Vijf thema's voor ICT-vernieuwingen in UT-onderwijs

| Redactie

De UT investeert de komende vier jaar in extra mankracht om het onderwijs verder te digitaliseren. Een werkgroep onder leiding van Wytze Koopal van de onderwijskundige dienst heeft vijf thema’s geformuleerd die aangeven op welke vlakken het onderwijs kan worden verbeterd met ICT-hulpmiddelen.

Photo by: Gijs van Ouwerkerk

Het college van bestuur wil het aantal medewerkers dat werkt aan ICT-vernieuwingen in het onderwijs verdubbelen. De capaciteit wordt uitgebreid van 1,5 fte naar 3 fte per jaar tot 2016. Dat is nodig om van het Twents Onderwijsmodel (TOM), dat begin september start met modulair onderwijs, een succes te maken. Het college sluit hiermee aan bij de bevindingen van een werkgroep die onder leiding stond van Wytze Koopal van de onderwijskundige dienst. Koopal formuleerde, in overleg met de Universitaire Commissie Onderwijs, vijf thema’s waarin de UT tot 2016 moet investeren.

Digitaal toetsen

Het eerste aandachtsgebied luidt ‘formatieve toetsing en beoordeling’. De bedoeling is dat studenten in TOM niet alleen aan het eind van de module maar ook tussentijds worden getoetst. Bij voorkeur gebeurt dit op eigen initiatief van de student en op elk gewenst moment (on demand). Koopal: ‘Dat kan met digitale toetsen waar direct feedback op komt.’ De ICT-voorzieningen daarvoor zijn volgens de projectleider weliswaar aanwezig, maar worden nog niet structureel ingezet.

Thema twee gaat over het ontwerp van digitaal studiemateriaal. Koopal: ‘Denk bijvoorbeeld aan de opname van colleges. Dat gebeurt nu al voor hele colleges, maar je kunt ook microlectures maken. Dat zijn korte video’s die studenten thuis kunnen bestuderen voor ze naar college gaan, zodat je het college zelf anders kunt invullen. Op dit moment zijn wel al met één odent aan de slag om deze microlectures op te nemen.’

Cloud-toepassingen

Ook wil Koopal dat ICT-toepassingen worden gebruikt om studenten actiever bij het onderwijs te betrekken (thema drie: activerende werkvormen). Als voorbeeld noemt hij de docent die een vraag stelt die studenten met hun mobieltje beantwoorden, waarna de docent direct kan inspelen op de reacties. ‘Een student moet niet alleen komen luisteren, maar wordt echt aan het werk gezet’, aldus Koopal.

Het vierde thema gaat over het investeren in cloud-toepassingen waardoor het voor studenten (en docenten) makkelijker wordt om gezamenlijk aan hetzelfde document te werken. Onderzocht gaat worden welke voorzieningen de UT hiervoor kan bieden, bijvoorbeeld ook de inzet van Skype voor video conferencing binnen projectgroepen. In april stapte de UT voor de studentenmail al over naar Google Apps.

Pioniers

Het vijfde en laatste thema’s gaat over het ondersteunen van pioniers, docenten die graag nieuwe digitale toepassingen uitproberen om hun onderwijs te verbeteren. Koopal verwacht dat daaruit ideeën kunnen ontstaan die ook bij andere opleidingen goed gebruikt kunnen worden.

De projectleider benadrukt dat er al veel gebruik gemaakt wordt van ICT in het onderwijs. ‘Er gebeuren interessante dingen. Het ontbreekt alleen nog aan structuur en de juiste prioriteiten. Die hebben we nu aangegeven. De komende maanden en jaren gaan we moduleteams assisteren om ICT-hulpmiddelen in te zetten.’