Dat deelde de financiële man in het CvB Kees van Ast gisteren mee in de universiteitsraad. De raad toonde zich ongerust over de financiële situatie van de universiteit en vroeg zich af wat het college daaraan gaat doen. Van Ast zei zich te kunnen voorstellen dat het beeld ontstaat dat het CvB weinig doet om de financiële malaise het hoofd te bieden. Dat is geenszins het geval, betoogde hij.
Reorganisaties zijn in dit verband een gemakkelijke weg, aldus Van Ast, maar niet een wenselijke. Zeker niet omdat de UT net een grote reorganisatie achter de rug heeft. Gedwongen ontslagen gaan er niet vallen, verzekerde hij. Ook zal er geen sprake zijn van een algehele vacaturestop. Maar er komt wel een gedeeltelijke stop op functies in het niet-wetenschappelijk personeel. `Dat betekent dat bij de onderdelen waar deze categorie de afgelopen jaren flink gegroeid is, de deur even dicht blijft.' De sector waar Van Ast onder meer op doelde betreft het legertje communicatiemedewerkers binnen de UT dat universiteitsbreed is gegroeid van veertig voltijdse plekken naar bijna zestig fte.
De universiteitsraad steunt het college in zijn streven om niet te reorganiseren. Overigens ging het gisteren nog niet om de definitieve bezuinigingsmaatregelen die voortvloeien uit het rapport van de interne commissie-Berger. Dat advies ligt nu bij het college, dat zich nog niet heeft uitgesproken over de aanbevelingen. Van Ast verwacht dat het rapport begin december wordt vrijgegeven. Medio december spreekt het UMT er zich over uit.
Van Ast benadrukte dat de gesprekken rond de begroting van 2010 (de zogenaamde najaarsoverleggen) momenteel hoog oplopen. Het college zegt alle leidinggevenden de illusie te hebben ontnomen dat het tekort aan het eind van het jaar nog wel mee zal vallen, zoals de ervaring uit eerdere jaren leerde. `Iedereen moet inkrimpen. Er kan niet meer gegokt of gerekend worden dat het mee zal vallen', aldus Van Ast.
De U-raad boog zich woensdag tevens over de nota Sturing Onderzoek. Het is vrijwel zeker dat de raad daar binnenkort mee instemt. De nota gaat uit van de strategische verdeling van het onderzoeksgeld over de instituten. Die wordt niet meer per jaar bekeken, maar is nu vastgelegd voor de komende vijf jaar. Dit omdat de cyclus van veel onderzoek eerder zestig dan twaalf maanden beslaat. Instituten kunnen tot 2014 elk jaar op een vast percentage rekenen van het onderzoeksbudget. Voor IMPACT is dat ongeveer 20 procent, voor Ctit 24, voor Mesa+ 34, voor Mira en Igs allebei 9 en Ibr 5 procent. De universiteitsraad was pas bereid in concept akkoord te gaan nadat het college had beloofd dat de instituutsraden in de toekomst beter geraadpleegd zullen worden bij het opstellen van dergelijk onderzoeksbeleid.
Verder is bij de faculteitsraad TNW zorg ontstaan over de anonimiteit van het medewerkertevredenheidsonderzoek, omdat resultaten per vakgroep bekend worden gemaakt. Kees van Ast garandeerde de raad dat geen enkel resultaat naar individuele uitkomsten te herleiden zal zijn. Sowieso wordt over kleinere groepen dan tien personen niet gerapporteerd.