'We investeren ons de crisis door'

| Redactie

'Hier zit een tevreden mens', concludeert Anne Flierman na afloop van dit interview. De UT zit met Route'14 on track, de oprichting van de Graduate School ligt ook op schema, het gewenste profiel krijgt langzaamaan vorm en de bezuinigingen kunnen we aan, meent de voorzitter van het college van bestuur. `We moeten alleen scherper en bewuster kiezen.' Vorige week sprak rector magnificus Ed Brinksma zich uit over de tanende kwaliteit van het onderwijs, deze week beschouwt Flierman het reilen en zeilen van de UT. Zit er schot in Route'14?

`De Universiteit Twente is een moderne technische universiteit', steekt de voorzitter van wal wanneer hem de stelling wordt voorgelegd dat de UT noch technisch noch algemeen is en daardoor onvoldoende zichtbaar. `Ik ben het daar niet mee eens. De focus op technologie wordt steeds sterker. Health en energy zijn sterke domeinen. Wat we vroeger de twee kernen noemden - de techniek dus en de sociale wetenschappen - komen steeds dichter tot elkaar. De UT is wat mij betreft een universiteit voor technology for life.' De herkenbaarheid van deze universiteit schuilt volgens hem in de maatschappelijk relevante opleidingen. `Daarin komt duidelijk naar voren dat techniek onmisbaar is voor de samenleving.' De studie technische geneeskunde en het onderzoeksinstituut MIRA zijn daarvan mooie voorbeelden, vindt Flierman. `Het gaat om techniek en de rol daarin van de sociale wetenschappen. Die samenhang moeten we veel nadrukkelijker uitdragen.' Maar dat valt niet mee, weet hij.

Route'14 is daarvoor het middel en zal, denkt Flierman, een einde maken aan de eilandencultuur van de techniek aan de ene kant en de sociale wetenschappen aan de andere kant. `De top van de wetenschappers binnen de UT-gemeenschap weten dat. Ook buiten de UT, daar waar de grote beslissingen worden genomen, weet men dat de UT zich profileert als een technische universiteit.'

Dat de rest van de (inter)nationale academische wereld nog niet op de hoogte is van het geschetste uithangbord, mag je ook niet verwachten, meent Flierman. `Het is amper een jaar geleden dat de universiteitsraad instemde met het uitgezette beleid, zoals neergelegd in Route'14. We hebben nog vier jaar de tijd om het profiel handen en voeten te geven en te laten zien hoe dat in onderwijs en onderzoek doorwerkt.'

Bewijzen zijn er al wel. Somt op: `Bij de benoeming van hoogleraren vragen we expliciet hoe ze in hun onderzoek technologie koppelen aan sociale wetenschappen. Nog onlangs hebben we symposia gehad over health en energy en ook vanuit de Provincie Overijssel komen maatschappelijke vraagstukken, zoals over de CO2-problematiek, deze kant op. Met technologisch onderzoek kunnen we een bijdrage leveren aan het oplossen ervan.'

Verschillende projectgroepen zoals de pre-university, de campus, talentontwikkeling en internationalisering, werken de komende jaren aan het integreren van het gedachtegoed van Route'14 in de UT. Op het ene terrein gaat het wat harder dan op het andere, erkent hij. `Uiteindelijk moet de staande organisatie het overnemen, de projectgroepen zijn geen doel op zich.' De werkgroep die was belast met strategische allianties is opgeheven. `We hebben onze inzichten bijgesteld. De samenwerking met buitenlandse universiteiten moet vooral komen van de groepen binnen de onderzoeksinstituten. Dat gebeurt natuurlijk al veelvuldig, maar de kunst is daarbij te kijken of samenwerking breder is te trekken, zodat de UT daar ook in brede zin profijt van heeft.'

Het uitgangspunt voor de komende jaren is dat de faculteiten en diensten hun financiële zaken strak op orde hebben. `Ze zullen hun bestedingspatroon moeten aanpassen en scherper moeten kiezen voor de meest kansrijke ontwikkelingen.' Flierman zegt daar alle vertrouwen in te hebben en ligt er niet wakker van. Maar hij voegt er wel meteen aan toe dat alleen al de Plasterk-korting (100 miljoen voor alle universiteiten, waarvan 9 miljoen voor de UT op jaarbasis) veel pijn doet. Meer wil de CvB-voorzitter er nog niet over zeggen zolang het rapport van de commissie-Berger (met daarin aangegeven waar bezuinigd moet worden) nog niet is vrijgegeven (dat zal ongeveer half december het geval zijn als de financiële man in het CvB, Kees van Ast, daarop een toelichting geeft in het UT-Nieuws, red.). `Vaststaat dat we met behulp van onze reserves geld blijven steken in Route`14. We hebben een goed gevulde spaarpot, al zit het meeste geld in onze gebouwen. Zó investeren we ons de crisis door.'

Flierman verwacht van de instituten dat ze (nog) meer geld genereren uit de derde geldstroom. `Met Boeing en BP doen we dat al aardig, maar het mag wel wat meer worden, zo luidt zijn boodschap. `Verder heb ik op het niveau van het wetenschappelijk onderzoek niets aan te merken. Dat gaat voortvarend. Maar op onderwijsgebied gaan wij, zoals Ed Brinksma al eerder schetste, achteruit. Goed is voor ons de norm. Maar een voldoende kan de UT zich niet permitteren. We schuwen de middelmaat.' In Route`14 ligt daarom het hoofdaccent op het eerder geschetste UT-profiel èn het onderwijs.

`We zijn on track', verwoordt Flierman de stand van zaken. `Met de graduate school zijn we verder dan gedacht. Er zijn zes nieuwe programma's. Nog eens twaalf staan in de steigers. We streven naar een aantal van uiteindelijk 25 à 30.' De Twente Graduate School ging vorige week officieel van start en leidt studenten op tot wetenschappelijk onderzoeker. De andere Schools (in feite zijn dat ook graduate schools omdat ze graduates, dat wil zeggen masterstudenten, herbergen) bereiden studenten voor op de arbeidsmarkt. De ontwikkeling daarvan gaat volgens Flierman langzamer dan gehoopt. De vraag speelt daarbij hoeveel het er gaan worden. Een of twee. Een School of Business & Social Sciences én een School of Engineering? Flierman: `Misschien komt er maar één School bij. Nee, dat is geen knelpunt, maar een inhoudelijke discussie. Het gaat om de vragen wat deze Schools gaan inhouden. Hoe gaan we het concept van de drie O's - onderzoeker, ontwerper en organisator - uitwerken en wat zijn de in- en doorstroommogelijkheden. Je moet immers kunnen switchen van de ene Graduate School naar de andere.' Voor het eind van dit kalenderjaar verwacht de CvB-voorzitter duidelijkheid.

Zo'n ingrijpende interne structuurverandering roept meteen de vraag op wat er dan met de faculteiten gaat gebeuren. Blijven die bestaan? Flierman had die vraag verwacht, maar wil er niet op vooruit lopen. `We weten dat die discussie eraan komt en er zijn meerdere oplossingen denkbaar. Maar eerst willen we alles inhoudelijk regelen. Als de verkoop doorgaat kunnen we daarna de winkel erachter verbouwen.'

Flierman benadrukt dat de UT zich met een aangescherpt profiel wil onderscheiden. `Dat is echt nodig voor een kleine universiteit aan de rand van Nederland. Qua studentenaantallen staan alleen Wageningen en Eindhoven onder ons en qua budget Tilburg. Universiteiten in de Randstad hebben een groter, natuurlijk studentenreservoir waar zij uit kunnen putten. In de cirkel waaruit de UT studenten binnenhaalt, wonen relatief minder mensen. Als wij kleiner worden kunnen we de boel niet meer draaiende houden.'

Dus zijn er volgens Flierman ongeveer tienduizend studenten nodig. Die zijn met de komst van het ITC binnen handbereik. `We zitten nu op 8500 en in het nieuwe jaar komen daar zevenhonderd studenten bij.' Die zesde faculteit, met haar speciale status, biedt nieuwe kansen. `En die moeten we benutten. In de eerste maanden faciliteren we vooral de overgang en integratie. Daarna bekijken we de mogelijkheden hoe we beide partijen dichter bij elkaar kunnen brengen.' Flierman heeft daar wel ideeën over. `Het ITC biedt nu masteropleidingen aan voor buitenlandse studenten. Ik sluit niet uit dat daar op termijn geaccrediteerde masters bijkomen die interessant zijn voor Nederlandse studenten. Het ITC kan profijt hebben van onze onderzoeksinstituten en de UT van hun enorme buitenlandervaring.'

'We moeten ons profiel steviger uitdragen' Foto: Gijs van Ouwerkerk
'We moeten ons profiel steviger uitdragen' Foto: Gijs van Ouwerkerk

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.