Photo by: Frans Nikkels
De Tien Geboden

‘De Heer liet me af en toe in de steek’

| Rik Visschedijk

Petra de Weerd-Nederhof, hoogleraar Organisatiekunde bij de vakgroep NIKOS, haalt troost en inspiratie uit de boeken van Tolkien. Ze verloor zes jaar geleden haar jongste dochter, maar wil vertrouwen houden en iedere ochtend iets wijzer opstaan.

Tien geboden

In deze serie interviewt U-Today verschillende UT’ers over hun werk, leven, passies en twijfels. Dit losjes en associërend aan de hand van de tien geboden, de leefregels die God via Mozes aan de mensheid gaf. Deze serie is geïnspireerd op de langlopende Trouw-reeks van Arjan Visser.

 I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

‘Wacht even, ik wil beginnen met mijn passie. Zie je deze ring? Het is een massief gouden ring van The Lord of the Rings. Ik kreeg hem van mijn man na de geboorte van mijn derde kind. Een paar honderd euro kostte ‘ie, geld dat we dus niet spaarden voor de baby. Dat had natuurlijk een reden: ik ben al sinds mijn elfde fan van de boekenreeks en heb alle films gezien. Ik ben trouw aan die liefde en draag de ring niet voor niets naast mijn trouwring.’

‘Ik gebruik The Lord of the Rings ook in mijn werk. Zo vertel ik altijd aan een nieuwe groep studenten dat ik fan ben, omdat ik wil dat iedereen iets grappigs over zichzelf vertelt. Ik draag die ene ring die over alle andere regeert, zeg ik dan. Dat breekt het ijs. Als iedereen meedoet, dan breng je het gesprek op gang. Het maakt dan niet meer uit of je uit Finland, Italië, Slovenië of Nederland komt. Dat was helemaal het geval toen ik overklast werd door een Italiaanse die een enorme Tolkien-tattoo op d’r rug liet zien.’

II Gij zult u geen gesneden beeld ­maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat ­beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

‘Ik ben dus een liefhebber van fantasy in het algemeen en van Tolkien in het bijzonder. Het is fascinerend hoe hij bijbelse teksten en thema’s verwerkt in een andere wereld. Je leest bij hem de bijbelkennis en hij speelt met de grote thematiek: goed tegenover kwaad, trouw tegenover ontrouw. Het is mooi hoe schrijvers met zo’n oude tekst als de tien geboden omgaan. Daar is die tekst ook voor; het geeft richting. Hoe je in het leven kunt staan, voor welke keuzes je staat. Ik haal er vooral uit dat je ernaar moet streven om iedere dag een beetje wijzer op te staan, om de ervaringen van de vorige dag een plek te geven en je niet te laten afremmen.’ 

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

‘Het leven is niet altijd makkelijk en eerlijk. Ik vind dat onze lieve Heer me af en toe een beetje in de steek liet. In 2012 overleed onze jongste dochter. Mensen zeggen dat iets ergers je niet kan overkomen. Maar dat is onzin. Je bent niet de enige die zoiets overkomt. Andere mensen maken hetzelfde mee of andere dingen die net zo zwaar zijn. Aan mijn armband heb ik een kraal die ik een dag na het overlijden kocht. Wijsheid, symboliseert die. Want daar gaat het om.’

‘Het overlijden is traumatisch voor mij, mijn man en onze twee kinderen die haar overleven. Maar we moeten ook door. Dat besef had ik vrijwel meteen. De kinderen hebben aandacht nodig, de hypotheek moet betaald. Ik heb verantwoordelijkheden en de wereld stopt niet. Hoeveel verdriet je ook hebt, je bent niet alleen op de wereld. In het boek Prediker, onderdeel van de bijbel, staat het treffend: ‘Alles heeft zijn tijd’. The Byrds zongen er een mooi liedje over. Zaaien en oogsten, geboorte en sterfte – alles in z’n moment.’

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de ­zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

‘Ik werk altijd, ook op zondag. Dat is niet een goed voorbeeld voor mijn medewerkers. Ik probeer erop te letten om geen e-mails in het weekeinde te sturen. Maar zo ben ik nu eenmaal en het geeft me kracht en afleiding in moeilijke dagen. Ik vind dat ik betekenisvol werk heb. Dat maakte dat ik iedere dag weer opstond. Tegen adviezen in las ik Tonio van A. F. Th. van der Heijden na het overlijden. Ik voelde afstand tot dat boek. De schrijver en zijn partner werken vanuit huis, hebben één kind. Ja, dan kan ik me voorstellen dat de dood alles overheersend is. Maar ik zei al, het leven gaat door.’

‘Bepaalde onderdelen van mijn werk kon ik na het overlijden niet volbrengen. Ik keek naar artikelen van mijn hand en dacht: wat stáát hier. In mijn onderzoek lukte het me niet meer om echt innovatief te zijn. Een angstig moment, want het slaat het fundament weg. Hoe kan ik promovendi begeleiden als ik in zo’n staat ben, ik was toen directeur van de Twente Graduate School. Ik voelde me als Frodo in The Lord of the Rings, toen hij verzuchtte tegen Gandalf: ‘I wish it need not have happened in my time’. Gelukkig kwam ik weer tot mezelf. In Gandalfs woorden: ‘All we have to decide is what to do with the time that is given to us’.

Inmiddels begeleid ik weer vijf promovendi. Die doen allemaal onderzoek op gebieden die ik belangrijk vind en waar ik ook echt intrinsieke motivatie voor heb. Re-search is me-search noem ik dat. Zelf doe ik nu onderzoek naar de relatie tussen veerkracht en innovatie. Ik interview bijvoorbeeld academici die een persoonlijk trauma hebben meegemaakt en hoe dat impact heeft op hun innovativiteit.’

V Eer uw vader en uw moeder

‘Toen ik elf jaar was, kreeg ik van mijn vader The Lord of the Rings-boeken. Niet dat hij een liefhebber was, maar de boeken werden me gegund. De films keken we ook met drie generaties. Dat is tekenend voor mijn jeugd. Ik heb alle kansen gekregen en er was een stabiliteit. Mijn ouders hebben niet gestudeerd, maar wilden die mogelijkheid wel voor hun kinderen. Dat ging wel gepaard met de opdracht om je best te doen. Je kunt geld maar één keer uitgeven. In mijn familie was ik de tweede die academisch afstudeerde.’

‘Acht jaar geleden werd mijn moeder ziek. Het zag er slecht uit. Wij, de drie kinderen, dachten dat ze het niet zou halen. We zaten middenin het rouwproces en toen werd ze beter. Ik hield mijn moeder, maar verloor een dochter. Is dat verschrikkelijk? Ja. Maar het is ook de cirkel van het leven. In de westerse wereld omgeven we dood met rouw en verlies. In andere culturen staat de wedergeboorte centraal of het vieren van het leven. Het is aan jezelf welke betekenis je geeft aan een einde.’

(tekst loop door onder de foto)

VI Gij zult niet doodslaan

‘Zal ik iets confronterends zeggen? Ik word boos van zelfmoordenaars. Ik zat eens in de voorste treincoupé toen iemand sprong. Wat doe je nu, dacht ik meteen. Hoe kun je de machinist en ons opzadelen met dit trauma? En ik dacht aan de mensen die achterblijven. Zelfmoord is voor hen een diepe wond.’

‘Ja, ik weet dat er culturen zijn waar de omgang met zelfdoding heel anders is. Het kan bijvoorbeeld een eervolle weg zijn om uit het leven te stappen om je familie van gezichtsverlies te behoeden. Ik heb het boek van Isa Hoes over de ziekte van Anthonie Kamerling gelezen en dat heeft me iets meer begrip voor depressiviteit en zelfmoordneigingen gebracht. Maar nee, ik blijf kwaad worden als ik erover hoor. Zoveel mensen willen leven en jij maakt er een einde aan?’

VII Gij zult niet echtbreken

‘Vanuit huis kreeg ik een goed voorbeeld mee, mijn ouders zijn 55 jaar getrouwd. Dat is niet vanzelfsprekend. Het huwelijk is echt for better and for worse. Met mijn man ben ik alweer 33 jaar samen en 26 jaar in de echt verbonden. Ja, dat gaat door pieken en dalen, zoals je kunt voorstellen. We zijn andere mensen dan toen we trouwden, maar groeiden niet uit elkaar.’

‘Dit is mijn trouwfoto, genomen hier op de campus. We kennen elkaar van de Witbreuksweg, nummer 381 één hoog. Mijn man, elektrotechnisch ingenieur in de groep van Albert van den Berg, is protestants, ik van huis uit katholiek. We wilden op de campus trouwen, geleid door de gereformeerde predikant Kuyvenhoven, die studentpastor aan de UT was. Maar hij sprak wijze woorden, zei dat ik meer katholiek was dan ik dacht. Uiteindelijk werd het een gemengde dienst in de Heilige Mariakerk in Enschede. Mijn kinderen zijn katholiek gedoopt, maar we gaan naar de kerk van mijn man. Sporadisch, dat wel.’

VIII Gij zult niet stelen

‘Als moeder omarm ik een gedicht van Kahlil Gibran. Dat begint zo: “Je kinderen zijn je kinderen niet, zij zijn de zonen en dochters van ’s levens hunkering naar zichzelf”. Prachtig toch? Je moet je kinderen niet willen behoeden voor de buitenwereld, maar ze loslaten en hun eigen weg gunnen. Dat moet je ze niet afnemen.’

Soms sta je voor onmogelijke keuzes, dan laat het moment zien wie je eigenlijk bent. Tijdens de vuurwerkramp was ik met twee kinderen, een baby en een vijfjarige, in een winkelcentrum. We hoorden de knallen, voelden de grond bewegen. Welk kind pak ik, schoot door mijn hoofd. Het werd de baby in de kinderwagen. Een onbekende vrouw pakte mijn vijfjarige bij de hand. Zo’n moment spiegelt wie je bent en welke keuzes je maakt.’

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

‘Er zijn dingen waarover ik niet wil praten. Hoe mijn man en ik zijn omgegaan met het trauma van het verlies van ons kind, bijvoorbeeld. Hij leest dit artikel ook en het is niet eerlijk om voor hem en over hem te spreken. Met oordelen en vergelijken moet je oppassen. Ik werk met statushouders, mensen die een heel verleden met zich meedragen. Is mijn leed zwaarder dan dat van hen of andersom? Nee, we zijn beiden hier, op dit moment. Daar gaat het om.’

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

‘Ik kick op uniformen! Zo, dat is eruit. Het is echt zo, ik heb iets met een man in vol ornaat. Maar tegelijk heb ik een probleem met hiërarchie, zoals een hooggeplaatste luchtmachtofficier me eens uit de doeken deed. Ik ben lid van de wetenschappelijke adviesraad van de Defensieacademie en raakte in gesprek met die officier. Ik ontkende natuurlijk, maar moet toegeven dat een pikorde me tegenstaat. Natuurlijk heeft hiërarchie waarde. Zeker bij defensie, maar ook in de academie: meester en gezel. Toch functioneer ik er slecht bij, het is niet wie ik ben.’

Ik geef graag vertrouwen en ben loyaal. Zeker in de ingenieurswereld, die ik zo goed ken, gaat me dat natuurlijk af. Door samen te werken met anderen leer ik en vergaar ik wijsheid. Daar zoek ik naar en dat draag ik graag uit.’


Petra de Weerd is een van de initiatiefnemers van het rouw- en chronisch ziekenprotocol op de UT.