Zesdeklassers goed in wis- en natuurkunde

| Redactie

Nederlandse leerlingen in de zesde klas van het vwo blinken uit in natuurkunde volgens timss-advanced (Trends in International Mathematics and Science Study) een internationale studie naar het onderwijsniveau in het laatste jaar van het voortgezet onderwijs. Ook in wiskunde doen middelbare scholieren het goed. De resultaten van alle tien deelnemende landen werden gisteren bekend gemaakt. GW-wetenschappers Marjolein Drent en Martina Meelissen deden het onderzoek in Nederland.

Zo'n vierduizend examenleerlingen in het vwo maakten in het voorjaar van 2008 een extra toets voor wiskunde of natuurkunde. Dezelfde test werd uitgevoerd in Armenië, Filippijnen, Iran, Italië, Libanon, Noorwegen, Rusland, Slovenië en Zweden. Van deze landen scoort Nederland het hoogst op natuurkunde, met een score van 82 punten boven het timss-gemiddelde van 500. Bij wiskunde eindigt Nederland op een tweede plek achter Rusland met een score van 552. Opvallend, want universiteiten klagen geregeld over het niveau van eerstejaars bij bètastudies.

De vraag is wat deze gegevens waard zijn, geven Drent en Meelissen toe. Zij deden het onderzoek op 228 Nederlandse scholen. Aan een eerdere timss-advanced studie in 1995 deed Nederland niet mee, dus je kunt niet zien of het niveau is veranderd. De groep landen die deelnam is bovendien klein en een vergelijking tussen Nederland en Armenië of de Filippijnen lijkt niet zinvol. `Je kunt wel stellen dat Nederlandse leerlingen het in internationaal perspectief goed doen', aldus Drent. `Maar', nuanceert ze, `het aantal leerlingen dat wiskunde en natuurkunde op het hoogste niveau volgt, is klein.' In Nederland doet 3,5 procent van de leerlingen wiskunde B1,2. In Slovenië, dat gemiddeld lager scoort, is dat veertig procent.

Het onderzoek van TIMMS maakt ook onderscheid naar sekse. In Nederland presteren jongens en meisjes even goed in wiskunde, maar blijven meisjes achter bij natuurkunde. Verder maakt de studie duidelijk dat Nederland achteraan komt als het gaat om het percentage vrouwelijke bètadocenten: voor wiskunde vijftien procent (samen met Libanon het laagste van de tien onderzochte landen) en voor natuurkunde zelfs maar vijf procent.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.