DIOK wint eenvoudig in studentenonderonsje

| Jelle Posthuma

Elke week strijden UT’ers om de overwinning. Soms op topniveau, soms in de kelderklasse en alles daartussen. In deze ‘wedstrijd van de week’ de badmintonners van D.B.V. DIOK.

Photo by: Gijs van Ouwerkerk

Niet alleen FC Twente kreeg afgelopen weekend bezoek vanuit het Hoge Noorden. Ook UT-badmintonvereniging DIOK ontving gasten uit Groningen, de Groninger Studenten Badminton Club AMOR om precies te zijn. Echt lastig werd het niet: DIOK wist de wedstrijd tegen de Groningers eenvoudig met 7-1 te winnen. Aan het woord is teamlid Niek van de Weerdhof.

Wat was het voor een wedstrijd?

‘Een competitiewedstrijd. De uitslag 7-1 verraadt dat we het niet heel moeilijk hadden. Bij badminton bestaat een wedstrijd uit acht partijen. Iedere gewonnen partij levert een punt op voor de competitie. Er is een enkelspel voor mannen en vrouwen, een dubbelspel voor mannen en vrouwen, en twee keer een gemengd dubbelspel.’

Was Groningen op voorhand een lastige tegenstander?

‘Nee, dat viel wel mee. In onze competitie doen acht teams mee. Groningen staat ergens onderaan en vecht tegen degradatie, wij staan in de middenmoot. Ons team begon heel goed aan het seizoen, maar door blessures zijn we wat weggezakt. Emmen is onze grootste rivaal. Op een gegeven moment stond ons team gedeeld eerste met Emmen. Helaas verloren we het onderlinge duel, en sindsdien is ons team afgezakt naar de middenmoot. Eigenlijk spelen we nu nergens meer voor. Ik denk dat we ons vrij gemakkelijk gaan handhaven in de middenmoot. Er is duidelijk een onderkant van de competitie, waarin de wat mindere teams zitten zoals AMOR uit Groningen. De wedstrijden tegen deze clubs weten wij over het algemeen gemakkelijk te winnen.’

Is badminton een grote sport in Nederland?

‘Niet echt. De sport is vooral heel groot in Azië. Ook als studentensport is badminton in Nederland vrij klein. Het was toeval dat we tegen studenten uit Groningen speelden. Meestal speelt ons team in de regio. Dit jaar hebben we pech met de indeling. Ons team zit in regio Noord, waardoor we flink moeten reizen. Gelukkig speelden we dit weekend thuis, want een uitwedstrijd in Groningen is een behoorlijke trip.’

Je zegt: de sport is groot in Azië. Hebben jullie veel Aziatische leden?

‘Best wel. Ik denk dat 30 à 40 procent van onze leden niet uit Nederland komt. Het zijn vooral studenten uit landen als India en China. Ze doen meestal niet mee aan de competitie, trouwens. Het zijn trainingsleden. Dat komt door de taalbarrière. Wij spelen in de competitie doorgaans tegen teams die alleen Nederlands – of zelfs alleen Twents – spreken. Bij het badminton is er op ons niveau geen scheids. Spelers moeten in onderling overleg bepalen of de shuttle in of uit is. Het is niet handig als je deze discussie moet voeren in een vreemde taal.’

Was er nog een goede derde helft?

‘We bieden de tegenstander altijd een drankje aan na de wedstrijd. Vaak is dat koffie, soms een biertje. Nu waren we met studenten onder mekaar, dus er zijn aardig wat pitchers doorheen gegaan. Er is zelfs nog ‘gebust’ (drankspelletje met kaarten, red.) in de kantine.’

Wat staat er voor de komende tijd op het programma?

‘In april is het jaarlijkse Gluttel-toernooi. Het is een van de weinige toernooien in de regio voor spelers van het hoogste niveau, maar het draait ook vooral om de gezelligheid. Zo is er op zaterdag een feest in de Vestingbar. De meeste spelers proberen hun laatste wedstrijd op zaterdag te verliezen, zodat ze zondag niet hoeven te spelen, want op zondagmorgen spelen na een avondje Vestingbar, is natuurlijk geen pretje.’