Onophoudelijk enthousiasme

| Rense Kuipers

Wat maakt een docent goed? Waar haalt iemand de passie vandaan de soms stoffige stof even boeiend als begrijpelijk te brengen? In de rubriek ‘Meet the teacher’ stellen we je voor aan de UT’ers met hart voor onderwijs. Deze eerste aflevering: Ipek Seyran Topan.

Photo by: RIKKERT HARINK

Ipek Seyran Topan is de huidige houder van de titel ‘UT-docent van het jaar’. Ze won afgelopen zomer de centrale onderwijsprijs, maar het had niet veel gescheeld of ze had nooit in de finale gestaan. Na eerdere aanmoedigingen van collega’s Elke van der Veen en Erwin Hans, gaf uiteindelijk haar vierjarige dochtertje het beslissende duwtje, toen ze met de enorme beker speelde die haar moeder won voor de decentrale onderwijsprijs bij International Business Administration. De boodschap: er moet nog een beker bij, het liefst een nóg grotere. Druk als ze was, zag Seyran Topan het niet zitten om een essay te schrijven en minicolleges voor te bereiden, om zodoende een gooi te doen naar de titel ‘docent van het jaar’. Maar op de terugweg van een trip naar Berlijn bedacht ze zich en ging ze ervoor. De rest is, zoals men zegt, geschiedenis.

Goed onderwijs begint volgens Seyran Topan bij jezelf in iemand anders’ schoenen te plaatsen. Je moet weten wie je publiek is. Die verlegen student achterin de collegezaal zal niks zeggen, maar vraagt desalniettemin om een andere benadering dan die mondige student op de eerste rij. Dus zorgt de docente dat ze de achtergrond van studenten leert kennen. En dat ze de materie die ze moet overbrengen zo tastbaar mogelijk maakt, voor iedereen.

In het bijzonder geldt dat voor een van de vakken die ze verzorgt: quantitative modelling. Pittige wiskunde dus, wat voor de gemiddelde student technische bedrijfskunde vanwege hun wiskunde-achtergrond op de middelbare school doorgaans beter te behappen is dan voor de collega’s bij IBA. Haar powerpointslides zijn volgens haar daarom net boeken. Veel visuele hulp en praktijkvoorbeelden, in combinatie met de broodnodige theoretische basis. En bovenal vindt ze het belangrijk om niet door te draven in de theorie. Die weet zelden zo te boeien als de praktijk. Het gaat om het vinden van de juiste balans.

Een van haar andere ‘wapens’ voor de collegezaal is haar onophoudelijke enthousiasme. Seyran Topan geeft ruiterlijk toe één brok energie te zijn. Het zit vastgebakken in haar persoonlijkheid, dus probeert ze het in haar voordeel te gebruiken. Vooral in combinatie met humor en plezier. Foto’s maken van studenten tijdens tentamens, die ze vervolgens naar hen opstuurt? Dat hoort erbij. Ook had ze haarzelf eens murw gebeukt, aan het eind een lang college. De energie was ver te zoeken en ze had stervende honger. Ze boden boterhammen en tussendoortjes aan, maar plots vond ze een chocolaatje. Met volle mond vervolgde ze haar college. Ook dat hoort erbij, plezier maken.

Alle energie, humor, empathie en plezier komen samen in het grootste goed voor Seyran Topan: vertrouwen. Vertrouwen van haar naar de student en vice versa. En bovenal ook vertrouwen van de student in zichzelf. Daar hoort ook een inspanningsverplichting bij: de docente verwacht dat haar studenten op z’n minst aanwezig zijn – en dat houdt ze ook bij met persoonlijke statistieken. Op hun beurt kunnen haar studenten verwachten dat ze niet één, maar meerdere stappen extra zet. Toetsresultaten? Binnen drie dagen terug. Vragen of onduidelijkheden neemt ze nog sneller weg. Is iets vaag, dan zorgt dat voor kopzorgen. Volgens de docente moeten studenten vooral studenten kunnen zijn, zo zorgeloos mogelijk.

Ook al geeft ze weleens les aan 160 studenten tegelijkertijd, studenten zijn voor Ipek Seyran Topan meer dan een nummer. Ze zoeken altijd waardering. En de docente voelt zich ontegenzeggelijk verantwoordelijk om ze te waarderen. Met de Centrale Onderwijsprijs kreeg ze een stukje waardering terug – en een cheque ter waarde van 2500 euro. Dat geld komt trouwens op de rekening van haar dochtertje te staan. Een stukje waardering voor de grote katalysator van het succes.