‘Ik mis de dynamiek van de campus’

| Jelle Posthuma

Ons ritme ligt tijdelijk overhoop. Niet langer onze dagelijkse wandeling, fietstocht of autorit naar de campus, maar thuiswerken. Hoe bevalt het werken vanuit de geïmproviseerde werkplek en welke tips kunnen we delen? Wiebe van der Veen, wetenschapsvoorlichter van de UT, vertelt over zijn thuiswerkplek.

Hoe bevalt de nieuwe situatie?

‘Eerlijk gezegd mis ik de dynamiek van mijn normale werkomgeving: de bezoeken aan wetenschappers, bestuurders en andere contacten op de campus. Normaal loop ik bijvoorbeeld even een laboratorium binnen. Thuis is weinig reuring. Op de campus is altijd wat te doen. De werkzaamheden gaan wel gewoon door. Het wetenschappelijk bedrijf ligt vrijwel stil, maar voor ons is er nog genoeg te doen. Vorige week maakte ik deel uit van de backoffice van het crisisteam. Inmiddels doe ik weer andere dingen. Het centrale crisisteam is overigens nog steeds hartstikke druk.’

Hoe ziet je werkplek eruit?

‘Ik heb een aparte werkkamer thuis. Daar staat mijn computer en een groot deel van mijn boeken. In de kantoortuin op het werk dacht ik wel eens: kon ik maar een paar uurtjes per week aan reflectie doen. In deze weken is er genoeg tijd voor reflectie. Haast te veel van het goede, moet ik toegeven. Eigenlijk lijkt het wel een beetje op mijn studententijd. Toen zat je ook alleen te werken op een klein kamertje. Er is één groot verschil: ik woonde met zestien huisgenoten. Jezelf afsluiten van de buitenwereld is dan een stuk lastiger.’

Heb je al een routine gevonden?

‘Ik probeer het ritme van mijn normale leven vast te houden. Ik sta vroeg op en lunch op vaste tijden. Op de campus draag ik altijd een pak – dat weten de meesten wel. Thuis natuurlijk niet. Maar ik zit hier niet in een huispak of iets dergelijks. Ik kleed me alsnog netjes. Verder probeer ik, binnen de gestelde maatregelen, af en toe even naar buiten te gaan. Bij ons in de buurt, de Helmerhoek in Enschede, ligt een parkje. Daar wandel ik dan tien tot vijftien minuutjes. Net genoeg voor een frisse neus. In het weekend maken we grotere wandelingen. Mijn fototoestel gaat altijd mee voor de vogels in het park. Er zit een ijsvogel. Meestal is-ie net te snel. Laatst had ik ‘m wel op camera. Aan de vogels zie je dat het leven doorgaat. Zo’n vogeltje heeft geen flauw idee wat er allemaal gebeurt in de wereld.’

Hoe zit het met de huisgenoten?

‘Mijn vrouw werkt ook grotendeels vanuit huis. Verder is ze regelmatig te vinden op de middelbare school waar ze werkt en met collega’s de online lessen voorbereidt. Afgelopen weekend stond ik voor een lastige keuze. Ik ga regelmatig poolshoogte nemen bij mijn vader. Hij is in de zeventig en woont nog op zichzelf in Groningen. Afgelopen weekend was ik van plan om langs te gaan. Mijn vader is nog fit. Toch twijfelde ik. Mijn zus zei ook: dat moet je niet doen. Een lastige situatie. Je wordt er haast opstandig van. Uiteindelijk ben ik niet gegaan. Bij de geringste twijfel moet je het niet doen, vind ik. Gisteravond hebben we uitgebreid gebeld. Dat was hartstikke goed.’