Verengelsing? Vernederlandsing zul je bedoelen!

| Katja Hunfeld

‘Jullie zullen het wel druk hebben!’ is een veelgemaakte opmerking tijdens gesprekken en overleggen die ik in mijn hoedanigheid als hoofd talencentrum voer. Sinds begin dit jaar zijn we daar bezig met de implementatie van een aangescherpt taalbeleid, dat van Engels als instructietaal ook Engels als voertaal maakt.

Photo by: Arjan Reef

Er is in de samenleving op allerlei plekken en in allerlei vormen veel aandacht voor de zogenaamde verengelsing, met soms opmerkelijke uitschieters. Het zijn boeiende tijden voor een universitair talencentrum.

Ik beaam bovenstaande opmerking dus ook altijd stellig, om eraan toe te voegen: ‘Met Nederlands!’

Terwijl de vraag naar taalondersteuning Engels al een paar jaar vrij stabiel is (behalve een explosieve groei in curriculaire begeleiding) zijn de cursussen Nederlands (NT2) niet aan te slepen, een ontwikkeling die door collega-talencentra wordt gedeeld. Na de landelijke piek in de NT2 door vluchtelingenstromen een paar jaar geleden, is het nu de toenemende internationalisering die de NT2-capaciteit onder druk zet. Met de komst van steeds meer internationale studenten, PhD-candidates en wetenschappers stijgt de vraag naar taalondersteuning Nederlands enorm.

En voor deze groep is niet het Inburgeringsexamen het doel, maar Staatsexamen II – of liever nog Staatexamen III, mocht het er ooit komen – om aansluiting te vinden op de Nederlandse arbeidsmarkt. Het is goed dat de Universiteit Twente studenten en medewerkers de mogelijkheid biedt nagenoeg kosteloos van taalondersteuning gebruik te maken, zowel Engels als Nederlands.

Uit recente onderzoeken rond Brainport Eindhoven en het Top Dutch Talentprogramma (voorheen Make it in the North), of dichter bij huis Keeping Talent in Twente (KTIT), blijkt dat de Nederlandse taal naast factoren als huisvesting en toegankelijkheid tot potentiële werkgevers door expats als belangrijkste struikelblok wordt genoemd om op die Nederlandse arbeidsmarkt aan de slag te kunnen. Even buiten de kleine internationale samenklontering op onze campus in Enschede, wordt op de werkvloer, in winkels, theaters, op scholen, bij de kinderopvang, de sportvereniging en de dokter Nederlands gesproken. Is wet- en regelgeving, bewegwijzering en informatievoorziening in het Nederlands. En dat merken niet alleen onze internationale collega’s en studenten, maar ook hun partners en kinderen.

Die laatste twee groepen komen er bij ons nog bekaaid af, hoewel – alweer – onderzoek toont dat juist de integratie van gezinnen een belangrijk aspect is in het behouden van toptalent in de regio. We moeten ons dus samen met partners in de regio meer gaan richten op het taalaanbod voor partners en kinderen en vooral ook op het toegankelijk maken daarvan.

Een andere groep waar we meer aandacht aan gaan besteden is die van de Nederlandstalige studenten. Hoe zorgen we ervoor dat ze ondanks een Engelstalig studieprogramma hun Nederlands op peil brengen om te kunnen functioneren in een Nederlandstalige werkomgeving.

En Lithium Werks? Wat een prachtig project. Op de te bouwen R&D-campus wordt vast en zeker Engels de voertaal. Maar daarbuiten?

Het blijft nog wel even druk, met Nederlands.