Dat zegt Ben Donders van de 3TU-federatie. De VSNU-staalkaart is bedoeld om internationaal goede sier te maken met Nederlands toponderzoek. De totstandkoming ervan verloopt echter niet vlekkeloos. Deze week klaagden de Vrije Universiteit en de Radboud Universiteit over de verdeling van het aantal onderzoeken dat elke instelling mag aandragen.
Zo hebben de VU en Nijmegen, net als Twente en Eindhoven, twee punten gekregen, terwijl Delft en Utrecht onderzoek voor vier punten mogen voordragen. Daarbij geldt een eigen onderzoek als één punt. Wanneer je met meerdere universiteiten een gezamenlijk onderzoek op de staalkaart plaatst, `kost' je dat een halve punt. Vandaar dat de UT drie onderzoeken kan voordragen: één eigen (nanotechnologie) en twee gezamenlijke.
De verdeling is gemaakt op basis van het aantal fte's voor onderzoekspersoneel in vaste dienst. UT-beleidsmedewerker Patrick Hoetink, die contactpersoon is voor de staalkaart, zegt dat de UT goed met deze verdeling kan leven. `Delft is twee keer zo groot, dus dan is het logisch dat zij meer onderzoeken mogen voordragen.' Niet alle universiteiten zijn het daar mee eens, maar de VSNU wil toch vasthouden aan de huidige verdeling.
De 3TU's hebben bewust afgesproken om één gezamenlijk onderzoek op de onderzoeksstaalkaart te plaatsen. Donders: `We willen ons als federatie profileren. Maar de VSNU-staalkaart is vrij breed en wij hebben natuurlijk veel meer te bieden. Daarom werken we ook aan een opzet voor een eigen 3TU-staalkaart.' Naar verwachting verschijnt die in het najaar.
Voor de staalkaart van de VSNU draagt Eindhoven naast de gezamenlijk projecten nog het Eindhoven Institute of Complexity voor, een nieuw instituut voor onderzoek naar complexe supramoleculaire systemen. De onderzoeken die de TU Delft op de staalkaart wil, zijn Aircraft Wings, Biomedical Engineering, Blob-design, en NanoScience in het Kavli-instituut.
| In de staalkaart brengt de UT onder meer nanotechnologie in. (Foto: UT-Nieuws.) |