat. Want 'de UT staat op een keerpunt na al die jaren van groei'. Geboren en getogen op Erve Holzik kent hij het universiteitsterrein als geen ander. Terreinbeheerder Herman Lutke Holzik (59) neemt eind van deze maand afscheid: 'Ik heb er altijd naar gestreefd om het parkachtige karakter van het terrein te handhaven. Als je op de campus rondloopt moet je het gevoel hebben dat je op een landgoed bent.'

'Ik heb een prachtige jeugd gehad op het land van mijn vader en het landgoed Drienerlo. Het enige dat ik me van de oorlog kan herinneren is dat mijn ouders me zo nu en dan uit spelen stuurden. Later bleek dat ze bij de ondergrondse zaten. Mijn ouders vonden de oorlog een vreselijke tijd en ze waren heel bang voor verraad. Niet vreemd natuurlijk gezien het feit dat Drienerlo in bezit was van de NSB-er Lasonder.'

Ooit was het de bedoeling dat Holzik de boerderij van zijn vader voort zou zetten. De komst van de derde technische hogeschool, begin jaren zestig, gooide echter roet in het eten. Hierop besloot Holzik zich om te scholen en trad hij in 1966 in dienst van de Grontmij.

De Grontmij is vanaf het begin af aan als uitvoerder betrokken geweest bij de opbouw en het onderhoud van het UT-terrein. Bij het Bouwbureau, een voorloper van het Facilitair Bedrijf, werd hij in 1971 als 'terreinenman' opdrachtgever. Taak van het Bouwbureau was het inrichten van het terrein: gebouwen, parken, bestrating, pleinen, parkeerplaatsen, beplanting en alles wat in de grond zit aan gas en water. 'Ik kende het terrein goed. Wist waar vroeger sloten lagen en wat er aan gebouwen had gestaan. Het is regelmatig voorgekomen dat ik aannemers heb moeten waarschuwen, omdat ik wist dat er nog funderingsresten in de grond zaten.'

Theehuisje

Grootste probleem van het UT-terrein is volgens Holzik de afwatering. Tussen het westelijke en oostelijke deel zit een hoogteverschil van zeven meter. Voordat de grond in handen kwam van de universiteit waterde de gemeente de grond af, maar het kwam ook regelmatig voor dat de landerijen onder water stonden. De UT heeft gekozen voor een vijvernetwerk. Grote plassen water die met elkaar in verbinding staan met een overstort. Het hemelwater wordt opgevangen en gaat naar het waterschap. 'Toen de bouwers hier in de zestiger jaren kwamen, was het een drassige toestand. Het landgoed was verwaarloosd en links en rechts stonden oude boerderijen. Maar anderzijds vonden ze ook een schitterend landgoed met eiken van tweehonderd jaar oud, mooie beuken, prachtige lanen en een rijke historie. Waar nu het carillon staat, stond vroeger het theehuisje van Lasonder. Meneer ging wandelen en ondertussen maakte de meid in het huisje thee. Met belgeklingel waarschuwde ze hem wanneer hij thee kon komen drinken. Het terrein had alles in zich om er iets moois van te maken en dat hebben we ook gedaan.'

Architecten

De samenwerking met de architecten was volgens Holzik niet altijd even gemakkelijk. Niet alleen omdat hij 'het magnifiek vond eigen initiatieven te kunnen ontplooien', maar ook omdat 'ik uit een gedegen Twentsche familie kom'.De zuinige inslag van Holzik botste nogal eens met de plannen van de architecten. 'Rond de Drienerburght wilde de architect stenen leggen van een gulden per stuk, exclusief plaatwerk en BTW. Daar heb ik me hevig tegen verzet, maar toch is het doorgegaan. Nu blijkt dat er inmiddels alweer een groot gebouw naast is geplaatst. Achteraf gezien zijn die stenen pure verspilling geweest.'

Generalist

In de dertig jaar dat Holzik bij de UT betrokken is geweest heeft hij de universiteit zien groeien van een instelling met een paar gebouwen en enkele tientallen studenten naar het scala aan bouwwerken dat er nu staat, waarin bij elkaar zevenduizend studenten en 2500 werknemers huizen. 'In het begin was het vooral de opbouw. We waren overal bezig en het hele terrein stond op z'n kop. Alles kon ook nog, want er was geld genoeg. Tegenwoordig gaat het allemaal een stuk minder gemakkelijk. Hoewel ik mijn bestaansrecht nooit heb hoeven verdedigen. Gras groeit, hemelwater valt, auto's rijden. Het gaat altijd door. De laatste tijd moet nieuwbouw en onderhoud wel beter en tegelijkertijd goedkoper. Maar er wordt niet gezegd dat het niet nodig is.'

Holzik heeft er nooit over nagedacht uit te zien naar ander werk. Zelfs niet toen de gemeente Enschede hem een functie aanbood. 'Bij de UT ben ik altijd een generalist geweest. Ik heb hier alles kunnen doen. Wanneer is overgestapt zou zijn naar een gemeente had ik mij óf alleen met sportvelden mogen bezighouden óf alleen met plantsoenen. Zo goed als bij de UT had ik het nergens kunnen hebben.'

Pinetum

Een van de hoogtepunten uit de carrière van Holzik is de aanleg van het Pinetum, een verzameling coniferen tussen de vijvers achter de Boerderij. De bomen zijn geschonken door de Boomkwekers Studieclub. De bomen komen uit alle windrichtingen en groeien in hun natuurlijke habitus. Dat Holzik een liefhebber is van de natuur blijkt tevens uit zijn vreugde over het ontstaan van de Groencommissie. Deze club ontstond rond 1970 uit protest met de plannen de Campuslaan te verbreden. Hiervoor zou een aantal oude bomen moeten wijken. Wetenschappelijk medewerkers, waaronder Eric Bolle, Joó en Jan Holsheimer, ontstaken in woede en richtten de commissie op. Nog altijd houdt de groencommissie een vinger aan de groene pols. 'Ik heb prima met die lui kunnen samenwerken en ben ook blij dat de verbreding van de Calslaan niet is doorgegaan.'

Precies twee

De aanleg van een wilde tuin tussen de Hallen en het CT-gebouw door tuinarchitect Louis Leroi noemt Holzik 'een modeverschijnsel'. De tuin zou onderhouden moeten worden door studenten. 'Ik heb van meet af aan gedacht: dat wordt niets. Dat klopte ook, want na de aanleg is er nooit meer iets aan gebeurd. Het is nu een stuk wild natuurgebied. Zelfwerkzaamheid en studenten gaan niet hand in hand. Ook niet in de zeventiger jaren. Ik heb het ook eens meegemaakt met de aanleg van een voetpad achter de tennisbanen. Tijdens de introductie zouden studenten de rode mijnsteen uitrijden. Nou, ik heb stad en land afgebeld om veertig kruiwagens en schoppen te regelen, maar op de bewuste morgen stonden er precies twee studenten. Toen hebben we het maar zelf gedaan.'

Toch betekent dat niet dat hij niet graag met studenten heeft samengewerkt. 'In het verleden hebben we hier prachtige dingen gehad, zoals Sterrenslag, het concert van Status Quo en VPRO-campus. Dat heb ik de laatste jaren wel gemist. Er kan hier heel veel, maar het gebeurt niet. Ligt dat aan de afdeling voorlichting? Zit het bij het College? Ik weet het niet.'

De terreinenman kijkt met enige zorg naar de toekomst. Vooral wat betreft de studentenaantallen. 'Er zal best alle mogelijk moeite worden gedaan om studenten binnen te halen, maar we moeten meer aan de weg timmeren. Ik wil geen commentaar leveren op het College, maar oud-collegevoorzitter Van Lookeren Campagne en oud-rector Kroonenberg wisten echt hoe ze een universiteit moesten verkopen.'

Mooi

'Wat ik zelf altijd hoog in het vaandel heb gehad is dat het terrein er mooi bij moet liggen. Als je bij iemand op bezoek gaat, zie je ook als eerste de brandnetels naast de voordeur en het puin van de laatste verbouwing. Hoe mooi het binnen ook is, al zitten er gouden kranen op het bad, op weg naar huis zal je je toch de rotzooi buiten herinneren. Zo gaat het ook met een universiteit. Ik hoop dat ze de jongeren er op termijn weer van kunnen overtuigen dat de UT de mooiste plek is waar je je studie kunt doorbrengen. Het is een stuk groen dat zijn weerga niet kent. Het is hier schitterend toeven.'

Ondanks het feit dat Holzik eind van deze maand met de vut gaat, blijft hij nog een tijdje bij de UT betrokken. Hij zal zijn huidige projecten, de ingang van het terrein en de rotonde, afronden. Ook verwacht hij nog geregeld over het terrein te lopen om te kijken hoe alles erbij ligt. 'Ik zal echt nog weleens 's morgens bij de jongens koffie gaan drinken en ze wijzen op dingen die misschien anders moeten. Of ze er dan wat mee doen is hun zaak. Iedereen die zolang als ik op de UT heeft gewerkt is er een beetje aan verknocht geraakt. Nog altijd woon ik op twee kilometer afstand van de UT. Als ik stevig doorloop ben ik er binnen tien minuten.'