Meet the Teacher: Marijn Zwier

| Rense Kuipers

Wat maakt een docent goed? Waar haalt iemand de passie vandaan de soms stoffige stof boeiend te brengen? In de rubriek ‘Meet the teacher’ stellen we je voor aan de mensen met hart voor onderwijs. Deze aflevering: Marijn Zwier, docent bij de opleidingen industrieel ontwerpen en werktuigbouwkunde.

Photo by: RIKKERT HARINK

Onderwijs geven werd Marijn Zwier met de paplepel ingegoten. Zijn vader is wiskundedocent aan de UT en Zwier-junior trad in 2015 in zijn voetsporen. Sindsdien geeft hij tal van vakken binnen industrieel ontwerpen en werktuigbouwkunde. Het mooiste vak is volgens Zwier Productie 3, waarbij hij tweedejaars IO’ers begeleidt in het proces van spuitgieten.

In zeven weken tijd gingen zijn studenten van een eigen idee naar een ontwerp, model, simulatie tot uiteindelijk een volledig spuitgegoten plastic product. De resultaten? Onder meer sleutelhangers, bieropeners – het blijven studenten –, sneeuwvlokken en de Eiffeltoren. Zwier ziet dat studenten vrijheid geven zich uitbetaalde. De projectgroepen gingen zelf op onderzoek uit en namen hun verantwoordelijkheid serieus. Ze wisten immers dat ze daadwerkelijk een eindproduct maakten en dat Zwier in totaal een goede honderd uur zou steken in alleen al het frezen van de mallen van vijftien projectgroepen. In dat geval is het helemaal een quid pro quo-constructie tussen docent en studenten.

Wat Zwier vooral heeft geleerd van zijn vader? Op de eerste plaats vernieuwen, ook op kleine schaal. Dat betekent dat je colleges op orde zijn en de informatie die je presenteert ook. Hij heeft er een hekel aan als je als docent zelf niet weet waarom je een bepaalde sheet in je presentatie hebt. Volgens Zwier moet in ieder college een verhaal zitten. De sheets zijn er ter ondersteuning van dat verhaal.

Op de tweede plaats heeft Zwier de aloude kunst van het geduld afgekeken van zijn vader. Veel en herhaaldelijk uitleggen irriteert hem niet. En de deur van zijn kamer staat altijd open. Voorwaarde is wel dat studenten met gerichte vragen komen. Een ‘ik snap er niks van’-noodkreet komt er niet in, maar Zwier steekt met alle liefde een uur in het helpen van een gemotiveerde projectgroep. Dan is het niet erg dat zijn eigen werk even blijft liggen.

Zwier krijgt een stukje waardering terug voor zijn inzet. Dit jaar stond hij in de finale voor de Centrale Onderwijsprijs. Ook al oogde het voor Zwier meer als een populariteitswedstrijd, hij is wel trots dat hij in de finale stond. Het feit dat studenten en collega-docenten op hem stemden, is toch een opsteker voor het zelfvertrouwen. Zeker als je nog niet zo lang met alle ziel en zaligheid lesgeeft.

Maar het geeft hem de meeste voldoening als studenten wat van zijn lessen opsteken. Dat ze na een module bijvoorbeeld zeggen dat er meer komt kijken bij spuitgieten dan ze vooraf gedacht hadden. Het komt uiteindelijk neer op een gezonde wisselwerking. Zwier geeft zijn studenten de vrijheid, zodat ze vanzelf ergens tegenaan lopen. En dan mag hij ze als docent, in alle geduld, weer een stukje verder helpen.