Photo by: Arjan Reef
De Tien Geboden

‘Religie maakt ruimte voor het onbegrijpelijke’

| Rik Visschedijk

Wetenschap en religie hebben volgens techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek overeenkomsten. Het zijn de bijna-priesters die het best uit de ivoren academische toren komen en wonder verbinden met feit.

tien geboden

In deze serie interviewt U-Today verschillende UT’ers over hun werk, leven, passies en twijfels. Dit losjes en associërend aan de hand van de tien geboden, de leefregels die God via Mozes aan de mensheid gaf.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

‘Eén waarheid en daar je gehele wereldbeeld aan ophangen, dat levert radicale invullingen op. Kijk naar godsdienstfanatiekelingen die terreur gebruiken om hun waarheid op te leggen. Deze onverdraagzaamheid zit ingebakken in onze westerse cultuur, die monotheïstisch van karakter is. Niet alleen in het christelijke geloof, dat één god boven alle anderen zet, maar ook in de wetenschap.’

‘Het verlichtingsdenken, waar de moderne wetenschap ontstond, gaat uit van een optelsom van wetenschap, maar dat is een illusie. Wetenschap bedrijven we vanuit een kader, de bril hoe we de wereld bekijken. Als je los wilt komen van het monotheïsme, dan moet je bewust zijn van het paradigma waarin je werkt en onderzoekt. Zo bezien pleit ik voor het polytheïsme, een wereld waarin pluralisme kan bestaan.’

II Gij zult u geen gesneden beeld ­maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat ­beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

‘Mijn studietijd aan de UT was een verzet tegen de filosoof Martin Heidegger. Hij was mijn held en antiheld tegelijk. Ik was bevangen door zijn idee dat we niet aan techniek ontsnappen. We hebben techniek nodig, maar het bepaalt ons, zegt Heidegger. Als je zijn conclusie overneemt, dan heb je geen andere keuze dan te berusten. Het individu is machteloos volgens hem. Dit is een opvatting die je in het fin de sciècle (de overgang naar de twintigste eeuw, red.), breed ziet. Maar er zijn ook meer hoopvolle opvattingen uit die tijd. Bijvoorbeeld bij cultuurcriticus Walter Benjamin. Als je hem als techniekfilosoof leest, dan biedt hij ruimte.’

‘Hij richtte zich op de concrete relatie tussen mensen en technologieën. Wanneer we een film of foto bekijken, dan laat de techniek ons de wereld zien door de bril van de fotograaf of de regisseur. Benjamin zag dat als een vorm van overheersing, maar je kunt het ook zien als een beginpunt voor engagement. Door de aandacht te verleggen van “De Techniek” naar de concrete relaties tussen mens en techniek, kun je kritisch nadenken over het ontwerp en het gebruik van de techniek en hoe die techniek optrekt met de mens en de samenleving.’

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

‘Religie maakt ruimte voor wat we niet kunnen begrijpen en beheersen, voor de grenzen waar we steeds op stuiten. Het gaat mis als dat leidt tot godsdienst en het geloof in een god die je kunt dienen. Dan is die god de verklaring voor alles en verdwijnt de religieuze ruimte. Niet voor niets mag de naam van god in de bijbel niet genoemd worden. Straks denk je nog dat je dat onbevattelijke in dat ene woord kunt vatten!’

Het gaat trouwens ook mis bij de kritiek op religie. Je kunt er wel op hameren dat wetenschappelijke kennis religie achterhaald maakt, maar dan reduceer je religie tot een kleuterversie. Religie verklaart niet, maar opent ruimte voor het onverklaarbare.’

‘De kerk laat hier een kans liggen door haar conservatieve opstelling jegens technologie. Neem IVF, oftewel reageerbuisbevruchting. De paus is faliekant tegen, want dan kom je aan het wonder van de geboorte. Leven is iets dat je ontvangt en niet iets dat je maakt, vindt de kerk. Maar als je stellen spreekt die via IVF kun kinderwens vervullen, dan spreken ze juist over dat wonder. Zij weten als geen ander dat zwanger worden juist niet maakbaar is.’

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de ­zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

‘Werken en je best doen kreeg ik van huis uit mee. Ik groeide op in Berlicum, Noord-Brabant. Mijn vader was, voordat ik werd geboren, pater bij de Jezuïeten. Toen hij met mijn moeder trouwde, hoofd van een kleuterschool, moest hij de Jezuïetenorde verlaten. Hij had van te voren gezegd dat hij zich niet kon vinden in het celibaat. We hebben het over eind jaren ’60, het antwoord van de Jezuïeten op zijn bezwaar was: de tijd verandert, het celibaat wordt vast afgeschaft.’

‘Dat bleek niet zo te zijn, die flexibiliteit was niet mogelijk. Mijn vader heeft zich aan zijn woord gehouden. Ook bij ons thuis, een gezin met vier jongens van acht tot zestien jaar, houden we ons aan rust tijdens het eten. De telefoons zijn opgeborgen en we hebben aandacht voor elkaar.’

V Eer uw vader en uw moeder

‘In mijn ouderlijk huis kreeg ik sensitiviteit mee voor religieuze ervaring, voor het bijzondere van de dingen. We gingen naar de katholieke kerk, maar ik had het meest met de liturgie en de gregoriaanse gezangen. Mijn vader heeft nooit wrok gehad tegenover de Jezuïeten, in tegendeel. Dat huishouden heeft me gevormd tot een post-katholiek, als je het zo wil noemen. Daar heb ik iets van waarde aan overgehouden, het beste te omschrijven als vertrouwen. Dat is een vertrouwen om aan het werk te gaan, geëngageerd te zijn en waar het kan de wereld een stukje beter te maken.’

VI Gij zult niet doodslaan

‘Het is paradoxaal dat de mensheid uit naam van god grote oorlogen uitvecht uit naam van de eerste twee geboden. En God zelf kon er in het Oude Testament ook wat van. Toch hebben die tien geboden hun waarde, dat blijkt alleen al omdat we er nu over praten. Maar de wereld is te bijzonder om te vatten in een aantal ge- en verboden. Ik zie ze liever als een oproep om ethische keuzes goed te doordenken.’

‘Dat gaat ook op voor techniek. Neem de ontwikkeling van de atoombom. Had je die stop moeten zetten? Oppenheimer, de geestelijk vader van de bom, had ongetwijfeld ideële motieven om Hitler voor te blijven. Hoe het ook zij: het bestaan van de atoombom is niet ongedaan te maken en het enige wat we kunnen is er verantwoord mee omgaan.’

‘Dat is – hoe wrang ook – de keerzijde van de bom. Het bestaan ervan dwingt ons om na te denken over de consequenties. We kunnen de aarde meerdere keren opblazen. Dat legt een verantwoordelijkheid op. Een zware opgave, die opmerkelijk genoeg de wereld niet alleen splijt, maar ook verbindt.’

VII Gij zult niet echtbreken

‘Een filosoof die zich louter in de wereld van eerdere filosofen en theorieën begeeft, is een filosofoloog, zoals Harry Mulisch dat noemde. Iemand die alles weet over filosofie in plaats van zelf filosofie te bedrijven. Als geëngageerd filosoof en ethicus sta je met één been in de maatschappij. Dat is voor mij noodzakelijk. Ik begin zelfs aan de andere kant, wil weten wat er in de samenleving speelt. Daarom ook het DesignLab, waar we de buitenwereld binnenhalen. En soms keer ik naar mijn werkkamer met de boeken.’

VIII Gij zult niet stelen

‘We mogen wel stellen dat we in een democratische crisis zitten. Mensen voelen zich vervreemd. De onderlaag voelt zich niet vertegenwoordigd door de elite. De macht die het volk kreeg, lijkt weer te worden afgepakt. Een deel van dat ongemak is terug te voeren tot technologie: de grote techbedrijven, Amazon, Google, Facebook, noem ze maar op. Waarom zou je nog gaan stemmen als een groot deel van je leven wordt bepaald door bedrijven waar de politiek toch geen greep op heeft?’

‘Die vervreemding zie je ook richting wetenschap. Waarom zou je de elite van de wetenschappers nog vertrouwen? Ze willen dat we vaccineren, maar verdienen er bakken geld mee!’

‘We mogen in onze academie niet klagen. We leven in een spannende tijd, waarin we niet langer kunnen zeggen: vertrouw ons maar, wij hebben de waarheid. Nee, dat vertrouwen moeten we verdienen door uit te leggen hoe we aan die waarheid komen. Vreemd genoeg heeft wetenschap in onze maatschappij bijna iets religieus. Neem een topwetenschapper als Robbert Dijkgraaf, hij krijgt in de media een haast priesterlijke rol om te spreken namens de wetenschappelijke waarheid.’

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

‘Als nieuwbakken universiteitshoogleraar heb ik een tweeledige opdracht. Ik mag het High Tech, Human Touch-profiel van de UT naar buiten uitdragen. Maar – daar heb ik expliciet om gevraagd – ik ga ook intern werken aan de verdere verbinding van technische en sociale wetenschappen. Zo’n benoeming is natuurlijk heel eervol. Maar ik weet ook dat er mensen zijn die net zo veel, of meer, talent hebben als ik en die er niet komen. Geluk speelt een rol. Ben je op de juiste plek op het juiste moment? Maar ook andere talenten, zoals een goed verhaal kunnen vertellen.'

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

‘De mens is versmolten met technologie. Het maakt ons tot wie we zijn. Om de mens te begrijpen moet je de begeerte hebben om technologie begrijpen. En andersom. De combinatie van technologie en reflectie maakt dat ik me zo thuis voel op de UT.’

‘Mijn grondslag als ethicus ligt in het afschudden van het conservatisme en pessimisme. Heidegger begrijpen en dan verder. Begeren mag juist wel. Als filosoof je met techniek bezighouden is geen vorm van vreemdgaan. Het is fascinerend. En vooral een vorm van betrokkenheid.’