‘De campus voelt als een vorig leven’

| Rik Visschedijk

Ons ritme ligt tijdelijk overhoop. Niet langer onze dagelijkse wandeling, fietstocht of autorit naar de campus, maar thuiswerken. Hoe bevalt het werken vanuit de geïmproviseerde werkplek en welke tips kunnen we delen? Inge Lefers, management assistente bij de afdeling Design Production & Management, prijst zich gelukkig dat ze haar 83-jarige vader vaker ziet.

Hoe bevalt het thuiswerken na twee maanden thuiswerken?

‘Op zich best goed. Natuurlijk, je mist de collega’s en vooral de campus. Even binnenlopen, een praatje maken, het is er niet bij. Maar ik heb eigenlijk net zoveel contact met iedereen als voor de coronacrisis. Dat wil ik ook graag. Bijna iedereen zit in een appgroep en daar hebben we regelmatig contact. Ik werk bij een grote groep van zo’n honderd man, met acht hoogleraren. Rond half elf hebben we een online koffiecorner voor wie dat wil. Daar spreek ik de collega’s vaak ook even.’

‘De dag begint wat vroeger dan normaal. Als ik naar de campus ga, ben ik krap om half negen op mijn plek. Maar nu zit ik strak 8 uur achter de computer en heb er echt zin in. Het contact begint meteen, even een werkoverleg met ‘mijn hoogleraar’ Leo van Dongen en m’n collega Annemarie Bos. Natuurlijk lopen werk en privé wat meer door elkaar met al dat thuiswerken, maar dat vind ik niet erg. Ik permitteer me wat vrijheden, ga ’s middags even de deur uit. Dat moet kunnen, want mijn uren maak ik echt wel en ik beantwoord mail ook in de avond.’

Hoe zit je werkplek eruit?

‘Ik zit aan de tafel in de woonkamer. Gewoon achter mijn laptop, met een muis aangesloten. Eerder had ik een extra scherm, maar ik verplaats me nog wel eens op een dag, dus dat had niet zoveel zin. Ik deel het huis met mijn 20-jarige zoon Robbin. Het is feest, want hij haalde net zijn propedeuse rechten bij Saxion. Als hij beneden wil studeren, of maximaal drie vrienden langs heeft, dan verplaats ik naar het kantoortje of de keuken. Dat gaat allemaal prima, het huis hier in Enschede is groot genoeg.’

Mis je de campus erg?

‘Ja! Ik loop graag hard en soms doe ik dat op de campus. Ik rij dan even naar P2, zet daar de auto neer en maak een ronde. Het is vervreemdend om nu op de campus te komen. Het voelt een beetje als een vorig leven, vertelde ik een collega laatst. Dat omschrijft het gevoel toch wel het beste.’

Hou je de overheidsrichtlijnen in acht?

‘Ja, daar ben ik best wel streng in. Mijn 83-jarige vader woont naast ons en we blijven elkaar zien. Zelfs meer dan eerder. Hij komt om 10 uur een kopje koffie drinken en ’s avonds eet hij bij ons mee. ’s Middags ga ik af en toe even naar de supermarkt en dan neem ik boodschappen voor hem mee. Dat we nu nog meer contact hebben, vind ik waardevol. Hij valt in de kwetsbare groep, dus ik let er erg op dat ik niet met mensen in fysiek contact kom. Bij de Albert Heijn doe ik bijvoorbeeld handschoenen aan. Maar het is fijn dat de regels nu iets soepeler zijn. Er komen weer vrienden langs van Robbin. Dan zitten ze in de tuin, keurig op anderhalve meter afstand.’

Heb je nog gekke dingen meegemaakt?

‘Nee, nauwelijks. Je hoor natuurlijk verhalen, zoals de zoon van een vriendin die afstudeerde. Keurig jasje-dasje, maar buiten beeld in boxershort. Maar hier eigenlijk niet, de omslag naar digitaal werken ging soepel. Het enige is – en dat schrijf je toch niet op? – dat ik een paar kilootjes ben aangekomen. Het is verleidelijk om rond een uur of vier iets uit de keuken te halen. En nu mijn vader ’s ochtends langskomt, zijn er ook altijd koekjes in huis…’

‘Erg leuk was de online Batavierenrace. Daar doen we van oudsher met een clubje aan mee, van hoogleraren tot phd’s en ondersteuning. Deze keer dus ook. Normaal ben ik één van de langzaamste, maar nu liep ik een prima tijd. Het eindresultaat was trouwens zeer teleurstellend, met de 146e plek van de 176. Maar dat mocht de pret niet drukken, we hebben erg veel plezier gehad op de Strava, WhatsApp en individueel buiten.’