‘Het belangrijkste is om oprecht naar mensen te luisteren’

| Christian Orriëns

Op uitnodiging van jongerenorganisatie Vrijheid en Democratie (JOVD) en de Jonge Democraten sprak de burgemeester van Enschede, Onno van Veldhuizen, gisteravond in Concordia over zijn rol als voorzitter van Minerva, zijn loopbaan, maatschappelijke polarisatie en hoe talent te behouden in Enschede.

Van Veldhuizen was tijdens zijn studie voorzitter bij de Leidse studentenvereniging Minerva. ‘Het was een totaal andere tijd, al had Minerva toen ook een imagoprobleem’, vertelde Van Veldhuizen gisteravond. ‘De vereniging was ultrarechts. Ik was daar een vreemde vogel als socialist en niet-drinker. Minerva is een vereniging die je test op groepsdruk, dat niet drinken hield ik wel vol.’

Opmerkelijk vond Van Veldhuizen dat er enorme waardering was vanuit de leden voor het individu dat overeind bleef staan onder groepsdruk. ‘Wat ik meenam uit die tijd is het leren om een boegbeeld te zijn en om leiding te geven. Ook maakte ik kennis met de kracht van het individu en de bescherming van het individuele. Bij vrijheid hoort ook een bepaalde verantwoordelijkheid. Personen die stellen dat de vrijheid ophoudt bij de gelijkheid van anderen hebben het ook niet begrepen.’

Oprecht luisteren

Dat de tijden veranderen, beaamt ook de Enschedese burgemeester. ‘Met name in de perceptie van gebeurtenissen redeneren we nu veel meer vanuit een gepolariseerd collectief belang. Ik herinner me een moment van vroeger: een woning was in brand was gestoken door vluchteling die er woonde. Dit waren mensen met ernstige psychische problemen. Ik kwam aan op mijn fiets en er waren wat mensen die zeiden dat ze weg moesten, er was echter geen krant die erover schreef. Het waren – om het bot te zeggen – gestoorde mensen die iets gestoord deden. Nu zien we dezelfde gebeurtenissen collectief anders en wordt het direct verbonden aan een politiek standpunt.’

‘Een ander voorbeeld is dat van een vluchtelingengezin dat al zeven jaar vastzat in Nederland en niks mocht. Geëmotioneerd kwamen ze mijn kantoor binnen en zetten ze hun anderhalf jaar oude kind op mijn bureau: "Zorg jij er maar voor”. Dit zijn dingen die ik als burgemeester op mijn voormalige posten meemaakte. In Enschede zal zo’n incident zich niet zo snel voordoen, de beveiliging is strakker.’

Een aanwezige stelde de vraag: ‘Wat zeg je tegen mensen die in die situaties zitten?’ Van Veldhuizen antwoordde: ‘Het belangrijkste is niet het stellen van vragen, maar om oprecht naar de mensen te luisteren.’

Bubbels

Dat op de campus leven vergelijkbaar is met het leven in een bubbel, wordt door velen in de zaal beaamd en herkend. Van Veldhuizen merkte op dat dit niet alleen exclusief is voor de campus. ‘Kijk maar in de zaal om je heen, wij zijn ook een soort van bubbel. Neem Enschede, de stad kent 160 nationaliteiten en mensen voelen zich doorgaans meer verbonden met het buurtje waar ze wonen dan met de stad in zijn algeheel. Een voorbeeld: als je in Enschede rondkijkt, zie je vele kleine kerkjes. Dit is het resultaat van halve dorpen die tijdens diverse periodes in de geschiedenis naar Enschede zijn verhuisd en hun religie meenamen.’

Hunkertukkers

Het concept van de braindrain komt overal in Europa voor, stelde de burgemeester. ‘Veel van onze jeugd vertrekt inderdaad naar de randstad. Daar kan je veel geld verdienen, maar we weten ook dat het heel lastig kan zijn om het daar betaalbaar te houden’, aldus Van Veldhuizen. ‘De randstad heeft het probleem dat het veel moet investeren in het huisvesten van die mensen in een al dichtbevolkt gebied. Hier is het andersom en moeten we geld investeren in het aantrekken en behouden van jong talent. De optimale situatie zou dus in het midden liggen.’

Er ligt ook verantwoordelijkheid bij bedrijven, vindt de Enschedese burgemeester. ‘Studenten kunnen Thales en Demcon opnoemen. Maar er zijn genoeg andere bedrijven in de regio die hard op zoek zijn naar hoger opgeleiden, maar stellen zich niet altijd zichtbaar op. Ook adviseer ik studenten gebruik te maken van het alumninetwerk. Dit netwerk is actief in allerlei – ook internationale – bedrijfstakken die op zoek zijn naar jong talent.’

Volgens de burgemeester blijft Twente toch een bepaalde aantrekkingskracht houden. ‘We kennen het concept van de hunkertukker. Wanneer iemand de liefde vindt en zich later definitief wil settelen, komt diegene vaak wel terug naar Twente.’