Orgaandonoren hebben minder vaak bedenkingen bij het wetenschappelijk gebruik van hun hart, longen, nieren en andere lichaamsdelen. Dat blijkt uit de jongste cijfers van het donorregister.
Organen van overleden donoren worden niet altijd getransplanteerd. Soms is het daar te laat voor of is er geen geschikte patiënt voorhanden. Dan kunnen artsen de organen ook gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek naar transplantatie – tenzij de donor daar bezwaar tegen heeft gemaakt.
Van de 3,1 miljoen geregistreerde orgaandonoren willen er ruim 26 duizend niet dat artsen na hun dood onderzoek met hun organen doen. Maar sinds 2004 daalde hun aandeel van 0,91 naar 0,84 procent van alle donoren.
Opvallend in de nieuwe cijfers is de toegenomen bereidheid van jongeren om donor te worden. Van alle negentienjarigen die zich laten registreren – grofweg eenderde van de groep die jaarlijks wordt aangeschreven – gaf zes jaar geleden één op de drie geen toestemming voor orgaandonatie. Nu is dat nog maar één op de vier. Wel maken jongeren steeds vaker een voorbehoud. Ze geven artsen toestemming om alle organen te transplanteren, behalve bijvoorbeeld de ogen, de hartkleppen, of de huid.
Je laten registreren als orgaandonor of als expliciete weigeraar kan hier.
HOP, Bas Belleman