Promovendus Wiet Janssen onderzocht de effectiviteit van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking en doet daarover boude uitspraken. Hij zegt onder meer: “De ontwikkelingshulp zoals deze tot op heden plaatsvindt, werkt niet en moet radicaal anders.” Vier specialisten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, de hoogleraren Paul Hoebink (Radboud Universiteit), Jan Willem Gunning (Vrije Universiteit), Eric Smaling (Wageningen Universiteit) en Rob Visser (Universiteit Utrecht) vinden dat de onderbouwing van die conclusies ernstig tekort schiet en uiten hun kritiek in een brief aan de Universiteit Twente: “Een dergelijk proefschrift, dat bovendien geschreven is in krakkemikkig Engels, zou niet toegelaten mogen worden tot promotie.”
Belangrijke kritiekpunten zijn onder meer het ontbreken van een heldere onderzoeksopzet, het selectieve gebruik van bronnen en het gebrek aan eigen onderzoek. “Het werk is van belabberde kwaliteit”, licht briefschrijver Gunning, hoogleraar ontwikkelingseconomie, toe. “Als masterscriptie economie zou het bij ons aan de VU niet zijn geaccepteerd.”
De promotie ging vandaag gewoon door. Wel kreeg één van de vier critici, Smaling, de gelegenheid kritische vragen te stellen aan de promovendus: “Een mening over iets hebben, geachte promovendus, is iets anders dan conclusies trekken op basis van gedegen wetenschappelijk onderzoek. Dat laatste is niet gebeurd. En dat is slecht voor de wetenschap en voor de betrokkenen.”
Janssens promotor, Erik Joost de Bruijn, is het daar niet mee eens. Hij noemt de dissertatie een “uitermate gedegen, wetenschappelijk goed onderbouwd bedrijfskundig onderzoek” en staat dan ook volledig achter de promotie. Vanmiddag kon hij zijn promovendus een hand geven. Wiet Janssen mag zich voortaan doctor noemen.
HOP, Jochem Lybaart