Eerste doctor in de eredivisie

| Redactie

Ooit verdiende de legendarische Abe Lenstra als voetbaltrainer zijn brood bij de UT. Dat was beginjaren zeventig en nog net geen wereldnieuws. Anno 2007 is de UT de eerste Nederlandse universiteit die een tot doctor gepromoveerde profvoetballer zal afleveren. Portret van Marnix Smit, centrale verdediger bij Heracles Almelo, alumnus bestuurskunde en aio bij de faculteit CTW.

Zondag 18 maart, 13.30 uur. In de bijna knusse perskamer van het Polmanstadion in Almelo babbelt AZ-trainer Louis van Gaal met een paar verslaggevers, onder wie Evert ten Napel. De kwartfinaleplaats van AZ in de UEFA Cup ten koste van Newcastle is een prettig onderwerp. Het draait om voetbal en dat is ieders vak. Van Gaal glimt, dit keer van trots. Hij drinkt zijn koffie op, wenst `de media' succes en beent weg. Ten Napel, de nestor onder de aanwezige sportverslaggevers, vertelt zijn toehoorders dat de helft van werkend Nederland geen lol in zijn werk heeft en daar dus met tegenzin heengaat. Dan pakt ook hij zijn spulletjes en verkast naar de perstribune, waar een stuk of twintig persmuskieten -de meeste voorzien van laptops- opeengepakt de wedstrijd volgen. Van de Telegraaf tot het Almelo's Weekblad, met alle schakeringen daartussen. Voetbal dus.

13.45 uur, drie kwartier voor de wedstrijd. Heraclestrainer Ruud Brood en zijn assistent Hendrie Kruzen laten ook nog even hun gezicht zien in de perskamer. De camera's staan er al opgesteld met het oog op de bekende trainerspraatjes na afloop. De tongval vanachter het schap is Twents, de sfeer gemoedelijk, bijna dorps. Koffie en krentewegge dus. Marnix Smit, die in augustus 1999 in het eerste elftal van Heracles debuteerde, bevestigt na de wedstrijd dat laagdrempelige beeld: `Een paar jaar geleden was het nóg gezelliger. Sinds we eredivisie spelen - de laatste twee seizoenen dus - wordt het steeds serieuzer. Dat moet ook wel.'

Buiten vergapen supporters aan de rand van het veld zich aan de warming up van de spelers. Marnix: `Ja, mooi hè, dat dat kan. Niks geen hekken. In de acht jaar dat ik hier speel heb ik nooit een supportersrel meegemaakt. Ze zijn wel heel fanatiek, maar ook tolerant. Dat zorgt voor een goede sfeer.'

Het is inmiddels kwart over twee, beide teams rekken en strekken nog wat, trekken dan een laatste sprintje over de breedte van het veld en zoeken de kleedkamer op voor de laatste rituelen voordat het eerste fluitsignaal klinkt. Het heeft die nacht en de hele morgen veel geregend en ook nu vallen er pittige buien. Het kunstgrasveld van hoofdsponsor Ten Cate ligt er echter prima bij. Kan ook niet anders. Smit: `Het zou best kunnen dat er over een jaar of tien overal op kunstgras wordt gespeeld, maar ik zie ook kansen voor half kunst, half echt, zoals in Engeland. Maar er is ook weerstand. De mat in Almelo wordt steeds beter.'

Het kleine stadion telt achtduizend blije supporters, die meeklappen op de vrolijke muzikale omlijsting vóór de wedstrijd. Heracles heeft de punten hard nodig, want de andere degradatiekandidaten, Excelsior en RKC, wonnen eerder dit weekend allebei.

14.38 uur: eerste echte balcontact Marnix Smit, gehuld in shirt nummer 14. Pas na acht minuten voetbal dus. Smit is een kopsterke mandekker, die opereert als centrale verdediger. Zijn directe opponent is vanmiddag Moussa Dembélé, niet de minste voetballer: een stevige, wendbare spits, die hem direct al een paar keer te slim af is op het gladde veld. Smit speelt verder zuinig, doet vooral geen gekke dingen, grijpt in waar nodig en is (met de linksbenige Schilder) de man van de listige vrije trappen die hij met een venijnig boogje laat neerploffen in het elfmetergebied van AZ.

Dembélé en de andere spits, de kersverse international Danny Koevermans, wisselen nogal eens van positie, maar het lijkt Marnix niet te deren. `Iedereen weet precies wat-ie moet doen, wat zijn taken zijn. Dat zijn ingeslepen patronen en die verschillen natuurlijk per tegenstander. Ik ben gewend om steeds mijn man op te zoeken. We moeten het achterin van een strakke organisatie hebben, met Maas en Tanghe als controleurs. Dat is ons sterke punt. Als we dat loslaten, wordt het een complete chaos. Ik ben een dienende speler en maak m'n eigen belang ondergeschikt aan het teambelang. Heb ik totaal geen moeite mee. Het is m'n werk, ik kom om naar vermogen te presteren. Heel simpel.'

Een kwartier na de rust maakt Dembélé plaats voor Arveladze, die veel vanuit de tweede lijn opereert, waardoor Smit wat nadrukkelijker met Koevermans krijgt te maken. `Eerlijk gezegd heb ik hém liever dan Arveladze. Die is heel sluw en lastig te bespelen.' Verrast dat Koevermans is geselecteerd voor Oranje? `Eh, een beetje wel. In de individuele actie is hij niet zo sterk, maar hij scoort wel vaak, dat telt ook. Maar als je hem vergelijkt met een Van Nistelrooij, dan zou ik het wel weten. Ruud speelt al jaren op Europees topniveau, net als Van Bommel trouwens. Die twee zouden sowieso bij de oranjeselectie moeten zitten, of je ze nou opstelt of niet. Want dat hangt weer van de strijdwijze af.'

Heracles houdt AZ op nul-nul. `Een redelijke afspiegeling van de wedstrijd', aldus Smit voordat hij nog even een biertje pakt in het spelershome, waar de Duitse schlagers voor een aparte sfeer zorgen. `Typisch Heracles'.

Maandag 19 maart, 13.00 uur, zaal T 300 van de Horst. De hersteltraining op het kunstgras zit erop, de gezamenlijke lunch heeft hij laten lopen. De knop is om, Marnix is nu in de kantoortuin aan het werk voor zijn promotie bij CTW, die hij eind dit jaar hoopt af te ronden. `Mijn contract loopt tot 1 juli, maar dan zal de promotie nog niet zijn afgerond.' Hij studeerde al in deeltijd en doet dat nu ook met zijn promotie. Dus duurt het allemaal wat langer, legt hij uit. Zijn onderzoek richt zich op de wijze waarop publieke belangen in de samenwerking tussen publieke en private sector bij de herontwikkeling van stationslocaties, kunnen worden gewaarborgd. Een `heel dynamisch en interessant' terrein, waar hij later zeker in wil doorgaan. `Anders zou het natuurlijk ook zonde zijn van de tijd en moeite die ik er in heb gestoken. Maar of ik er direct al iets mee ga doen, weet ik nog niet. Hangt er ook vanaf of Heracles in de eredivisie blijft.'

Trainen doet hij iedere doordeweekse dag één of twee keer. Tussen de bedrijven door is hij in de kantoortuin achter de boeken te vinden. `Op de werkvloer hier vinden ze het geloof ik wel leuk dat ik profvoetballer ben. Mijn promotor Geert Dewulf heeft een jaarkaart en ziet me dus vaak voetballen. Maar mijn collegaspelers, nee, die weten niet precies wat ik doe. Zelf doen ze weinig naast het voetbal. De UT kennen ze natuurlijk wel, maar voor de rest interesseert het ze niet. Vroeger dachten ze dat ik iets deed met reageerbuisjes en zo. Mijn studie is heel interessant, daar haal ik mijn motivatie vandaan.'

Zijn studieboeken neemt hij niet mee naar een trainingskamp, zoals tijdens de winterstop in het Spaanse Marbella of naar dat hotel in Ommen, waar de groep vaak verblijft als voorbereiding op de wedstrijd van zondag. `Ik heb het niet zo met die voorbereiding in het hotel. Ik weet ook niet of ik er beter door ga voetballen. Ik lees wel wat, maar voor de rest is het veel wachten en hangen. Ik slaap voor een wedstrijd het liefst thuis in m'n eigen bed.'

Discipline loopt als een rode draad door zijn voetbal- en studieloopbaan. Leven voor het voetbal en ook nog goede cijfers halen op school en universiteit. Met daarnaast een beetje tijd voor de sociale kant van het leven. Als geboren Almeloër koos hij als klein jochie aanvankelijk voor de club waar zijn vader in het eerste elftal keepte, Rietvogels. Al gauw werd zijn talent ontdekt en kwam hij bij de jeugd van FC Twente terecht. `Inderdaad, ik werd met zo'n busje van huis naar de training gebracht en terug.'

Leren gaat hem goed af. `Ik neem de dingen vrij snel op. Ik ben analytisch vrij sterk, creatief wat minder.' Na het atheneum in Almelo (Erasmus) studeerde hij van 1994 tot 2001 bestuurskunde en koos de meest technische afstudeervariant van deze studie: infrastructuur. Hij voetbalde in die tijd in het tweede van FC Twente, voordat hij in 1999 overstapte naar Heracles. Na zijn studie was Smit een jaar medewerker onderzoek bij civiele techniek, voordat hij daar werd gevraagd voor een promotieonderzoek bij de faculteit CTW. `Kennelijk zagen ze wat in mij', vertelt hij nuchter. `Het is geen ingenieursachtige promotie, meer een gamma-opleiding. Dit werkgebied zat nog niet zo lang geleden bij de voormalige faculteit Technologie & Management.'

En dan word je dus, voorzover na te gaan, de eerste doctor in het betaalde voetbal?

`Dat zou best `es kunnen. Er zijn wel een paar voetballers die gestudeerd hebben, maar een doctor heb ik nog niet kunnen ontdekken. Of dat bijzonder is? Ach, het is wel leuk, maar ook niet meer dan dat. Ik ga er niet van naast mijn schoenen lopen, want dan word je bij de club snel weer met je beide benen op de grond gezet.'

Over wat hij als profvoetballer verdient wenst Smit zich niet in detail uit te laten. `De verschillen zijn extreem en exact weten doe ik het ook niet. Drie ton zal ongeveer het hoogste salaris zijn binnen de spelersgroep, dertigduizend het laagste. Nee, ik zit daar niet precies tussen in, was het maar waar. De spelers die destijds in de eerstedivisie speelden, zoals ik, zaten gemiddeld op iets meer dan modaal. Na de promotie naar de eredivisie kwam daar wat bij, dat klopt. Als je daar mijn aio-salaris bij optelt, dan mag ik niet klagen. Dat doe ik dan ook niet'.

De voetbalwereld, aldus Smit, het is maar net hoe je er tegenaan kijkt. `Ik zag zondagavond de eerste aflevering van die tv-serie over voetbalvrouwen. Het was geloof ik een komedie. Nou, ik kon er wel om lachen, maar het slaat natuurlijk nergens op. Ik vind dit helemaal geen luxe leven vol met glamour en glitter. Ja, ik heb een leaseauto van de club, maar daar betaal ik weer belasting voor. We komen hier om te voetballen. We willen per se in de eredivisie blijven en doen dat met strijd en passie. Degradatie heeft allerlei ingrijpende sportieve en commerciële consequenties.'

Wat zou dat voor jou betekenen?

`De komende weken zijn cruciaal, voor iedereen bij de club. Zelf weet ik niet of ik het nog leuk vind om weer een treetje lager te moeten spelen. Ik ben nu 31, misschien stop ik dan wel en zoek ik een baan. In het publieke domein, ja. Als er zich een kans voor zou doen, kan het ook zijn dat ik als voetballer mijn geluk in het buitenland beproef, in Engeland of Duitsland bijvoorbeeld. Misschien niet op het hoogste niveau, maar net daaronder. Ambitieus ben ik zeker en het zou een mooie nieuwe uitdaging en ervaring kunnen zijn.'

Laatste vraag: stel dat de UT op het idee komt om jou - als bekende en academisch gevormde profvoetballer die sport en een promotie succesvol combineert- te vragen mee te helpen bij de werving van (technische en niet-technische) studenten, hoe zou je dan reageren?

`Ik zeg daar niet direct nee tegen. Ik zou daar best over willen nadenken. Tenminste, als men denkt dat ik een waardevolle bijdrage op dat vlak kan leveren.'

bij de foto:

De promovendus aan het werk in T-300 van de Horst Foto Gijs van Ouwerkerk
De promovendus aan het werk in T-300 van de Horst Foto: Gijs van Ouwerkerk
De nummer 14 bedankt het publiek na afloop van het gelijkspel tegen AZ Foto Marco Oude Groothuis
De nummer 14 bedankt het publiek na afloop van het gelijkspel tegen AZ Foto :Marco Oude Groothuis