Blog: Tevergeefs zwoegen

| Wiendelt Steenbergen

Eindelijk is daar het mailtje met het besluit van het NWO-TTW-bestuur over mijn onderzoeksvoorstel. Het openen van dit soort mails behoort tot de spannendste momenten in het bestaan van een universitair onderzoeker. ‘Helaas…’. De rest van de mededeling interesseert me voorlopig niet. Het gaat allemaal niet door…

‘Mwah’

Ik ben er een paar dagen min of meer ziek van geweest. Er valt geen peil op te trekken. Soms worden voorstellen gehonoreerd waarvan ik als (mede)aanvrager denk: ‘mwah’. Dit zat hem dan in het feit dat het een compromis is, of het resultaat van haastwerk, of het komt door de matige originaliteit en hoeveelheid innovatie omdat het vooral om haalbaarheid gaat. Als referent zou ik het mezelf behoorlijk moeilijk hebben gemaakt. En vaak worden voorstellen waar je echt in gelooft afgewezen; voorstellen waar je trots op bent, waarin je echt je visie presenteert, jouw eigen ideeën waarvan je weet dat ze vernieuwend zijn, en waaraan je veel tijd en zorg hebt besteed. Het nu betreurde voorstel was er één in die laatste categorie. Het ging over de vroege geslachtsbepaling van kippenembryo’s, om een einde te maken aan het doden van mannelijke ééndagskuikens. En zo denkt iedere aanvrager een stukje van de wereld te redden. Die kuikens mogen nu dus nog even uitkomen en een dag leven, mijn onderzoek is de nek omgedraaid.

Een gevoel van rouw

Een collega zei me: het is een gevoel van rouw. En dat is het ook: je met veel ijver en liefde verwekte geesteskind mag niet opgroeien omdat anderen het niet goed genoeg vinden. Het voorstel was ‘zeer goed’, en dat gold voor bijna alle van de 11 afgewezen aanvragen. Ik heb acht maanden op deze afwijzing moeten wachten. De universitaire wetenschap vormt een bizarre bedrijfstak: één waarin onderzoekers worden betaald, die vervolgens de mogelijkheid om onderzoek te doen zelf moeten creëren in een traag systeem van grandioze tijdverspilling. Het geheel ademt wantrouwen en minachting voor de kostbare tijd, expertise en creativiteit van zo velen.

‘Die Steenbergen…’

Tegen het bovenstaande is veel in te brengen. Ik zal u de moeite besparen door dit zelf te doen.

U denkt misschien: ‘waar winnaars zijn, zijn ook verliezers. Die Steenbergen is gewoon een slechte verliezer.’ Mijn antwoord is ‘inderdaad’. In dit systeem kan ik moeilijk tegen mijn verlies. Het is gebaseerd op de veronderstelling dat de opmerkingen die een paar referenten maken over jouw en  voorstel en die van anderen, en een snelle blik van een jury, een valide onderscheid opleveren tussen voorstellen die ‘zeer goed’ en ‘uitstekend’ zijn, en daarom niet en wel gefinancierd moeten worden. Het bewijs dat dit zo is moet wel heel stevig zijn om aan dit systeem vast te houden.   

En verder: ‘die Steenbergen zit in de techniek. Daar valt het nog wel mee met de financieringsmogelijkheden, de kans op honorering is nergens zo hoog’. Dat klopt, en de tijdsverspilling in andere sectoren van de wetenschap is dus nog groter.

Misschien zegt u: ‘die Steenbergen zit comfortabel. Hij heeft een vaste aanstelling, is zelfs hoogleraar. Hij moet tegen een stootje kunnen, zijn baan hangt er niet van af.’ U heeft alweer gelijk. Maar dan kunt u nagaan hoe groot de impact is voor jongere onderzoekers van wie de wetenschappelijke loopbaan wél op het spel kan staan.

En tenslotte: ‘die Steenbergen, moet die als faculteitsbestuurder niet wat positievere geluiden laten horen, in plaats van een klaagzang? Denkt hij daarmee de onderzoekers in zijn faculteit te inspireren?’ Er is in het algemeen veel aandacht voor de winnaars, de koplopers, de laureaten. En dat is terecht. Maar af en toe is het ook goed oog te hebben voor hen die het gevoel hebben dat ze tevergeefs gezwoegd hebben. Ik zeg hierbij: het ligt niet aan jou, het ligt aan het systeem.

Hoe dan wel?

Ik realiseer me dat ik als faculteitsbestuurder ook deel uitmaak van dit systeem. Ook ik loop de kans ertoe bij te dragen dat anderen hun tijd verspillen.  En je mag van mij verwachten dat ik het niet bij klagen laat, maar constructief meedenk over hoe het dan wel moet met die onderzoeksfinanciering. Dit is niet de plek om een evenwichtig betoog te houden over mogelijke alternatieven. Ik wil hier alleen zeggen, daarmee wel een alternatief suggererend: ik had al goede dingen kunnen doen met een deel van het aangevraagde geld.