Verkorte promoties in Maastricht

| Redactie

Promoveren duurde voorheen altijd vier jaar. Steeds vaker bieden universiteiten promotieplaatsen voor drie jaar, maar in Maastricht kan het nog korter: daar krijgen sommige promovendi omgerekend 2,5 jaar de tijd om hun proefschrift af te ronden. Althans, zo lijkt het. Het is een uitzonderlijke situatie, zegt een woordvoerder van de Universiteit Maastricht. En die is ontstaan door een juridische ve

Promoveren duurde voorheen altijd vier jaar. Steeds vaker bieden universiteiten promotieplaatsen voor drie jaar, maar in Maastricht kan het nog korter: daar krijgen sommige promovendi omgerekend 2,5 jaar de tijd om hun proefschrift af te ronden.

Althans, zo lijkt het. Het is een uitzonderlijke situatie, zegt een woordvoerder van de Universiteit Maastricht. En die is ontstaan door een juridische verandering van het contract voor promovendi. Halverwege hun traject kregen ze geen beurs meer, maar een salaris.

De promotiestudenten-met-beurs zouden drie jaar over hun promotie doen, had Maastricht met hen afgesproken. Na ongeveer anderhalf jaar werd hun contract veranderd: ze waren geen studenten meer, maar werknemers van de universiteit. Ze mochten nog altijd drie jaar over hun promotie doen, maar de resterende tijd zouden ze daar niet fulltime aan besteden: ze werkten slechts op een contract van 0,7 fte, oftewel drieënhalve dag.

Dat komt neer op anderhalf jaar voltijds, plus anderhalf jaar 0,7 fte: omgerekend tweeënhalf jaar. Maar daar heeft Maastricht allerlei verklaringen voor. Zo hoeven de promovendi geen onderwijs meer te geven, waardoor ze minder fte nodig hebben. Bovendien is het aantal fte “niet relevant, want er zijn ook promovendi die zestig uur in de week werken en andere die het in twintig uur doen.”

En nergens in de wet op het hoger onderwijs en onderzoek staat hoeveel uur een promovendus aan zijn proefschrift moet besteden. Bovendien is het salaris de promovendi op deze manier netto even hoog als hun promotiebeurs. Niets aan de hand, concludeert de universiteit.

Toch is niet iedereen er blij mee. Volgens het Promovendi Netwerk Nederland worden de promovendi gewoon onderbetaald. “Het is überhaupt niet gebruikelijk dat promovendi onderwijs geven als ze slechts drie jaar over hun promotie mogen doen”, zegt voorzitter Elizabeth Koier. “Alleen promovendi met een arbeidscontract voor vier jaar besteden meestal wel enige tijd aan onderwijs. Als ze inderdaad minder werken, kunnen we niet volhouden dat Nederlandse promoties allemaal evenveel waard zijn. Wij vrezen voor de kwaliteit van het Nederlandse proefschrift.”

Maastricht wilde de contracten omzetten, omdat de universiteit voorzag dat de positie van bursalen juridische problemen met zich mee zou brengen. Inderdaad verloor de Rijksuniversiteit Groningen enkele maanden later een rechtszaak over beurspromovendi. De rechter oordeelde dat promovendi beschouwd moeten worden als werknemers. Daar hoort geen studiebeurs bij, maar een contract, inclusief pensioenopbouw en andere sociale lasten.

Bovendien heeft de Tweede Kamer nog geen jaar geleden een motie aangenomen die de regering oproept “te realiseren dat promovendi door hun werkgever als werknemer worden behandeld”. Daar stemde het hele parlement mee in, afgezien van de PVV-fractie.

Overigens lijkt ook D66 daar nu van terug te komen. Promotiestudenten kosten namelijk een stuk minder dan promovendi-in-loondienst. Minister Plasterk, voorstander van de werknemerstatus voor promovendi, was verbaasd over de nieuwe aarzeling van D66. Er is immers jaren over gesteggeld voordat de Kamer de motie aannam.

Ondertussen is het gevecht in Groningen nog niet gestreden: de universiteit gaat in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechter en wil alsnog proberen bursalen te laten promoveren.

 

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.