Nog geen jaar werken op de UT en dan al de Onderwijsprijs. Dat is een leuke prestatie.
'Ik zal inderdaad niet gekozen zijn vanwege mijn lange staat van dienst op de UT. Ik heb nog geen juryrapport gezien, maar ik denk dat het voor de jury juist belangrijk was waarvoor ik sta. '
En u staat voor...?
'Voor vernieuwing in het onderwijs voor wat betreft samenwerking tussen universiteit en het werkveld.'
Waarom is die samenwerking zo belangrijk?
'De universiteit moet zich realiseren dat ze niet meer de enige speler is in de ontwikkeling van kennis. In de wereld buiten de universiteit is er daarom ook steeds meer belangstelling voor het ontwikkelen van kennis. Er ontwikkelen zich daar dus ook steeds meer kenniscentra, denk aan industrietakken als de informatica en de biotechnologie.'
Hoe zou de universiteit daarop moeten reageren?
'Netwerken zullen steeds belangrijker worden. Universiteiten moeten verbanden aangaan met instanties, bedrijven en overheid, en ze betrekken in het ontwikkelen van de curricula.'
Welke bedrijven en instellingen komen daar dan voor in aanmerking?
'Deze instanties moeten passen binnen het profiel van de universiteit, zodat we er mee naar buiten kunnen treden. Dus met name kennisintensieve organisaties. Wij werken nu bijvoorbeeld samen met NatLab van Philips, Shell en DuPont. Studenten zullen in de toekomst ook hun studie mede gaan kiezen op basis van het netwerk dat een universiteit heeft in het werkveld.'
Zo'n samenwerkingsverband, hoe zou dat er concreet uit kunnen zien?
'Ik ben een voorstander van duale trajecten in het wetenschappelijk onderwijs. In de kenniseconomie zijn er bepaalde vaardigheden gewenst die de universiteit niet kan leveren of waarvoor het een moeizame leeromgeving is.'
We kennen nu toch ook al stages waarbij de student prakrijk ervaring opdoet?
'Een duaal leertraject houdt in dat een student werkt naast zijn studie en bovendien dat zijn werk en arbeidsplaats integraal deel uitmaken van het curriculum. Ook zal een student een formele arbeidsrelatie hebben met het bedrijf. Het verschilt dus van het reguliere stagelopen.'
Integraal onderdeel van het curriculum? Maar de eisen van bedrijf en universiteit zijn vaak essentieel anders...
'Wij moeten dus de bedrijven leren om een kritische houding te waarderen om interessante onderwijspartners te worden van de UT.'
Dat lijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Waar zit het voordeel voor het bedrijf?
'Bedrijven zullen slimmer worden. Werken aan een reflectieve houding. Dat zal uiteindelijk leiden tot een 'lerende organisatie'. Zulke kennisproductieve organisaties onderscheiden zich van de doorsnee. Ook hebben bedrijven er belang bij deel uit te maken van een interessant kennisnetwerk. Waarbij ze bovendien toegang hebben tot jong talent.'
Nederland heeft nu economische gezien de wind mee, dus zullen er gemakkelijk baantjes voor duale studenten te vinden zijn. Maar hoe zit het met de zeven magere jaren?
'We hebben juist nu de mogelijkheid voor duaal onderwijs, dus moeten we die grijpen.'
Is dat niet een beetje korte termijn denken?
'Als de conjunctuur omlaag gaat zullen de echte slimme studenten nog steeds wel een plek kunnen vinden. Die selectie vindt plaats bij het bedrijf, niet bij de universiteit. Bovendien komt de universiteit die structurele samenwerking met het werkveld heeft opgebouwd beter de magere jaren door.'
Het creëert wel een afhankelijkheid van het bedrijfsleven. Vormt die afhankelijkheid geen gevaar voor het academische aspect in het duale curriculum?
'De UT blijft natuurlijk verantwoordelijk voor het eigen curriculum. Er kan een kwaliteitszorgsysteem voor duaal onderwijs opgezet worden. Als de werkveldpartner niet voldoende begeleiding kan geven of geen minimumniveau in de opdrachten kan handhaven zou het bedrijf zijn onderwijsbevoegdheid kunnen verliezen. En daarmee de nuttige, scherpe en kritische input en kennis van de studenten die het bedrijf vooruit kunnen helpen.'
Duale trajecten in het academisch onderwijs zijn niet onomstreden. Er is nogal wat kritiek.
'Er is meestal kritiek op een viertal gebieden. Dat zijn dreigende daling van het academisch niveau, een vermindering van fundamenteel onderzoek, een belangenverstrengeling en tenslotte een aantasting van de academische normen en waarden.'
Wat is uw antwoord op die kritiek?
'Er zijn drie groepen argumenten. De eerste stamt uit onderwijs-filosofie. 'Waarnemingen zonder concepten zijn leeg en concepten without waarnemingen zijn blind,' zei Kant al. Oftewel: studenten moeten abstracte leervaardigheden ontwikkelen, maar abstracties hebben alleen betekenis in verband meteen een concrete waarneming. En die ontbreekt vaak in vakken. De tweede is leerpsychologisch: je kunt pas leren als je zelf waargenomen hebt. Tot slot is er een praktisch argument. Het huidige stelsel is gebaseerd op de full-time student, en die bestaat niet meer. Studenten hebben baantjes en veel andere nevenactiviteiten.'
Hoe komt de samenwerking met het bedrijfsleven in uw eigen colleges naar voren?
'Op een aantal manieren. Een voorbeeld is een tweedejaars vak waarbij studenten het HRD-beleid van een werkelijk bedrijf bestuderen en aan de hand van theorie analyseren. Vervolgens gaan ze in overleg met de HRD managers en formuleren adviezen. Daarnaast is er ook een E-learning studiereis naar de VS.'
En wat zijn de resultaten?
'De studenten krijgen beter grip op de materie en het versnelt het leerproces. In één week weten ze meer dan na zes weken klassiek college. Bovendien worden ze er een stuk zelfverzekerder en professioneler van.'
Duaal onderwijs kent de UT nog niet. Maar dat duurt dus niet lang meer als het aan u ligt?
'Bij TO zitten we nog in de verkennende fase, maar bij bestuurskunde start per 1 september een duaal traject in samenwerking met overheidsinstanties. Die is trouwens opgezet voordat ik hier was.'
Tot slot: aan de prijs is een bescheiden geldbedrag van verbonden. Wat gaat u daarmee doen?
'Met een aantal studenten heb ik het plan opgevat om onderzoek te gaan doen naar samenwerkingsverbanden tussen universiteiten en bedrijfsleven op het gebied van onderwijs. Met de uitkomsten gaan we advies uitbrengen aan het college van bestuur van de UT. Ik beschouw het als een startsubsidie voor dat project.'
Joseph Kessels
![]()