Marathonschaatsen: ‘Een half uur intensief opletten’

| Jelle Posthuma

Elke week strijden UT’ers om de overwinning. Soms op topniveau, soms in de kelderklasse en alles daartussen. In deze ‘wedstrijd van de week’ marathonschaatster en Skeuvelaar Florien Bolks (19).

Photo by: focusbyhanneke
Florien Bolks, rechts op de foto, in actie tijdens een eerdere marathonwedstrijd (NK Marathon Junioren A)

Aan wat voor wedstrijd deed je mee?

‘Een competitie marathonschaatsen in de regio Noordoost. Vergelijk het met de voetbalcompetitie waar uit een x-aantal wedstrijden één deelnemer als winnaar uit de bus komt. Aan de marathoncompetitie doen veertig vrouwen mee, die allemaal tegelijk van start gaan op de ijsbaan om vijftig rondjes te schaatsen. In totaal schaatsen we tien wedstrijden op verschillende ijsbanen in Nederland. De optelsom van deze wedstrijden bepaalt de uiteindelijke winnaar. Overigens reden we dit seizoen maar negen wedstrijden: de negende race ging niet door vanwege de storm.’

Hoe is het gegaan?

‘Goed. Gisteren (zondag, red.) was de laatste wedstrijd van de competitie. We schaatsten in Enschede: voor mij was het dus een thuiswedstrijd. Tijdens de race ontstond er een kopgroep van vijf dames. In eerste instantie kon ik aansluiten. Ik draaide een tijdje mee, maar na een paar rondes werd het toch iets te pittig en moest ik ze laten gaan. Uiteindelijk finishte ik als elfde: m’n beste uitslag van het seizoen. Over het geheel van de tien wedstrijden behaalde ik een twintigste plek, precies in de middenmoot.’

Waarom marathonschaatsen?

‘Ik ben niet zo’n sterke starter. Dat maakt schaatsafstanden als de 500 en 1000 meter al lastig. Ik moet echt op gang komen, ben meer een diesel. De marathon biedt met vijftig rondjes daarvoor de uitgelezen kans. Bovendien is een marathon waar voor je geld, als je kijkt naar de inschrijfkosten. Bij korte afstanden sta je hooguit een paar minuten op het ijs, bij het marathonschaatsen toch al snel een half uur. Reken maar uit.’

Wat is de tactiek?

‘Je kunt de wedstrijd winnen door als kopgroep ertussenuit te knijpen of in een massale eindsprint aan het langste eind te trekken. Ook kun je punten verdienen met premiesprints gedurende de wedstrijd. Ik ben geen sprinter van nature. Daarom probeer ik te ontsnappen. Vaak is dat wanneer het peloton stilvalt, om even rechtop te staan en de benen te strekken. Dan ga je binnen- of buitenom en hoop je een kopgroepje te vormen om het peloton op een rondje achterstand te zetten.’

Wat is je ambitie voor de toekomst?

‘Nu rijd ik in de C-divisie van de regionale competitie. Het zou mooi zijn als ik over twee jaar in de B-divisie kan schaatsen. Tegelijkertijd wil ik geen pelotonvulling zijn. Als ik nu naar een hogere klasse zou gaan, ligt dat gevaar op de loer. Daarom ga ik volgend jaar eerst proberen om in de C-divisie bovenin mee te draaien. Nu deden de beloftes mee in deze klasse, volgend jaar niet. Dat biedt kansen voor mij in het nieuwe seizoen.’

Is het eigenlijk zwaar zo’n marathonrace?

‘Jazeker. Het is best zwaar. Je moet een half uur intensief opletten. Het is vechten voor een plek en er wordt hier en daar flink geduwd, hoewel dat officieel niet is toegestaan. Iedereen wil een plekje in de binnenbaan. Gisteren zijn er weer aardig wat dames gevallen. Ook moet je opletten tijdens de rondjes waarin iedereen op adem komt. Op zulke momenten is het namelijk ideaal om te ontsnappen.’

Tot slot. Is zo’n marathon niet veel mooier op natuurijs?

‘Ja, natuurlijk. Vorig jaar wist Haaksbergen de eerste marathon van het jaar op natuurijs te organiseren. Daar deed ik nog aan mee. Op natuurijs schaatsen blijft het mooiste. De echte toppers wijken uit naar Oostenrijk (Weissensee) en Zweden (Lulea). In Nederland is het heel mager dit jaar met de vorst. Hopelijk komt het nog, maar ik heb er weinig vertrouwen in.’