‘Onderzoek doen is als oplossen van een moordzaak’

| Enith Vlooswijk

‘Aan de borreltafel’ is een nieuwe rubriek over wetenschap. Wetenschapsjournalist Enith Vlooswijk praat met én tekent over UT-onderzoekers, die vertellen over hun vakgebied en de misvattingen die hierover bestaan. In deze eerste aflevering: Lis Nanver, hoogleraar elektronische componenten, technologie en materialen.

Probeer op een feestje maar eens te scoren met halfgeleidermaterialen: onbegonnen werk, weet Lis Nanver. Alleen voor echt geïnteresseerden neemt ze de moeite het uit te leggen - haar buurman, bijvoorbeeld. ‘Ik hou het meestal bij de toepassingen’, zegt ze. ‘Mijn buurman zit in de windmolens, dus dan vertel ik wat mijn onderzoek kan betekenen voor windmolens.’ 

Niet dat je haar ooit ziet sleutelen aan een windmolen. Nanver doet namelijk onderzoek naar halfgeleiders voor elektronica. Halfgeleiders zijn materialen voor elektronische onderdelen die elektrische stroom pas vanaf een bepaalde spanning doorlaten. De meeste halfgeleiders zijn gemaakt van silicium, ‘vervuild’ met andere materiaalsoorten. Nanver ontdekte tijdens haar onderzoek dat je ook een dun laagje borium op puur silicium kunt leggen. Het silicium verandert zo in een halfgeleideronderdeel dat onder meer minder snel stuk gaat. Die ontdekking is bijvoorbeeld toegepast in de chipmachines van ASML.

'Bij astronomie heb je een grote groep leken die echt kunnen deelnemen aan onderzoek'

Maar goed, aan de borreltafel zul je haar er dus zelden over horen. ‘De meeste mensen weten niet eens wat silicium is, voor hen is het moeilijk zich een beeld te vormen van wat ik doe.’ Jammer vindt ze dat wel, ja. Het lijkt haar geweldig om mensen van buiten de universiteit te betrekken bij haar onderzoek. ‘Dat mensen op een site konden meekijken en de data evalueren. Bij astronomie heb je een grote groep leken die echt kunnen deelnemen aan onderzoek door zelf naar de sterren te kijken. Prachtig lijkt me dat.’

Helaas zijn er weinig leken die beschikken over een peperdure cleanroom, volgestouwd met hightech apparatuur. Voor haar eigen onderzoek is dat essentieel. Maanden achtereen zit ze met haar team tussen die apparaten om flinterdunne laagjes te leggen, door te meten en te analyseren. Ondertussen liggen ze zelf ook onder de loep: halen ze voldoende geld binnen, publiceren ze wel genoeg? ‘Het is heel zwaar om het hoofd boven water te houden’, verzucht ze.

'Onderzoek doen is net zo spannend als uitvogelen wie een moord heeft gepleegd'

Over dat academische geploeter lees je bar weinig in de krant. Daarin staan vooral overtrokken verhalen over quantumcomputers, kunstmatige intelligentie, big data. ‘Mensen denken dat alles al kan. Grotendeels onzin, maar dat komt door hoe de media schrijven over technologie.’

Natuurlijk vindt ze haar werk prachtig. ‘Onderzoek doen is net zo spannend als uitvogelen wie een moord heeft gepleegd, iedereen houdt van een ‘who-done-it’’, zegt ze enthousiast. Maar het imago van de wetenschapper laat te wensen over, merkt ze zelf: alsof wetenschappers alleen naar conferenties in verre landen gaan en het ervan nemen. Is dus niet zo. Nou ja, behalve die ene Japanse collega van haar dan. ‘Die berekende eens dat hij een kwart van de tijd in het vliegtuig zit. Ik vraag me af of je dan nog veel nuttigs kunt doen.’