Dave Dubbink (24)
Student technische bedrijfskunde
Phnom Penh, Cambodja
September-12 december
Waar zit je ergens?
`In Phnom Penh, Cambodja. We vertrekken morgen voor een vakantie van drie weken naar Thailand. Hiervoor werkten wij twaalf weken als vrijwilliger in Siem Reap.'
Wat deed je daar precies?
`Samen met mijn vriendin Maartje gaf ik Engelse les op een school, vijftig kilometer buiten Siem Reap. Dat is een heel contrast. Van een klein stadje kom je ineens op het platteland waar -in onze ogen- niets meer is. Er staat een enkele waterpomp, mensen leven in houten huisjes en eten kleine beesten zoals kikkers en slangen.'
Waarom heb je gekozen voor vrijwilligerswerk in Cambodja?
`Cambodja is een onderontwikkeld land. Hier is hulp hard nodig. Ook de geschiedenis van het land speelde mee voor mij. Recentelijk is hier oorlog geweest en dat is overal zichtbaar.'
Waar zie je dat aan?
`Oudere mensen die de martelingen hebben overleefd missen vaak een arm, een been of hun oog is uitgestoken. De Rode Khmer heeft hier destijds grote invloed gehad. Dat merk je aan mensen, ze praten liever niet over de oorlog.'
Vond je de armoede confronterend?
`We woonden zelf ook in een huisje op palen, kookten op hout en douchten onder de waterpomp. Meegaan in het ritme went eigenlijk vanzelf. Maar ik stond zeker stil bij de armoede. Twee keer per week brachten wij gezinnen rijst, groente en vis. De blijdschap die je dan ziet is onbeschrijfelijk. Je voelt je haast bezwaard om de kleding die je aanhebt en het horloge dat je draagt.'
Waar moest je aan wennen?
`Aan de mentaliteit van Cambodjanen. Ze denken alleen aan vandaag, morgen komt wel. Als er een feest is gooien ze alles achter zich neer en gaan feestvieren. En ik moest wennen aan de lokale leraren die ons om geld vroegen, terwijl ze twintig dollar per maand krijgen, een behoorlijk hoog salaris hier.'
Vind je het moeilijk om geld te weigeren?
`Ja natuurlijk. Wij zijn maar gewone studenten, toch zijn wij in dit land heel rijk. Maar je moet niet zomaar iedereen geld gaan geven, dan hou je dat in stand. De vrijwilligers na ons worden dan ook om geld gevraagd.'
Wat heeft de meeste indruk op je gemaakt?
`Mensen op het platteland hebben helemaal niets. Soms dragen ze niet eens een shirt. Maar toch zijn ze gelukkig. Kinderen kunnen urenlang opgaan in het spelen met een mestkevertje. En als we hun haar wassen met onze shampoo onder de waterpomp dan zijn ze onbeschrijfelijk dankbaar en blij. Ik had van tevoren niet verwacht dat mensen met niets zo blij konden zijn.'