'Kritiek op proefschrift hoort niet in media'

| Redactie

De externe onderzoeker en UT-alumnus Wiet Janssen promoveerde afgelopen week bij de MB-vakgroep NIKOS onder grote mediabelangstelling op de effectiviteit van ontwikkelingshulp. Vier hoogleraren van andere universiteiten vonden dat het proefschrift nooit ter promotie aangeboden had mogen worden en spraken van een wetenschappelijke misser. Onzin, zegt de promotor van Janssen. Hij vindt bovendien dat deze discussie niet in het publieke domein thuishoort.

Al voor de promotieplechtigheid afgelopen donderdag in de Spiegel ontstond er ophef rondom het proefschrift van Wiet Janssen (57). Hij schrijft hierin onder andere dat ontwikkelingshulp aan Afrika contraproductief werkt en dat het beleid van de Nederlandse overheid omgegooid zou moeten worden. Janssen werkte jarenlang zelf als ontwikkelingswerker en is nu zelfstandig consultant. Hij studeerde in 1980 af bij werktuigbouwkunde en was in zijn studietijd actief bij de Werkgroep Ontwikkelingstechnieken (WOT).

Vier hoogleraren op het gebied van ontwikkelingsstudies - Paul Hoebink (Nijmegen), Jan Willem Gunning (VU), Rob Visser (Utrecht) en Eric Smaling (ITC en dus per 1 januari UT) - hadden vooraf de dissertatie gelezen en uitten forse kritiek op de opzet van het onderzoek. `U begrijpt dat naar onze mening een dergelijk proefschrift niet toegelaten zou mogen worden tot promotie', schreven zij per mail aan Paul van Loon, decaan van MB, en hoogleraar Erik Joost de Bruijn, de promotor van Janssen.

ITC-hoogleraar Smaling kreeg van het college van promoties toestemming om als opponent vanuit de zaal vragen te stellen tijdens de verdediging. `We zijn van onze stoel gevallen van dit proefschrift. Een complete sector wordt onderuit gehaald. Dat mag in een krant of in een boek, maar als dat gebeurt in een proefschrift moeten de conclusies keihard zijn', verwoordde hij zijn kritiek. Smaling en zijn collega's vinden dat een statistisch kader ontbreekt en Janssen te weinig eigen onderzoek heeft gedaan.

Na afloop toonde Smaling zich ontevreden over het verweer van Janssen hiertegen. `Van dit proefschrift zal ik nooit enthousiast worden. Mijn gevoel is niet veranderd door aanwezig te zijn', liet hij telefonisch weten. `Ik had dat ook niet verwacht, want de tijd bij een promotie is krap. Het komt niet tot een echte discussie. Wat dat betreft was mijn komst symbolisch. Ik had absoluut niet de illusie dat de graad niet zou worden toegekend.'

Promotor Erik Joost de Bruijn van Janssen noemt de kritiek van Smaling en zijn collega's `onzin'. Volgens hem is het onderzoek wel degelijk gebaseerd op origineel onderzoek en staan er in de dissertatie naast de negatieve conclusies ook positieve bevindingen over ontwikkelingshulp. De Bruijn vindt de discussie rondom de opzet en aanpak van het proefschrift normaal. `Dat is niets bijzonders in academische kringen. Meningsverschillen over gekozen literatuur zijn bijna dagelijkse kost. Het is wel ongebruikelijk dat het debat plaatsvindt in het publieke domein. Deze wetenschappelijke discussie hoort thuis in de promotiezaal en niet in de pers.'

Volgens Smaling is het nooit zijn bedoeling geweest dat de media er zo op zouden springen. `Wij hebben de faculteit gemaild en toen kwam het in de pers. Die hebben we niet zelf opgezocht.' De UT hoeft volgens hem niet bang te zijn dat deze ophef leidt tot imagoschade. `Dit had overal kunnen gebeuren. Als een promotiecommissie het proefschrift goed genoeg vindt, moet je dat accepteren. Maar we moeten elkaar in de academische wereld wel scherp houden.'

Wiet Janssen
Wiet Janssen

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.